Werkgroep 2 – Vennootschapsbelasting – avondwerkgroep 1 –
19.00-21.00
Opgave 1 (beleggingsdeelneming)
X NV maakt onderdeel uit van een internationale groep die zich
bezig houdt met productie, distributie en verkoop van doe-het-
zelf producten. X NV houdt via de Belgische houdstermaatschappij
X BVBA alle aandelen in de Belgische dochtermaatschappijen Y
BVBA en IP BVBA.
Y BVBA houdt zich bezig met verkoop en distributie van producten
binnen en buiten de groep. De Belgische vennootschap IP BVBA
houdt het intellectuele eigendom van de groep, waaronder
merkrechten (IP). IP BVBA stelt het gebruik van het IP ter
beschikking aan Y BVBA tegen betaling van een jaarlijkse royalty
van 10. X BVBA, Y BVBA en IP BVBA zijn onderworpen aan
reguliere Belgische belastingheffing tegen een tarief van 34%. In
België geldt een fictieve renteaftrek op het eigen vermogen van
4% (notionele renteaftrek). De notionele renteaftrek geldt niet
voor X BVBA als houdstermaatschappij.
De structuur kan als volgt worden weergegeven:
X NV
(Nederland)
100%
X BVBA
(België)
100% 100%
ban
k
Y BVBA IP BVBA
(België) (België)
licenti
eroyalt
y
De balans van Y BVBA ziet er als volgt uit:
Y BVBA
Contanten 200 Eigen vermogen 300
Handelsvorderingen 100 Schuld bank 200
Voorraad 100
Goodwill 100
500 500
De balans van IP BVBA ziet er als volgt uit:
, IP BVBA
IP 200 Eigen vermogen 200
200 200
De balans van X BVBA ziet er als volgt uit:
X BVBA
Deelneming Y BVBA 300 Eigen vermogen 500
Deelneming IP BVBA 200
500 500
Onderdeel a
Is de deelnemingsvrijstelling naar uw mening van toepassing op
de deelneming van X NV in X BVBA? Besteedt u daarbij aandacht
aan achtereenvolgens de oogmerktoets, reële heffingstoets, de
bezittingentoets en de regeling voor hybride mismatches.
Opgave scannen wat valt op: IP, fictie ter beschikking stelling. + notoire
renteaftrek (i.v.m. grondslagafwijking). Is er in beginsel sprake van een
actieve groep? Ja dat ziet er redelijk uit. Valt er in de balans iets positiefs
of negatiefs op? Contanten: aangehouden in het kader van de
onderneming of overtollig liquide? Goodwill: representeert de overwinst
(boven de activa e.d.). GW wordt zichtbaar bij een overname. Fiscaal mag
je zelf ontwikkelde goodwill niet activeren (GKG) dus dit is misschien
commerciële balans of GW WEV. Bezittingentoets: WEV en oogmerktoets:
WEV of commerciële waarde.
De deelnemingsvrijstelling is van toepassing voor een
beleggingsdeelneming indien sprake is van een deelneming, art. 13(2) t/m
(5) én er voldaan is aan één van de volgende toetsen: de oogmerktoets
van art. 13(9), of de reële heffingstoets van art. 13(11)a of de
bezittingentoets van art. 13(11)b Vpb.
Oogmerktoets
Art. 13(9) Vpb: de deelnemingsvrijstelling is niet van toepassing op een als
belegging gehouden deelneming tenzij er sprake is van een kwalificerende
beleggingsdeelneming. De deelneming wordt gehouden als belegging
indien de deelneming wordt aangehouden met het oog op het verkrijgen
van rendement dat bij normaal vermogensbeheer kan worden verwacht.
Is hier sprake van het aanhouden van een deelneming in het kader van de
onderneming? Waarschijnlijk wel. Sluit aan bij het tussenhoudster-arrest:
met de vraag of het een moeiende houdster is. Uitzondering:
tussenhoudster vormt link tussen moeder en dochters en die ondernemen
(zowel bovenin als beneden) dan houdt de tussenhoudster de aandelen
ook in het kader van de onderneming.
, Er kan ook sprake zijn van een gemengd oogmerk: zowel aanhouden in
het kader van de onderneming en als belegging. Omdat in de groep
ergens overtollige liquiditeiten zitten of beleggingen. Oogmerktoets is een
materiele toets: kijken naar activiteiten, omzetten, winsten. Balans is een
eerste aanknopingspunt. Voor het gemengde oogmerk kijk je door de
structuur heen, in principe is dat geconsolideerd. Zien we hier een risico
dat sprake is van een gemengd oogmerk? Contanten: kunnen overtollige
liquide middelen zijn die niet in het kader van de onderneming worden
gehouden en dus potentieel ‘foute’ bezittingen/activiteiten. IP: wordt dat
aangehouden in het kader van de onderneming o.g.v. lid 9 (de
hoofdregel). Merkrechten binnen de groep aanwenden lijkt geen
belegging. IP vennootschap met veel substance,
management/ontwikkeling e.d. dan zal dat geen belegging zijn o.g.v. de
hoofdregel van lid 9. Maar om discussie te voorkomen of iets een
belegging is of niet is in lid 10 een fictie opgenomen: 1e geval
tussenhoudster met minder dan 5%-belangen. 2e geval (onderdeel b): een
deelneming wordt geacht een beleggingsdeelneming te zijn (…) dan wel
het ter beschikking stellen van het gebruik of het gebruiksrecht van
bedrijfsmiddelen.’ Het ter beschikking stellen van IP is dus per fictie van
lid 10 onderdeel b een beleggingsactiviteit. Wanneer gaat het dan fout?
