10 voor biologie
Hoofdstuk 15 – Ademhaling
Aerobe dissimilatie verbranding met zuurstof
Functie ademhalingsstelsel 83 A
Warmteafgifte
uitscheiding van water de communicatie
gaswisseling ruiken en proeven
Functie neus
Zuivering Bevochtiging
Verwarmen Ruiken
Wet van Fick formule voor diffusiesnelheid
Hemoglobine neemt O2 op en stimuleert CO2-afgifte
Ademhalingsbeweging
Buikademing – middenrif gaat naar beneden
Borstademing – ribben en borstbeen naar beneden
Restvolume de lucht die in de longen blijft
Vitale capaciteit hoeveelheid lucht die bij 1 ademhaling max. verplaatst kan worden
Ademminuutvolume volume lucht die per min in- of uitgeademd wordt
Inspiratoir reservevolume verschil tussen volume diepe inademing en ademvolume
Expiratoir reservevolume dito voor uitademing
Dode ruimte deel van de luchtwegen waar geen luchtwisseling plaatsvindt
Ademhaling wordt aangestuurd door het autonome zenuwstelsel, die het animale zenuwstelsel
bestuurt: je kunt dus tijdelijk je animale zenuwstelsel tegenhouden en je adem inhouden, maar
uiteindelijk grijpt je autonome zenuwstelsel in. Het autonome ademhalingscentrum bestaat uit een
groep zenuwstelsel in de hersenstam, die info krijgen van chemoreceptoren in de wand van
halsslagader en aorta d.m.v. CO2-concentratie, pH-waarde.
Ademhalingsziektes
Bijholteontsteking Astma
Keelontsteking COPD
Bronchitis Longkanker
Chitinelaag laag over huid van insecten, ondoorlaatbaar voor zuurstof
Tracheeën buisjes in de huis van insecten
Hoofdstuk 15 – Ademhaling
Aerobe dissimilatie verbranding met zuurstof
Functie ademhalingsstelsel 83 A
Warmteafgifte
uitscheiding van water de communicatie
gaswisseling ruiken en proeven
Functie neus
Zuivering Bevochtiging
Verwarmen Ruiken
Wet van Fick formule voor diffusiesnelheid
Hemoglobine neemt O2 op en stimuleert CO2-afgifte
Ademhalingsbeweging
Buikademing – middenrif gaat naar beneden
Borstademing – ribben en borstbeen naar beneden
Restvolume de lucht die in de longen blijft
Vitale capaciteit hoeveelheid lucht die bij 1 ademhaling max. verplaatst kan worden
Ademminuutvolume volume lucht die per min in- of uitgeademd wordt
Inspiratoir reservevolume verschil tussen volume diepe inademing en ademvolume
Expiratoir reservevolume dito voor uitademing
Dode ruimte deel van de luchtwegen waar geen luchtwisseling plaatsvindt
Ademhaling wordt aangestuurd door het autonome zenuwstelsel, die het animale zenuwstelsel
bestuurt: je kunt dus tijdelijk je animale zenuwstelsel tegenhouden en je adem inhouden, maar
uiteindelijk grijpt je autonome zenuwstelsel in. Het autonome ademhalingscentrum bestaat uit een
groep zenuwstelsel in de hersenstam, die info krijgen van chemoreceptoren in de wand van
halsslagader en aorta d.m.v. CO2-concentratie, pH-waarde.
Ademhalingsziektes
Bijholteontsteking Astma
Keelontsteking COPD
Bronchitis Longkanker
Chitinelaag laag over huid van insecten, ondoorlaatbaar voor zuurstof
Tracheeën buisjes in de huis van insecten