Werkgroep 3 – Vennootschapsbelasting – avondwerkgroep 1 – 19.00-
21.00
Opgave 1 (deelnemingsvrijstelling, liquidatie)
G Holding NV is de beursgenoteerde tophoudster van het G concern dat
zich bezighoudt met het ontwerp en de productie van chipkaarten (zoals
de OV chipkaart). De huidige concernstructuur ziet er als volgt uit:
G Holding NV
(Nederland)
G Holding SA
(Luxemburg)
Actieve werkmijen
G Holding PTE Ltd
(Singapore)
G Production PTE
Ltd
(Singapore)
Overzicht relevante feiten:
G Holding NV houdt 100% van de aandelen in G Holding SA, een
houdstermaatschappij gevestigd in Luxemburg.
G Holding SA houdt een 100% deelneming in G Holding Pte Ltd,
een houdstermaatschappij gevestigd in Singapore. Daarnaast
houdt G Holding SA 100% deelnemingen in actieve
werkmaatschappijen in verschillende landen.
De enige bezitting van G Holding Pte Ltd is een 100% deelneming
in G Production Pte Ltd, eveneens gevestigd in Singapore. G
Production Pte Ltd houdt zich uitsluitend bezig met de productie
van chipkaarten en bezit in dat kader een fabriek.
G Holding SA is onderworpen aan Luxemburgse
vennootschapsbelasting tegen een nominaal tarief van 28,8%. G
Holding SA beschikt over een groot bedrag aan compensabele
verliezen welke niet zouden hebben bestaan indien bepaald naar
Nederlandse maatstaven. (Let op!)
G Holding Pte Ltd is onderworpen aan reguliere
vennootschapsbelasting in Singapore, tegen een tarief van 18%.
G Production Pte Ltd kwalificeert voor de zogenoemde “Pioneer-
status” op grond waarvan de vennootschap een aantal jaren is
vrijgesteld van vennootschapsbelasting in Singapore (tax holiday).
(Let op!)
De toerekeningsbalans van G Holding SA ziet er als volgt uit (in
miljoenen):
Activa G Production PTE Ltd (fabriek) EUR 700
Activa overige werkmaatschappijen EUR 100
Totaal EUR 800
a. Is naar uw mening op dit moment de deelnemingsvrijstelling van
toepassing op het door G Holding NV gehouden belang in G
1
, Holding SA? Besteed daarbij kort aandacht aan de oogmerktoets,
de reële heffingtoets en de bezittingentoets.
Oogmerktoets: art. 13(9)
Hoofdregel: de dnv vindt geen toepassing indien de deelneming wordt
aangehouden als belegging.
Houdt G Holding de deelneming als belegging aan?
De deelneming wordt in het verlengde van de onderneming aangehouden dan
wel van G Holding of van de groep in het geheel. Tophoudster is beursgenoteerd
dat ziet er allemaal goed uit. Maar als er sprake is van beleggen onder in de
structuur dan kan er sprake zijn van een gemengd oogmerk. Dan moeten we
toetsen waar ligt het zwaartepunt. In de uitgangssituatie bezien of sprake is van
ondernemen of beleggen ergens onder in de keten. De conclusie is dan
ondernemen want 700 fabriek-activa en 100 overige activa. De conclusie is dan
dat je goed zou moeten gaan op de oogmerktoets.
De ficties van lid 10 onderdeel a en b: ‘Een deelneming wordt in ieder geval
geacht een beleggingsdeelneming te zijn indien:
a) de bezittingen van het lichaam waarin de belastingplichtige de deelneming
heeft, geconsolideerd beschouwd, doorgaans grotendeels bestaan uit belangen
als bedoeld in het veertiende lid, met dien verstande dat voor de consolidatie
alleen belangen van ten minste 5% in aanmerking worden genomen;
b) de functie van het lichaam waarin de belastingplichtige de deelneming heeft
tezamen met de lichamen waarin dit lichaam een belang van ten minste 5%
heeft, grotendeels bestaat uit het direct of indirect financieren van de
belastingplichtige of van met de belastingplichtige verbonden lichamen, dan wel
van bedrijfsmiddelen die door de belastingplichtige of door met de
belastingplichtige verbonden lichamen worden gebruikt, daaronder begrepen het
ter beschikking stellen van het gebruik of het gebruiksrecht van
bedrijfsmiddelen.’
Sub a: tussenschuiven tussenhoudster om minder dan 5%-pakketten te
verpakken tot een meer da 5%-pakket. Daar is hier geen sprake van.