Combinatie overtollige liquiditeiten + ter beschikking stellen IP (=
beleggingen) en daarmee verschuift het zwaartepunt naar beleggen. Dit is
geen zwart-wit toets maar een materiele toets, een beetje vaag. Startpunt
is in ieder geval de balans.
IP wordt bij fictie aangemerkt als belegging en de contanten zijn een
vraagteken. Als je dan kijkt naar de geconsolideerde balans van X BVBA:
bedrag aan contanten en aan IP tezamen 400. Op een totaalbedrag van
700. Dan weet je niet zeker of dat goed zit, beleggen of ondernemen. Dus
we hebben een vraagteken of dat goed gaat onder de oogmerktoets. Lid 9
en lid 10 samen!
Als die contanten niet overtollig zijn, maar worden aangehouden in het
kader van de onderneming dan is dat IP op zich wel bij fictie een belegging
maar het zwaartepunt ligt niet bij beleggen dus ga je goed onder de
oogmerktoets. 200 van de 700 is 29%. Oogmerktoets is een materiele
toets in combinatie met die fictie, alleen echt in situaties waarin het op
voorhand duidelijk is dat het zwaartepunt ligt bij ondernemen en niet bij
beleggen dan kan je zeggen dat het goed gaat. Maar is er ergens enige
twijfel, zoals hier boven uiteen werd gezet overtollige contanten en ter
fictie beleggen (IP) dan gaat het verschuiven en moet je voor de zekerheid
uitwerken naar ofwel de reële heffingstoets van lid 12 ofwel de
bezittingentoets van lid 11. (Stroomschema) Voor de oogmerktoets en de
fictie maakt het niet uit of er sprake is van een laag belast of voldoende
belast en ook maakt het niet uit of er sprake is van een actieve
financiering of een actieve ter beschikkingstelling binnen de groep. Dat zit
pas ingebakken in lid 11: reële heffingstoets en bezittingentoets. Als er
potentieel foute bezittingen in die oogmerktoets zitten waardoor er een
gemengd oogmerk is toets je veiligheidshalve altijd aan de reële
heffingstoets en bezittingentoets.
19.00-21.00
Opgave 1 (beleggingsdeelneming)
X NV maakt onderdeel uit van een internationale groep die zich
bezig houdt met productie, distributie en verkoop van doe-het-
zelf producten. X NV houdt via de Belgische houdstermaatschappij
X BVBA alle aandelen in de Belgische dochtermaatschappijen Y
BVBA en IP BVBA.
Y BVBA houdt zich bezig met verkoop en distributie van producten
binnen en buiten de groep. De Belgische vennootschap IP BVBA
houdt het intellectuele eigendom van de groep, waaronder
merkrechten (IP). IP BVBA stelt het gebruik van het IP ter
beschikking aan Y BVBA tegen betaling van een jaarlijkse royalty
van 10. X BVBA, Y BVBA en IP BVBA zijn onderworpen aan
reguliere Belgische belastingheffing tegen een tarief van 34%. In
België geldt een fictieve renteaftrek op het eigen vermogen van
4% (notionele renteaftrek). De notionele renteaftrek geldt niet
voor X BVBA als houdstermaatschappij.
De structuur kan als volgt worden weergegeven:
X NV
(Nederland)
100%
X BVBA
(België)
100% 100%
ban
k
Y BVBA IP BVBA
(België) (België)
licenti
eroyalt
y
De balans van Y BVBA ziet er als volgt uit:
Y BVBA
Contanten 200 Eigen vermogen 300
Handelsvorderingen 100 Schuld bank 200
Voorraad 100
Goodwill 100
500 500
De balans van IP BVBA ziet er als volgt uit:
, IP BVBA
IP 200 Eigen vermogen 200
200 200
De balans van X BVBA ziet er als volgt uit:
X BVBA
Deelneming Y BVBA 300 Eigen vermogen 500
Deelneming IP BVBA 200
500 500
Onderdeel a
Is de deelnemingsvrijstelling naar uw mening van toepassing op
de deelneming van X NV in X BVBA? Besteedt u daarbij aandacht
aan achtereenvolgens de oogmerktoets, reële heffingstoets, de
bezittingentoets en de regeling voor hybride mismatches.
Opgave scannen wat valt op: IP, fictie ter beschikking stelling. + notoire
renteaftrek (i.v.m. grondslagafwijking). Is er in beginsel sprake van een
actieve groep? Ja dat ziet er redelijk uit. Valt er in de balans iets positiefs
of negatiefs op? Contanten: aangehouden in het kader van de
onderneming of overtollig liquide? Goodwill: representeert de overwinst
(boven de activa e.d.). GW wordt zichtbaar bij een overname. Fiscaal mag
je zelf ontwikkelde goodwill niet activeren (GKG) dus dit is misschien
commerciële balans of GW WEV. Bezittingentoets: WEV en oogmerktoets:
WEV of commerciële waarde.
