Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting portaal praktische didactiek voor taalonderwijs H1, H4, H3 paragraaf 3.1

Beoordeling
-
Verkocht
2
Pagina's
22
Geüpload op
04-04-2019
Geschreven in
2018/2019

Paus, H. (red.) (2018). Portaal. Praktische taaldidactiek voor het primair onderwijs. Bussum: Coutinho. Geheel hoofdstuk 1 en 4. Van hoofdstuk 3 alleen paragraaf 3.1. Kennistoets taal Hogeschool Utrecht semester 2, leerjaar 1, blok C

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Hoofdstuk 1: taalonderwijs
1.1 waarom taalonderwijs?
Via taal kunnen we onszelf uitdrukken en gaan we relaties aan met andere mensen. Taal
zorgt voor expressie en contact, twee primaire menselijke behoeften: jezelf kunnen uiten
en jezelf verbinden met anderen. Via taal kunnen we ook kennis vergaren en onszelf
ontwikkelen. Taal maakt ontwikkeling mogelijk.

1.1.1 kernfuncties
Er zijn drie kernfuncties binnen het taalonderwijs:
1. Kwalificatie: het zich eigen maken van kennis, vaardigheden en houdingen die
leerlingen kwalificeren voor het leven in onze rijke multiculturele maatschappij en
het uitoefenen van bijvoorbeeld een beroep. Voor taalonderwijs gaat het om
basale kennis van taal en de taalvaardigheden spreken, schrijven, lezen en
luisteren.
2. Socialisatie: het voorbereid worden op een leven als lid van een gemeenschap met
eigen tradities, gewoonten, regels en praktijken. Socialisatie is het proces waarbij
iemand bewust en onbewust cultuurkenmerken van een groep overneemt.
3. Subjectivering: de vorming van een persoon. Dit is een filosofische aanduiding
voor persoonsvorming waarbij de mens als subject wordt gezien en niet als object
waarover andere mensen beslissen wat ze met dat ‘ding’ willen doen. Het gaat
over menselijke individualiteit en subjectiviteit. De basisschool draagt eraan bij
dat leerlingen zich bewust worden van hun verantwoordelijkheid en dat ze ruimte
krijgen om zich aangesproken te voelen door hun omgeving.

1.1.2 kernfuncties en taalonderwijs
We geven taalonderwijs op de basisschool om leerlingen beter te leren spreken, luisteren,
schrijven en lezen. Daartoe laten we leerlingen oefenen in deze taalvaardigheden en
stellen we bepaalde kennis over taal aan de orde die we belangrijk vinden omdat
leerlingen daarmee betere taalgebruikers worden. Ze vergroten hun kennis van de wereld
door middel van taal en kwalificeren zich zo om in onze complexe, multiculturele
samenleving te leven.

Een andere reden is dat taal een belangrijk element is van onze cultuur. Tenslotte geven
we taalonderwijs omdat leerlingen door taal zichzelf leren kennen en uitdrukken.

1.2.1 visies op leren
Scholen richten hun onderwijs in op grond van aannames over hoe onderwijs het best
gegeven kan worden en hoe leerlingen leren. Die aannames zijn gebaseerd op
verschillende leertheorieën die in de loop der jaren ontwikkeld zijn. Bekende
leertheorieën zijn de behavioristische, cognitieve en constructivistische/sociaal-culturele
leertheorieën. Tegenwoordig zijn vormen van constructivistische theorieën populair. Het
constructivisme stelt dat interactie tussen de lerende en de leeromgeving centraal: leren
is een actief proces van kennisverwerking, waarbij de kennis ontstaat in interactie met
anderen. Naast wetenschappelijke theorieën zijn er maatschappelijke ontwikkelingen die
van invloed kunnen zijn op een visie op onderwijs. Vanaf eind jaren 60 kwam er een
emancipatorische ideologie op gang: communicatie en expressie gingen een belangrijke
rol spelen binnen het onderwijs. Ook kwam er aandacht voor de aansluiting bij de
leefwereld en het milieu van de leerlingen. Tegenwoordig is er veel aandacht voor
technologische ontwikkelingen. Er wordt gepleit voor aandacht voor de 21-eeuwse
vaardigheden: creativiteit, kritisch denken, probleemoplossingsvaardigheden,
communiceren, samenwerken, digitale geletterdheid, sociale en culturele vaardigheden
en zelfreguliering. Bij digitale geletterdheid gaat het om een combinatie van ICT-
basisvaardigheden, informatievaardigheden en mediawijsheid.