Sub b: ook geen sprake van.
Op grond van de hoofdregel, oogmerktoets: daar voldoe je aan dus dnv.
Toch kijken naar reële heffingstoets:
Op het niveau van de directe deelneming (G Holding SA) toetsen of sprake is van
een naar Nederlandse maatstaven reële heffing. Startpunt is het statutaire tarief,
als dat meer dan 10% is dan ga je in principe goed tenzij er een betekenisvolle
grondslagafwijking is. Die er voor zorgt dat je beneden een effectieve heffing van
10% uitkomt.
Wat kan een betekenisvolle grondslagafwijking zijn in deze casus? Verschil in
verrekening termijn is oké, maar het mag niet zo zijn dat je met die
verliesverrekening een grondslagafwijking binnen haalt, omdat die verliezen
groter zijn dan dat ze naar Nederlandse maatstaven zouden zijn.
I.c. heeft G Holding compensabele verliezen die er naar NL maatstaven niet
zouden zijn. Dus in potentie is dat een betekenisvolle grondslagafwijking.
Daarnaast ook kijken naar op het niveau van G Holding SA of er naast de
verliezen ook nog andere betekenisvolle grondslagafwijkingen zijn. Kan er sprake
2
, zijn van een naar NL maatstaven te ruime dnv? Indien er naar NL maatstaven de
dnv niet van toepassing zou zijn op de deelneming in Holding Pte Ltd dan wel de
actieve werkmaatschappijen, dan kan dat een betekenisvolle grondslagafwijking
opleveren.
Waarom potentieel? Het moet per jaar worden getoetst en zolang je geen gebruik
maakt van die verliezen dan leidt dat ook niet tot een afwijking in het jaar van
toetsing. Als er wel gebruik wordt gemaakt van de verliezen dan zie je dat de
effectieve belastingdruk t.o.v. NL gaat verminderen.
Voorbeeldje: stel je voor dat Holding SA eigen inkomen heeft van 100 en ik mag
daar 50 aan verlies tegen afzetten. Wat is dan de effectieve heffing naar NL
maatstaven? 14,4% want naar NL maatstaven zou de grondslag 100 zijn en in
Lux heb je betaald 28,5% over 50. Als je de volledige 100 mag verrekenen dan
ga je fout.
Wanneer levert een te ruime dnv een betekenisvolle grondslagafwijking op?
Stel de dnv is n.v.t. t.a.v. een van de deelnemingen. Leidt dat direct tot een
probleem? Nee dat levert geen probleem op indien er geen dividenden omhoog
komen. In dat jaar levert dat geen heffing van minder dan 10% op naar NL
maatstaven. Wel artikel art. 13a in het achterhoofd houden.
Art. 13a(1): ‘De belastingplichtige die al dan niet tezamen met een verbonden
lichaam een als belegging gehouden belang heeft van 25% of meer in een
lichaam:
a) dat niet is onderworpen aan een belasting naar de winst die resulteert in een
naar Nederlandse begrippen reële heffing, en
b) waarvan de bezittingen, onmiddellijk of middellijk, uitsluitend of nagenoeg
uitsluitend, bestaan uit laagbelaste vrije beleggingen, waardeert dat belang op
de waarde in het economische verkeer.’
VB:
Je constateert dat daar de dnv n.v.t. is en 90% van de bezittingen bestaan uit
laagbelaste vrije beleggingen dan moet je waarderen op de waarde in het
economische verkeer (verplicht het belang jaarlijks te herwaarderen).
Stel daar groeit rente aan: 10 per jaar, de waarde van de deelneming groeit dan
ook met 10 per jaar. Die waardestijging had je in de heffing moeten betrekken
maar in Lux is daar de dnv van op toepassing. Dus daarom een betekenisvolle
grondslagafwijking in Lux.
Pas als er inkomsten naar boven komen of verliezen worden verrekend dan ga je
toetsen: wat zou de Nederlandse grondslag zijn in dat jaar? En wat is er aan
belasting betaald in het buitenland? Dat deel je door elkaar en dat is je effectieve
heffing.
Voor de reële heffingstoets gaan we kijken naar wat de reële heffing is op het
niveau van G Holding SA.
Is er sprake van een betekenisvolle grondslagafwijking in het jaar van
toetsing?
Doen alsof G Holding SA in NL gevestigd is en dan bekijken of de dnv van
toepassing is.
Het is een actieve maatschappij en voldoende belast: conclusie: dnv is niet te
ruim naar NL maatstaven in de uitgangssituatie.
3
21.00
Opgave 1 (deelnemingsvrijstelling, liquidatie)
G Holding NV is de beursgenoteerde tophoudster van het G concern dat
zich bezighoudt met het ontwerp en de productie van chipkaarten (zoals
de OV chipkaart). De huidige concernstructuur ziet er als volgt uit:
G Holding NV
(Nederland)
G Holding SA
(Luxemburg)
Actieve werkmijen
G Holding PTE Ltd
(Singapore)
G Production PTE
Ltd
(Singapore)
Overzicht relevante feiten:
G Holding NV houdt 100% van de aandelen in G Holding SA, een
houdstermaatschappij gevestigd in Luxemburg.
G Holding SA houdt een 100% deelneming in G Holding Pte Ltd,
een houdstermaatschappij gevestigd in Singapore. Daarnaast
houdt G Holding SA 100% deelnemingen in actieve
werkmaatschappijen in verschillende landen.
De enige bezitting van G Holding Pte Ltd is een 100% deelneming
in G Production Pte Ltd, eveneens gevestigd in Singapore. G
Production Pte Ltd houdt zich uitsluitend bezig met de productie
van chipkaarten en bezit in dat kader een fabriek.
G Holding SA is onderworpen aan Luxemburgse
vennootschapsbelasting tegen een nominaal tarief van 28,8%. G
Holding SA beschikt over een groot bedrag aan compensabele
verliezen welke niet zouden hebben bestaan indien bepaald naar
Nederlandse maatstaven. (Let op!)
G Holding Pte Ltd is onderworpen aan reguliere
vennootschapsbelasting in Singapore, tegen een tarief van 18%.
G Production Pte Ltd kwalificeert voor de zogenoemde “Pioneer-
status” op grond waarvan de vennootschap een aantal jaren is
vrijgesteld van vennootschapsbelasting in Singapore (tax holiday).
(Let op!)
De toerekeningsbalans van G Holding SA ziet er als volgt uit (in
miljoenen):
Activa G Production PTE Ltd (fabriek) EUR 700
Activa overige werkmaatschappijen EUR 100
Totaal EUR 800
a. Is naar uw mening op dit moment de deelnemingsvrijstelling van
toepassing op het door G Holding NV gehouden belang in G
1
, Holding SA? Besteed daarbij kort aandacht aan de oogmerktoets,
de reële heffingtoets en de bezittingentoets.
Oogmerktoets: art. 13(9)
Hoofdregel: de dnv vindt geen toepassing indien de deelneming wordt
aangehouden als belegging.
Houdt G Holding de deelneming als belegging aan?
De deelneming wordt in het verlengde van de onderneming aangehouden dan
wel van G Holding of van de groep in het geheel. Tophoudster is beursgenoteerd
dat ziet er allemaal goed uit. Maar als er sprake is van beleggen onder in de
structuur dan kan er sprake zijn van een gemengd oogmerk. Dan moeten we
toetsen waar ligt het zwaartepunt. In de uitgangssituatie bezien of sprake is van
ondernemen of beleggen ergens onder in de keten. De conclusie is dan
ondernemen want 700 fabriek-activa en 100 overige activa. De conclusie is dan
dat je goed zou moeten gaan op de oogmerktoets.
De ficties van lid 10 onderdeel a en b: ‘Een deelneming wordt in ieder geval
geacht een beleggingsdeelneming te zijn indien:
a) de bezittingen van het lichaam waarin de belastingplichtige de deelneming
heeft, geconsolideerd beschouwd, doorgaans grotendeels bestaan uit belangen
als bedoeld in het veertiende lid, met dien verstande dat voor de consolidatie
alleen belangen van ten minste 5% in aanmerking worden genomen;
b) de functie van het lichaam waarin de belastingplichtige de deelneming heeft
tezamen met de lichamen waarin dit lichaam een belang van ten minste 5%
heeft, grotendeels bestaat uit het direct of indirect financieren van de
belastingplichtige of van met de belastingplichtige verbonden lichamen, dan wel
van bedrijfsmiddelen die door de belastingplichtige of door met de
belastingplichtige verbonden lichamen worden gebruikt, daaronder begrepen het
ter beschikking stellen van het gebruik of het gebruiksrecht van
bedrijfsmiddelen.’
Sub a: tussenschuiven tussenhoudster om minder dan 5%-pakketten te
verpakken tot een meer da 5%-pakket. Daar is hier geen sprake van.
Sub b: ook geen sprake van.
Op grond van de hoofdregel, oogmerktoets: daar voldoe je aan dus dnv.
Toch kijken naar reële heffingstoets:
Op het niveau van de directe deelneming (G Holding SA) toetsen of sprake is van
een naar Nederlandse maatstaven reële heffing. Startpunt is het statutaire tarief,
als dat meer dan 10% is dan ga je in principe goed tenzij er een betekenisvolle
grondslagafwijking is. Die er voor zorgt dat je beneden een effectieve heffing van
10% uitkomt.
Wat kan een betekenisvolle grondslagafwijking zijn in deze casus? Verschil in
verrekening termijn is oké, maar het mag niet zo zijn dat je met die
verliesverrekening een grondslagafwijking binnen haalt, omdat die verliezen
groter zijn dan dat ze naar Nederlandse maatstaven zouden zijn.
I.c. heeft G Holding compensabele verliezen die er naar NL maatstaven niet
zouden zijn. Dus in potentie is dat een betekenisvolle grondslagafwijking.
Daarnaast ook kijken naar op het niveau van G Holding SA of er naast de
verliezen ook nog andere betekenisvolle grondslagafwijkingen zijn. Kan er sprake
2
, zijn van een naar NL maatstaven te ruime dnv? Indien er naar NL maatstaven de
dnv niet van toepassing zou zijn op de deelneming in Holding Pte Ltd dan wel de
actieve werkmaatschappijen, dan kan dat een betekenisvolle grondslagafwijking
opleveren.
Waarom potentieel? Het moet per jaar worden getoetst en zolang je geen gebruik
maakt van die verliezen dan leidt dat ook niet tot een afwijking in het jaar van
toetsing. Als er wel gebruik wordt gemaakt van de verliezen dan zie je dat de
effectieve belastingdruk t.o.v. NL gaat verminderen.
Voorbeeldje: stel je voor dat Holding SA eigen inkomen heeft van 100 en ik mag
daar 50 aan verlies tegen afzetten. Wat is dan de effectieve heffing naar NL
maatstaven? 14,4% want naar NL maatstaven zou de grondslag 100 zijn en in
Lux heb je betaald 28,5% over 50. Als je de volledige 100 mag verrekenen dan
ga je fout.
Wanneer levert een te ruime dnv een betekenisvolle grondslagafwijking op?
Stel de dnv is n.v.t. t.a.v. een van de deelnemingen. Leidt dat direct tot een
probleem? Nee dat levert geen probleem op indien er geen dividenden omhoog
komen. In dat jaar levert dat geen heffing van minder dan 10% op naar NL
maatstaven. Wel artikel art. 13a in het achterhoofd houden.
Art. 13a(1): ‘De belastingplichtige die al dan niet tezamen met een verbonden
lichaam een als belegging gehouden belang heeft van 25% of meer in een
lichaam:
a) dat niet is onderworpen aan een belasting naar de winst die resulteert in een
naar Nederlandse begrippen reële heffing, en
b) waarvan de bezittingen, onmiddellijk of middellijk, uitsluitend of nagenoeg
uitsluitend, bestaan uit laagbelaste vrije beleggingen, waardeert dat belang op
de waarde in het economische verkeer.’
VB:
Je constateert dat daar de dnv n.v.t. is en 90% van de bezittingen bestaan uit
laagbelaste vrije beleggingen dan moet je waarderen op de waarde in het
economische verkeer (verplicht het belang jaarlijks te herwaarderen).
Stel daar groeit rente aan: 10 per jaar, de waarde van de deelneming groeit dan
ook met 10 per jaar. Die waardestijging had je in de heffing moeten betrekken
maar in Lux is daar de dnv van op toepassing. Dus daarom een betekenisvolle
grondslagafwijking in Lux.
Pas als er inkomsten naar boven komen of verliezen worden verrekend dan ga je
toetsen: wat zou de Nederlandse grondslag zijn in dat jaar? En wat is er aan
belasting betaald in het buitenland? Dat deel je door elkaar en dat is je effectieve
heffing.
Voor de reële heffingstoets gaan we kijken naar wat de reële heffing is op het
niveau van G Holding SA.
Is er sprake van een betekenisvolle grondslagafwijking in het jaar van
toetsing?
Doen alsof G Holding SA in NL gevestigd is en dan bekijken of de dnv van
toepassing is.
Het is een actieve maatschappij en voldoende belast: conclusie: dnv is niet te
ruim naar NL maatstaven in de uitgangssituatie.
3