collegeaantekeningen
College 1 – Maandag 4 februari 2019
Wat we gaan doen:
- Verloop van het diagnostisch proces
- Theoretische kaders waarbinnen onderzoekvragen worden geplaatst
- Methoden en middelen van diagnostisch onderzoek en de achterliggende theoretische
uitgangspunten
- Instrumentkeuze op basis van problematiek en domeinen
Kennis inzicht en vaardigheden met betrekking tot diagnostiek als proces met een
modelmatige aanpak, waarbij hypothesetoetsing een centrale plaats inneemt.
Observatie:
- Veel informatie over onderzoeksmiddelen, maar ook door simpelweg te observeren kun je
veel diagnostische antwoorden vinden. Dit is één van de belangrijkste diagnostische
instrumenten.
- Vaak is er bias aanwezig
Belangrijk tijdens diagnostisch proces:
- Het moet navolgbaar zijn (vast stappenplan), zodat een collega het onderzoek kan herhalen.
- Je eigen gedachteproces moet je kunnen toetsen vanuit wetenschappelijke theorie.
Valkuilen diagnosticus 1:
- Anchoring / primacy effect: het in de oordeelsvorming bevoordelen van informatie.
- Excessive data collection: teveel data verzamelen terwijl er voldoende informatie is.
- Confirmation bias: neiging om op zoek gaan naar informatie die jouw eigen veronderstelling
ondersteunt.
- Framing: neiging om symptonen te interpreteren op basis van de wijze waarop het is
gepresenteert.
- Availability bias: neiging om het eerste dat in je opkomt als waarheid te zien of informatie
het mest opvalt.
- Culturele bias: verkeerd interpreteren van culturele aspecten.
Besliskunde = het systematisch beschrijven van een beslissingprobleem en het methodisch vinden
van een correcte oplossing daarvan.
Let op toets:
- Kan gevraagd worden naar de begrippen valkuilen van diagnosticus.
Diagnostische cyclus:
Dit is een voorbeeld van een empirische cyclus die is uitgebouwd tot een hypothe toestend model
1. Wat is de hulpvraag (klachtenanalyse)
2. Wat is er aan de hand / hoe ernstig is het (probleemanalyse)
3. Hoe is het zo gekomen / hoe kunnen we de gedragsproblemen verklaren?
(verklaringsanalyse)
4. Wat te doen? (indicatieanalyse).
1
,De therapeutische cyclus gaat pas beginnen wanneer de diagnostische cyclus is afgerond.
Kwaliteit:
Het beoordelen van de kwaliteit binnen diagnostiek is gericht op het proces niet op het product.
- Accountability = kunnen legitimeren door middel van reflectie. Is de basis voor het opstellen
van richtlijnen -> good practice -> reflecteren, overdag, bijscholing
- Liability: juridische verantwoording van diagnostisch handelen -> NVO, NIP, BIG
Diagnostiek is:
- Het afnemen van tests.
Diagnostiek in het orthopedagogiek en ontwikkelingspsychologie:
- Binnen het perspectief van ontwikkelingsdomeinen
- Context is in beeld
- Klinische diagnostiek gericht op individuele geval
- Hulpvragen zijn sturend
Classificatie = onderbrengen van de kenmerken bij een binnen het vakgebied bekend probleem:
- ADHD, ASS, Depressieve stoornis
- Vat een beeld samen, geeft richting aan prognose of effectiviteit van behandeling, maar is
geen vertaling vertaald naar de individuele cliënt.
Diagnose = Theorie van het individuele geval.
Diagnostische cyclus
1. Aanmelding
2. Klachtenanalyse:
- Storende, ongewenste, belemmerende ervaringen
- Uitdiepen van de beschrijvingen
- Nagaan welke hulpvraag tegemoet komt aan de ze klachten.
- Vanuit de cliënt
- De uitkomst is een ordening: de verhelderende diagnose
3. Probleemanalyse:
- Situaties of gedragingen (gedachten, gevoelens, handelingen) die ongunstig zijn op
empirische grondslag (leiden tot verstoring .. )
- Er wordt een verband gelegd tussen klachten en problemen
- Groeperen, benoemen en taxeren
- De uitkomst is de onderkennende diagnose.
4. Verklaringsanalyse:
- Empirische getoetste uitspraken voer condities die de problemen hebben laten ontstaan of
in stand houden
- Uit hypothesen worden toetsbare vragen afgeleid
- Het samenhangend beeld van hypothese heet: verklarende analyse
5. Inidicatieanalyse
- Empirische of theoretisch onderbouwde aanbevelingen voor interventie
- Fase van toetsing van interventievoorstel aan mogelijkheden
- De uitkomst is een indicerende diagnose.
2
,Aanmelding
Aanmelding - personen:
Verwijzer = professional die het belang van de hulpverlening heeft benoemd
Aanmelder = heeft daadwerkelijk contact opgenomen
Opdrachtgever = bevoegde persoon die opdracht geeft
Cliënt = de persoon op wie het diagnostisch onderzoek betrekking heeft
Cliëntsysteem = de groep op wie het DO betrekking heeft
Betrokkenen = de overigen die aan het traject gerelateerd zijn.
Aanmelding – hoofdvragen:
- Is de aanmelding ontvankelijk
Beide gezagsdragers toestemming
Kind toestemming?
- Wat is het vervolgtraject?
- Welke informatie is noodzakelijke
Klachtenanalyse:
= het verzamelen van de klachten vanuit de beleving/ perceptie van cliënt: inside perspectief.
- Dit resulteert in een uiteenzetting van klachten die door de client herkend worden en waarop
de hulpvragen betrekking hebben.
- Doel: verhelderen klachten met het oog op formuleren concrete hulpvragen
Intakegesprek, ontwikkelingsanamnese
Klachtenanalyse – hulpvraag:
- Verheldering: Hoe kan ik …?
- Onderkenning: Wat is er aan de hand?
- Verklaring: Waarom is dit …?
- Indicatie: Hoe te beïnvloeden …?
Diagnostische scenario:
Diagnostische scenario (geordende sequentie van typen onderzoek) is afhankelijk van diagnostische
hulpvraag. Het scenario verloopt op vaste volgorde, maar niet alle stappen hoeven te worden
gevolgd.
- 0-scenario: VHD
- 1-scenario: VHD-IDC
- 2-scenario: VHD-VKR-IDC
- 3-scenario: VHD-ODK-VKR-IDC
Let op: zonder te weten wat er aan de hand is kun je geen verantwoorde hulp adviseren.
Bepalen diagnostisch scenario:
- Informeren van de cliënt
Concreet maken van de stappen die volgen.
- Aanbrengen van een onderzoekskader
Expliciteren van hulpvraag en relatie tot onderzoeksmiddelen
- Waarborgen van volledigheid
Voorwaarden klachtenanalyse:
- Professionele voorwaarden:
Onbevangen en luisterende houding
Inlevend vermogen
3
, - Methodologische voorwaarden:
Verhelderende of reflectieve gespreksmethodiek
Kennis van bias en de manier waarop deze voor kan komen.
Problemanalyse
Probleemanalyse = professionele beoordeling:
1. Beschrijving
- Verhalend categoriseren op basis van klachtenanalyse
- Clusteren in domeinen
2. Benoeming: benoemen van disfunctioneel gedragscluster (depressie, rekenstoornis, ODD).
3. Taxatie: taxatie van ernst, gradatie, impairment
4. Protectieve en risicofactoren: beschrijving beschermende risicofactoren.
Verschil klachtenanalyse en probleemanalyse: De klachtenanalyse zijn de problemen vanuit de cliënt.
De probleemanalyse zijn de problemen vanuit een professional.
1. Beschrijving: clusteren in termen van ontwikkelingsdomeinen
- Gedragsproblemen
- Cognitieve problemen
- Sociale problemen
- Emotionele problemen
- Lichamelijke problemen
- (Pedagogische problemen)
Let op: Alles wat in je probleemclustering staat, ga je proberen te verklaren bij de volgende
stap.
Vuistregel clusteren: Als het maar ergens staat, is er geen goed of fout.
2. & 3. Benoemen en taxatie
- Benoeming van taxatie van de ernst van het probleem, voorbeelden ASEBA-lijsten:
CBCL / TRF (normaal / klinisch)
DSM (GAF-score)
Diagnostische criteria Rutter
CITO-leerlingvolgsysteem (specifiek)
Gebruik criteria Rutter: je maakt een ernstindicatie
4. Risico en protectieve factoren:
Dit is voor belang voor behandelingsadviezen:
- Haalbaarheid advies i.v.m. risicofactoren
- Mobiliseren van specifieke protectieve factoren
Eindresultaat:
- Toetsbare onderkennende hypothesen
- Samenvatting van problemen
- Geeft richting aan mogelijke verklaringen
ASEBA vragenlijst = Empirische gefundeerde schalen om gedrag op systematische manier te meten in
vergelijking met een normgroep.
Beperking DSM / CBCL:
- Niet alle gedragingen passen in de syndroomscore/diagnose
- DSM-IV GAF-score erg onbetrouwbaar
4