1.2.2 visies op taalonderwijs

Traditioneel taalonderwijs
Hierbij wordt taal gezien als een belangrijke drager van onze cultuur. In het traditionele
taalonderwijs ligt de nadruk op schriftelijke vaardigheden, en daarbinnen op
vormaspecten, grammatica. Wat leerlingen aan grammatica moeten leren is afgeleid van


1

,oude academische tradities. De ontleding in zinsdelen (redekundige ontleding) en de
benoeming van woordsoorten (taalkundige ontleding) wordt op de basisschool
aangeboden. Bij schrijven ligt het accent op de vorm van taal, met name op spelling. Bij
lezen ligt de nadruk op de techniek van lezen: leestechniek, leesbegrip en leesbeleving
worden precies uit elkaar gehouden. Er is weinig aandacht voor spreken en luisteren, de
leerkracht heeft de rol van overdrager van leerstof.

Een voordeel van taalonderwijs vanuit deze visie is dat het overzichtelijk is: verdeeld in
deelaspecten die los van elkaar zijn te bekijken en te analyseren. Een nadeel is dat de
aandacht voor de verschillende domeinen van het taalonderwijs niet evenwichtig is. Het
accent ligt op meetbare aspecten van taal. Ook wordt het geleerde door de leerlingen zelf
niet als betekenisvol ervaren.

Thematisch-cursorisch taalonderwijs
Het uitgangspunt van thematisch-cursorisch taalonderwijs is dat leerlingen vooral taal
leren door taal te gebruiken in zinvolle gebruikssituaties. Leerlingen werken zo veel
mogelijk vanuit bepaalde thema’s met taal. Naast thematische activiteiten zijn er
cursorische activiteiten waarbij leerlingen vak onderdelen oefenen die wel belangrijk
worden geacht maar die niet in het kader van een thema kunnen worden geleerd en
geoefend. Een voordeel van het werken vanuit deze visie is dat leerlingen in de thema’s
bezig kunnen zijn met activiteiten die ze zelf als zinvol ervaren. Nadelen zijn dat het
thematisch werken veel tijd kost, waardoor het moeilijk is een balans te vinden tussen
thematisch en cursorisch werken en dat het voor de leerkracht lastig is greep te krijgen
op datgene wat de leerlingen hebben geleerd. Deze visie op taalonderwijs kwam op vanaf
de jaren 70 toen in de samenleving het accent kwam te liggen op individuele
zelfontplooiing en maatschappelijke bewustwording.

Taal bij alle vakken
In deze visie wordt ervan uitgegaan dat taal meer is dan materie die geleerd moet
worden en dat je door middel van taal kunt leren. Taal gebruik je voor het leren van
nieuwe inhouden en voor het verkrijgen van nieuwe inzichten. Om dat doel zo goed
mogelijk in te zetten in de leerkracht sterk gericht op de interactie van de groep. De
bedoeling daarvan is leerlingen in de gelegenheid te stellen om te leren in klassikaal
verband of in kleinere groepen. De leerkracht probeert door uitgekiende instructies en
goed omschreven taaltaken het denkproces bij de leerlingen te ontwikkelen. Een
voordeel van het werken vanuit deze visie is dat leerlingen taal gebruiken in een situatie
die voor hen betekenisvol is, maar ook transferproblemen worden zo voorkomen. Een
nadeel kan zijn dat bepaalde taalonderdelen daardoor niet goed uit de verf komen omdat
deze beter systematisch aangeleerd kunnen worden. Spellingonderwijs kun je beter
cursorisch aanbieden. Aandacht voor deze visie groeide vanaf het begin van de jaren 80.

Communicatief taalonderwijs
Bij communicatief taalonderwijs staat centraal dat leerlingen leren om goed mondeling en
schriftelijk te communiceren. De aandacht gaat minder uit naar de correctheid van het
taalgebruik en meer naar het tot stand komen van de communicatie en het overbrengen
van de bedoeling van de spreker/schrijver. Het accent ligt op het leren spreken, luisteren
en lezen vanuit de gedachte: zenders  boodschap (de tekst)  ontvangers.
Leerkrachten die vanuit deze visie werken creëren reële communicatieve situaties zoals
die zich ook buiten de school kunnen voordoen. Een voordeel van het werken vanuit deze
visie is dat leerlingen gemotiveerd kunnen raken door de gekozen situaties. Een nadeel is
dat deze situaties – wanneer ze steeds moeten worden gekozen door de leerkracht –
gekunsteld kunnen worden. Ook kan niet alles in een reële communicatieve situatie
worden aangeboden en zal daarnaast onderwijs in deelgebieden zoals spelling wenselijk
zijn. Dit onderwijs ontwikkelde zich begin jaren 80.

