Tessa de Ruygt
CIOS SBG 2B
, Inhoud
1. Functionele anatomie
2. Biomechanica
3. Inspanningsfysiologie
4. Trainingsleer
5. Krachttraining met musculaire trainingsapparatuur
6. Klantbegeleiding
7. Blessurepreventie en behandeling
8. Voeding & sport
9. Dopingpreventie
, Functionele anatomie
Het skelet bestaat uit 206 botstukken!
Een botstuk bestaat uit kalk, fosforzouten, fluor (de mineralen) en lijmstoffen.
Fluor heeft als functies om stevigheid te bieden, dit word met de loop der jaren steeds minder,
hierdoor breken oudere mensen veel sneller botten dan een baby.
Botten groeien in de lengte en breedte, dit komt door groeihormonen.
Het groeien in de lengte komt door zogenoemde epifysair- of groeischijven.
Functies:
Het geeft vorm aan het lichaam.
Het geeft steun aan het lichaam.
Het is de aanhechtingsplaats voor spieren, pezen en banden.
Het geeft de mogelijkheid tot bewegen
Het geeft bescherming aan de organen.
Namen botstukken:
Os Humerus = opperarm
Os ulna = Ellepijp
Os Radius = spaakbeen
Os clavicula = sleutelbeen
Os scapula = schouderblad
Os sternum = borstbeen
Os costa = rib
Columna vertebralis = wervelkolom
→Vertebrae cervicales = halswervels
→Vertebrae thoracicae = borstwervels
→Vertebrae lumbales = lendenwervels
→Os sacrum = heiligbeen
→Os coccigys = stuit/staartbeen
Pelvis = bekken
→Os ilium = darmbeen
→Os pubis = schaambeen
→ Os ischii = zitbeen
Os femur = dijbeen
Os patella = knieschijf
Os tibia = scheenbeen
Os fibula = kuitbeen
, Als je naar het wervelkolom kijkt vanaf de zijkant zie je een S vorm erin zitten.
De holling in de wervel kolom noemen we een Lordose.
De bolling in de wervelkolom noemen we een Kyfose.
Afwijkende zijwaartse bochten of krommingen worden beschouwd als een afwijking, dit noemen we
een scoliose.
Bot verbindingen:
Botweefselverbinding:
Het ene botstuk is aan het andere vastgegroeid door middel van botweefsel, denk aan je
schedel.
kraakbeenweefselverbinding:
De botstukken zijn vergroeid door middel van kraakbeenweefsel, voorbeeld is de overgang
van het borstbeen naar het ribben.
Bindweefselverbinding:
De botten zijn vergroeid door middel van bindweefsel, voorbeeld is de verbinding tussen het
darmbeen en het heiligbeen.
Gewricht (articulatio):
Bij een gewricht zit het ene botstuk niet vast aan het andere, er zit ruimte tussen waardoor
beweeglijkheid mogelijk is.
Gewrichten:
Schouder = articulatio humeri
Elleboog = articulus cubiti
Heup = articulus coxae
Knie = articulus genus
Enkel = Malleolus lateralis
Gewrichtsvormen:
1. Het scharniergewricht:
1 as van bewegen, elle boog gewricht.
2. Het zadelgewricht:
2 assen van bewegen, De duim en de radius (Spaakbeen).
3. Het kogelgewricht:
3 assen van bewegen, schouder en heup gewricht.