Assimilatie: Het structureren van informatie.
Accommodatie: Het plaatsen van informatie in de juiste context.
Eenkennigheidsfase: Als een baby 0-1 jaar alleen contact wil met de
persoon die het meest dichtbij staat.
Sensomotorische ontwikkeling: Het onderscheid maken tussen jezelf en
de wereld.
Artrose: Slijtage van de gewrichten.
Draagkracht: Je psychische belastbaarheid.
Draaglast: Je psychische belasting.
Coping: De manier waarop jij met belastende omstandigheden omgaat.
Probleemgerichte coping: Het actief aanpakken van je probleem en het
inwinnen van informatie hierover.
Emotiegerichte coping: De manier waarop jij je emoties uit, bijvoorbeeld
roken, alcohol, drugs, kalmerende middelen.
Psychoanalyse: Freud is de grondlegger, mensen zijn zich maar deels
bewust van zijn gedrag.
Behaviorisme: Je gaat uit van waarneembaar gedrag.
Humanisme: Je stelt de mens als persoon centraal.
Sociaal-cultureel perspectief: De invloed van mensen om je heen op je
psychisch functioneren.
Bio-psychosociale: Gaat ervan uit dat zowel biologische als psychologische
en sociale factoren je psychisch functioneren bepalen.
Stemmingsstoornis: Een stoornis waarbij de gemoedstoestand of emotie
verstoord is.
Angststoornissen: Iemand ervaart angst zonder aanleiding.
Dissociatieve stoornissen: Het bewustzijn is tijdelijk verstoord.
Somatoforme stoornissen: Iemand heeft lichamelijke klachten zonder een
medische verklaring.
Slaap-waakstoornissen: Iemand heeft een ernstig verstoorde slaap.
Kataplexie: Aanvallen van spierverslapping.
Accommodatie: Het plaatsen van informatie in de juiste context.
Eenkennigheidsfase: Als een baby 0-1 jaar alleen contact wil met de
persoon die het meest dichtbij staat.
Sensomotorische ontwikkeling: Het onderscheid maken tussen jezelf en
de wereld.
Artrose: Slijtage van de gewrichten.
Draagkracht: Je psychische belastbaarheid.
Draaglast: Je psychische belasting.
Coping: De manier waarop jij met belastende omstandigheden omgaat.
Probleemgerichte coping: Het actief aanpakken van je probleem en het
inwinnen van informatie hierover.
Emotiegerichte coping: De manier waarop jij je emoties uit, bijvoorbeeld
roken, alcohol, drugs, kalmerende middelen.
Psychoanalyse: Freud is de grondlegger, mensen zijn zich maar deels
bewust van zijn gedrag.
Behaviorisme: Je gaat uit van waarneembaar gedrag.
Humanisme: Je stelt de mens als persoon centraal.
Sociaal-cultureel perspectief: De invloed van mensen om je heen op je
psychisch functioneren.
Bio-psychosociale: Gaat ervan uit dat zowel biologische als psychologische
en sociale factoren je psychisch functioneren bepalen.
Stemmingsstoornis: Een stoornis waarbij de gemoedstoestand of emotie
verstoord is.
Angststoornissen: Iemand ervaart angst zonder aanleiding.
Dissociatieve stoornissen: Het bewustzijn is tijdelijk verstoord.
Somatoforme stoornissen: Iemand heeft lichamelijke klachten zonder een
medische verklaring.
Slaap-waakstoornissen: Iemand heeft een ernstig verstoorde slaap.
Kataplexie: Aanvallen van spierverslapping.