De deelnemingsvrijstelling is van toepassing voor een
beleggingsdeelneming indien sprake is van een deelneming, art. 13(2) t/m
(5) én er voldaan is aan één van de volgende toetsen: de oogmerktoets
van art. 13(9), of de reële heffingstoets van art. 13(11)a of de
bezittingentoets van art. 13(11)b Vpb.
Oogmerktoets
Art. 13(9) Vpb: de deelnemingsvrijstelling is niet van toepassing op een als
belegging gehouden deelneming tenzij er sprake is van een kwalificerende
beleggingsdeelneming. De deelneming wordt gehouden als belegging
indien de deelneming wordt aangehouden met het oog op het verkrijgen
van rendement dat bij normaal vermogensbeheer kan worden verwacht.
Is hier sprake van het aanhouden van een deelneming in het kader van de
onderneming? Waarschijnlijk wel. Sluit aan bij het tussenhoudster-arrest:
met de vraag of het een moeiende houdster is. Uitzondering:
tussenhoudster vormt link tussen moeder en dochters en die ondernemen
(zowel bovenin als beneden) dan houdt de tussenhoudster de aandelen
ook in het kader van de onderneming.
, Er kan ook sprake zijn van een gemengd oogmerk: zowel aanhouden in
het kader van de onderneming en als belegging. Omdat in de groep
ergens overtollige liquiditeiten zitten of beleggingen. Oogmerktoets is een
materiele toets: kijken naar activiteiten, omzetten, winsten. Balans is een
eerste aanknopingspunt. Voor het gemengde oogmerk kijk je door de
structuur heen, in principe is dat geconsolideerd. Zien we hier een risico
dat sprake is van een gemengd oogmerk? Contanten: kunnen overtollige
liquide middelen zijn die niet in het kader van de onderneming worden
gehouden en dus potentieel ‘foute’ bezittingen/activiteiten. IP: wordt dat
aangehouden in het kader van de onderneming o.g.v. lid 9 (de
hoofdregel). Merkrechten binnen de groep aanwenden lijkt geen
belegging. IP vennootschap met veel substance,
management/ontwikkeling e.d. dan zal dat geen belegging zijn o.g.v. de
hoofdregel van lid 9. Maar om discussie te voorkomen of iets een
belegging is of niet is in lid 10 een fictie opgenomen: 1e geval
tussenhoudster met minder dan 5%-belangen. 2e geval (onderdeel b): een
deelneming wordt geacht een beleggingsdeelneming te zijn (…) dan wel
het ter beschikking stellen van het gebruik of het gebruiksrecht van
bedrijfsmiddelen.’ Het ter beschikking stellen van IP is dus per fictie van
lid 10 onderdeel b een beleggingsactiviteit. Wanneer gaat het dan fout?
Combinatie overtollige liquiditeiten + ter beschikking stellen IP (=
beleggingen) en daarmee verschuift het zwaartepunt naar beleggen. Dit is
geen zwart-wit toets maar een materiele toets, een beetje vaag. Startpunt
is in ieder geval de balans.
IP wordt bij fictie aangemerkt als belegging en de contanten zijn een
vraagteken. Als je dan kijkt naar de geconsolideerde balans van X BVBA:
bedrag aan contanten en aan IP tezamen 400. Op een totaalbedrag van
700. Dan weet je niet zeker of dat goed zit, beleggen of ondernemen. Dus
we hebben een vraagteken of dat goed gaat onder de oogmerktoets. Lid 9
en lid 10 samen!
Als die contanten niet overtollig zijn, maar worden aangehouden in het
kader van de onderneming dan is dat IP op zich wel bij fictie een belegging
maar het zwaartepunt ligt niet bij beleggen dus ga je goed onder de
oogmerktoets. 200 van de 700 is 29%. Oogmerktoets is een materiele
toets in combinatie met die fictie, alleen echt in situaties waarin het op
voorhand duidelijk is dat het zwaartepunt ligt bij ondernemen en niet bij
beleggen dan kan je zeggen dat het goed gaat. Maar is er ergens enige
twijfel, zoals hier boven uiteen werd gezet overtollige contanten en ter
fictie beleggen (IP) dan gaat het verschuiven en moet je voor de zekerheid
uitwerken naar ofwel de reële heffingstoets van lid 12 ofwel de
bezittingentoets van lid 11. (Stroomschema) Voor de oogmerktoets en de
fictie maakt het niet uit of er sprake is van een laag belast of voldoende
belast en ook maakt het niet uit of er sprake is van een actieve
financiering of een actieve ter beschikkingstelling binnen de groep. Dat zit
pas ingebakken in lid 11: reële heffingstoets en bezittingentoets. Als er
potentieel foute bezittingen in die oogmerktoets zitten waardoor er een
gemengd oogmerk is toets je veiligheidshalve altijd aan de reële
heffingstoets en bezittingentoets.