tijdvak 2: Grieken en Romeinen (3000 v.C – 500 n.C)
k.a 4: de ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en
politiek in de Griekse stadstaat
Stadstaat = staat ter grote van een stad en haar omgeving met eigen bestuur, rechtspraak, regels
en leger
Vanaf 850 v.C: opkomst Griekse stadstaten (polis)
↳ tussen Griekse stadstaten was er onderling veel rivaliteit
- Autarkisch = zelfvoorzienend
- Autonoom = eigen bestuur en regels
Bestuurs-/staatsvormen:
1. Bestuur door 1 man:
- Monarchie: macht ligt legaal bij 1 man
- Tirannie: macht ligt ongewenst/ niet legaal bij 1 man
2. Bestuur door weinigen
- Aristocratie: regering van adel
- Oligarchie: regering van adel en slimste
3. Bestuur door allen
- Democratie, alle bevolking met burgerrecht (=als je man was en in de stad geboren bent)
Er kwam meer plaats voor meer inzicht in politiek, wetenschap en filosofie
Ostracisme/schervengericht: elk jaar mocht elke burger op 1 man stemmen die uit de stad werd
gezet, dit om tirannie mogelijk te voorkomen.
k.a 5: de groei van het Romeins imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in
Europa verspreidde
Bestuur Romeinse Rijk:
Koninkrijk Republiek Keizerrijk
(753 – 509 v.C) (509 v.C – 27 n.C) (27 – 476 n.C)
Nadat Julius Caesar een poging had gedaan om alleen heerser te worden, wordt zijn kleinzoon
augustus keizer. Augustus start de pax-Romana.
Pax-Romana > veiligheid en goed bestuur (nog nooit eerder zo lang gebeurd)
Soldaten bewaken de grenzen en zorgen voor orde in de steden
Een gouverneur was de lokale keizer van de provincie:
Orde
Ophalen belasting
Werven soldaten
Verspreiden Romeinse cultuur
Romeinen pakken dingen van de Griekse cultuur en verbeteren die
Als een stad was overgenomen werd die stad geromaniseerd
Het regeringscentrum is de stad, er worden wegen naar de stad aangelegd waardoor handel
bevorderd.
k.a 4: de ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en
politiek in de Griekse stadstaat
Stadstaat = staat ter grote van een stad en haar omgeving met eigen bestuur, rechtspraak, regels
en leger
Vanaf 850 v.C: opkomst Griekse stadstaten (polis)
↳ tussen Griekse stadstaten was er onderling veel rivaliteit
- Autarkisch = zelfvoorzienend
- Autonoom = eigen bestuur en regels
Bestuurs-/staatsvormen:
1. Bestuur door 1 man:
- Monarchie: macht ligt legaal bij 1 man
- Tirannie: macht ligt ongewenst/ niet legaal bij 1 man
2. Bestuur door weinigen
- Aristocratie: regering van adel
- Oligarchie: regering van adel en slimste
3. Bestuur door allen
- Democratie, alle bevolking met burgerrecht (=als je man was en in de stad geboren bent)
Er kwam meer plaats voor meer inzicht in politiek, wetenschap en filosofie
Ostracisme/schervengericht: elk jaar mocht elke burger op 1 man stemmen die uit de stad werd
gezet, dit om tirannie mogelijk te voorkomen.
k.a 5: de groei van het Romeins imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in
Europa verspreidde
Bestuur Romeinse Rijk:
Koninkrijk Republiek Keizerrijk
(753 – 509 v.C) (509 v.C – 27 n.C) (27 – 476 n.C)
Nadat Julius Caesar een poging had gedaan om alleen heerser te worden, wordt zijn kleinzoon
augustus keizer. Augustus start de pax-Romana.
Pax-Romana > veiligheid en goed bestuur (nog nooit eerder zo lang gebeurd)
Soldaten bewaken de grenzen en zorgen voor orde in de steden
Een gouverneur was de lokale keizer van de provincie:
Orde
Ophalen belasting
Werven soldaten
Verspreiden Romeinse cultuur
Romeinen pakken dingen van de Griekse cultuur en verbeteren die
Als een stad was overgenomen werd die stad geromaniseerd
Het regeringscentrum is de stad, er worden wegen naar de stad aangelegd waardoor handel
bevorderd.