1. De pedagoog als normatieve professional en de gevolgethiek
Je kunt spreken over twee typen professionaliteit:
• Instrumentele professionaliteit
Als pedagoog heb je bepaalde instrumenten en methoden tot je beschikking. Welke technieken
werken voor wat je wilt bereiken?
≈ Bv. wanneer je een kind zindelijk wilt maken, geef je hem een stikker wanneer hij naar de
wc is gegaan.
• Normatieve professionaliteit
Alle keuzes die je maakt in de opvoeding, hebben een normatieve lading. Jij moet een keuze maken
en tot een oordeel komen wat goed is om te doen. Jouw oordeel is persoonlijk en subjectief.
≈ Welke techniek is wenselijk? Wat streef ik met mijn handelen na? Wat is ‘goed’ handelen en
waarom?
Ethiek is een systematische reflectie op de vraag naar goed handelen en goed leven.
Dit geeft ons…
à argumentaties (dit is goed want..)
à vragen (wat is hier de waarde van?)
à taal (welke woorden worden gebruikt?)
… met betrekking tot de vraag naar goed handelen.
Drie ethische perspectieven op goed handelen
Er is niet één perspectief dat gelijk heeft. Alle perspectieven belichten een bepaalde dimensie van de
werkelijkheid en geven een bepaalde indruk van de werkelijkheid. Als je maar één perspectief hanteert,
is je blik op de werkelijkheid eenzijdig. Als je van perspectief kan wisselen kan je vaak langzamerhand
het totaal plaatje zien.
Normatieve theorie Criterium Streeft naar
GEVOLGETHIEK Wat zijn de gevolgen van Maximaliseren van genot
het handelen?
BEGINSELENETHIEK Welke principes liggen ten Handelen op basis van
(DEONTOLOGIE) grondslag aan het redelijke morele regels.
handelen?
DEUGDEETHIEK Hoe vormt het handelen Handelen vanuit goede
het karakter? karaktereigenschappen.
, 1.1 De gevolgethiek (utilisme)
De eerste grondlegger van de gevolgethiek was Jeremy Bentham (1748-1832) Hij vroeg zich af wat er
verkeerd was aan handelingen waar niemand anders last van heeft. Ieder mens wil zoveel mogelijk
genieten, en zo min mogelijk pijn hebben. ‘Het grote geluk voor iedereen’
• Welke gevolgen heeft mijn handelen voor de pijn en genot bij mijzelf en anderen?
• Goed handelen is zoveel mogelijk genot voor zoveel mogelijk mensen.
De tweede grondlegger van de gevolgethiek van John Stuart Mill (1806-1873). Hij wilde extra aandacht
voor het belang van vrijheid. Vrijheid is zelfbeschikking én de mogelijkheid tot zelfontplooiing en
kwalitatief onderscheid tussen verschillende vormen van genot. ‘kwalitatief onderscheid in genot’
• Hoge- en lage soorten van genot
• Geestelijk genot is groter dan lichamelijk genot
• Hoog genot heeft betere gevolgen dan laag genot
Omdat je er op de lange termijn ook meer van geniet en het meer diepgang aan je leven geeft.
Samenvattend: goed handelen vanuit de gevolg ethiek:
• De focus ligt op de gevolgen van het handelen.
• Genot en individuele vrijheid als belangrijke waarden.
• Wat zorgt er voor het grootste geluk voor iedereen.
• Morele handelingen zijn middelen tot het maximaliseren van genot.
Voordelen utilisme Kanttekeningen utilisme
• Het utilisme geeft een objectieve maatstaaf voor • Het utilisme heeft weinig oog voor bijzondere relaties
goed handelen, die voor iedereen gelijk is. • Jij kunt niet alle gevolgen voorspellen of inschatten
• Het utilisme is goed te kwantificeren, de beste • Het utilisme is als enige perspectief vrij simplistisch ‘goed
handeling, is de handeling met de beste handelen’ is meer dan een afweging van pijn en genot.
uitkomsten
2. De plichtsethiek en deugdethiek
2.1 De plichtethiek (deontologie)
In de deontologische ethiek wordt beoordeeld welke handeling moreel juist is door te kijken of de
handeling zelf juist is, ongeachte de feitelijke gevolgen. Een andere naam voor deze benadering is
plichtethiek of beginselethiek.
Immanuel Kant (1724-1804)
• Wat is de grondslag van onze kennis over de wereld?
• Welke grondslag hebben wij voor onze kennis over de moraal?
• Waar liggen de grenzen van onze kennis over de wereld?