Whole-languagebenadering
Deze taalvisie gaat ervan uit dat het voor leerlingen onnatuurlijk is om taal op te delen in
kleinere eenheden (domeinen) die apart aangeleerd worden. In plaats van hapklare
abstracte stukjes wordt taal als geheel aangeboden. Deze van oorsprong Amerikaanse
visie werd in Nederland opgepikt door de Stichting Taalvorming. Er wordt een grote


2

, waarde gehecht aan wat leerlingen te vertellen hebben en hoe ze dat zowel mondeling
als schriftelijk het best kunnen doen. Het uitgangspunt is dat alle leerlingen iets te
vertellen hebben. De keuze van onderwerpen is daarom van groot belang en de
onderwerpen worden zo gekozen dat ieder kind kan meepraten. Een ander uitgangspunt
is dat kinderen taal leren door taal te gebruiken: de ervaringen van het kind zijn het
uitgangspunt voor gesprekken. Op basis van gesprekken worden teksten geschreven die
dan weer worden besproken etc. De leerkracht bespreekt samen met de leerlingen hun
eigen teksten op basis van inhoud als vorm. De uitgangspunten van deze benadering zijn
ook terug te vinden in de wijze waarop leerlingen zakelijke teksten leren schrijven.
Daarvoor wordt gebruikgemaakt van voorbeeldteksten die samen met de leerlingen
geanalyseerd worden op specifieke genrekenmerken.

Strategisch taalonderwijs
Dit taalonderwijs is gebaseerd op de visie dat leerlingen voor het uitvoeren van
communicatieve taken strategieën moeten leren beheersen. In het taalonderwijs worden
de belangrijkste strategieën uitgelegd, gedefinieerd en aangeleerd. Een voordeel hiervan
is dat leerlingen de beschikking krijgen over een middel om greep op de taal te krijgen.
Een nadeel is dat de leerkracht de procedures gemakkelijk te rechtlijnig gebruikt of laat
gebruiken en steeds weer hetzelfde stappenplan laat toepassen, wat de leerlingen
mogelijk snel vervelend gaan vinden. Strategisch taalonderwijs is in het midden van de
jaren 80 populair geworden.

Taakgericht taalonderwijs
Taakgericht taalonderwijs gaat uit van het idee dat leerlingen niet alleen een taal leren
om er taken mee te kunnen uitvoeren, maar dat ze taal leren juist ook door zulke taken
uit te voeren. In deze visie vindt onderwijs plaats vanuit taken die leerlingen zelf
inhoudelijk interessant vinden. Linsen en Timmermans (2002) verwoorden als volgt: ‘Het
is noodzakelijk dat leerlingen geconfronteerd worden met dingen die ze eigenlijk nog niet
kunnen, met een uitdaging waar ze eventjes mee moeten worstelen, anders leren ze
weinig bij’. Er is dus een kloof tussen wat de leerlingen aan taalvaardigheid bezitten en
wat ze nodig hebben om de taak tot een goed einde te kunnen brengen. De bedoeling
van taakgericht taalonderwijs is dat leerlingen gemotiveerd genoeg zijn om die kloof te
overbruggen en al doende in interactie met anderen taalvaardiger worden, want wat
leerlingen zelf ontdekken blijft hangen en leidt tot fundamenteel leren. Voor werken
vanuit deze visie gelden dezelfde voor- en nadelen als voor het communicatieve
taalonderwijs en voor taal bij alle vakken. Taakgericht taalonderwijs is in de jaren 90
ontwikkeld door het Steunpunt N2 dat is overgegaan in het Centrum voor Taal en
Onderwijs.

Interactief taalonderwijs
Interactief taalonderwijs gaat ervan uit dat leerlingen taal het best leren in een krachtige
leeromgeving waarbij rekening wordt gehouden met hun individuele verschillen en
behoeften. Bij deze vorm van taalonderwijs staan betrokkenheid en activiteit centraal.
Interactief onderwijs bestaat uit drie manieren van leren: betekenisvol leren, sociaal leren
en strategisch leren.

1. Betekenisvol leren: betekenisvol leren gaat uit van het idee dat leren een actief
proces is, waarin kinderen hun kennis van de taal en van de wereld voortdurend
opnieuw organiseren op basis van het taalaanbod dat ze krijgen, de ruimte die ze
nemen en de feedback van hun omgeving.
2. Sociaal leren: leerlingen leren in samenspraak en samenwerking met anderen.
Onder invloed van het voorbeeldgedrag van volwassenen en door hun gesprekken
met volwassenen en leeftijdgenoten ontdekken leerlingen de betekenis en functie
van gesproken en geschreven taal. Samenwerkend leren is een veelbelovende
werkwijze.
3. Strategisch leren: leerlingen hebben concrete strategieën nodig om bepaalde
taalproblemen op een efficiënte wijze op te lossen. Zij verwerven veel van die
strategieën als vanzelf door samen te werken met anderen en door modelgedrag
van volwassenen over te nemen.



3

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Geheel hoofdstuk 1 en 4. van hoofdstuk 3 alleen paragraaf 3.1.
Geüpload op
4 april 2019
Aantal pagina's
22
Geschreven in
2018/2019
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$4.80
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Suzanne110 Hogeschool Utrecht
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
204
Lid sinds
8 jaar
Aantal volgers
182
Documenten
0
Laatst verkocht
1 jaar geleden

3.8

35 beoordelingen

5
9
4
13
3
11
2
2
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen