Kennisdoelen OC
De student benoemt de intelligentie-classificatie volgens de WISC-III-NL
(2004) en beschrijft welke consequenties dit kan hebben voor de
ontwikkeling van de communicatie
IQ Classificatie Gevolgen voor communicatie
130 Hoogbegaafd
121- Begaafd
130
111- Bovengemiddeld
120
90-110 Gemiddeld
80-89 Beneden gemiddeld
70-79 Laag begaafd (moeilijk
lerend)
50-69 Lichte verstandelijke
beperking
35-49 Matige verstandelijke
beperking
20-34 Ernstige verstandelijke
beperking
<20 Diepe verstandelijke
beperking
Onderwijs:
Basisonderwijs (BO): normaal IQ
Speciaal Basisonderwijs (SBO): IQ < 85
Speciaal Onderwijs (SO):
Cluster 1:
Visueel gehandicapte kinderen (incl. meervoudig gehandicapte kids).
Cluster 2:
o Dove/slechthorende kinderen (incl. meervoudig gehandicapte
kids).
o Ernstige spraak-taalmoeilijkheden (ESM)
Veel logo’s in cluster 2. Vaak sprake van niet-sprekende kids, dus veel
gebruik van OC (picto’s, gebaren, etc.).
Cluster 3:
o ZMLK: zeer moeilijk lerende kinderen IQ < 55 of 55 – 70 +
aanvullende problematiek.
Primaire probleem: cognitie.
o Mytylscholen: lichamelijk gehandicapte kinderen (incl.
meervoudig gehandicapte kids).
,Primair probleem: lichamelijke handicap.
Cluster 4:
o Zeer moeilijk opvoedbare kinderen
o Langdurig (psychiatrisch) zieke kinderen
o Autisme
o Scholen verbonden aan pedologische instituten
Kids met autisme kom je door alle clusters heen tegen.
Dagopvang:
KDC (= Kinderdagcentrum) of ODC (= Orthopedagogisch dagcentrum)
o Kids met verstandelijke beperking
o Kids met ernstige meervoudige beperking
(ontwikkelingsleeftijd <36 mnd)
IQ 0 – 35 kalenderleeftijd 0 – 18 jr., ontwikkelingsleeftijd 2 maanden – 2
jr.
(Ernstige) meervoudige beperking:
Kids met lage ontwikkelingsleeftijd lager dan 36 mnd. significant
verschil met kalenderleeftijd.
Onvoldoende exploratie en weinig initiatief: kids ontdekken wereld niet
uit zichzelf, wereld moet naar ze toe worden gebracht.
Ontwikkeling op veel gebieden langzamer.
Vaak motorische beperking: meestal niet primair, bijv. door nooit de
trap op te lopen een motorische achterstand oplopen.
Vaak zintuigelijke beperking:
o Horen, zien, voelen, etc. anders en/of slechter
o Kunnen zintuigen niet tegelijkertijd inzetten
o Vaak 1 zintuig uitgeschakeld
Weinig tot geen spraaktaalontwikkeling: vaak niet-sprekend.
Lust/onlust beleving: duidelijk zichtbaar iets wel/niet leuk vinden.
Belevings- en gedragsproblemen: omdat kids wereld slecht begrijpen,
hierdoor is alles spannend.
Veel eet- en drinkproblemen: kids onthouden niet wat ze wel/niet lekker
vinden + veroorzaakt door lage cognitie.
MAAR: wel behoefte aan relatie/communicatie.
, De student weet de betekenis van de begrippen dysmatuur en prematuur
en beschrijft welke invloed dit kan hebben op de ontwikkeling van de
communicatie
Dysmatuur: te laag geboortegewicht voor de duur van de
zwangerschap (baby kan wel op tijd zijn gekomen (á terme) (<2500
gram)
Prematuur: te vroeg geboren (<37 weken)
De student kent de definitie van Cerebrale Parese en kan de 3
hoofdgroepen benoemen en beschrijven
Cerebrale parese: een aandoening waarbij kinderen moeite hebben met
bewegen. Deze stoornis is ontstaan door een hersenbeschadiging, die voor
het eerste levensjaar heeft plaatsgevonden.
Dus, het is CP wanneer:
Het een houdings-bewegingsstoornis is
Waarvan de basis ligt in een beschadiging van de hersenen
Dat in het 1e levensjaar heeft plaatsgevonden Na het 1e levensjaar >
sprake van niet-aangeboren hersenletsel.
Niet progressief is
a. Spastische CP: unilateraal (vaak bij volwassenen) of bilateraal (vaak bij
kinderen)
Stoornissen in spieractivatie: problemen om spieren te activeren, gaat
heel traag. (Oorzaak = probleem in versturing van signaal/geleiding
van signaal/verwerking van signaal???) Gaat gepaard met stijfheid in de
spieren.
Stoornissen in biomechanische eigenschappen van de spier:
- Spierstijfheid
- Stoornis in spierlengte: vaak verkort door tekort aan
activatie/gebruik
Meest voorkomende vorm
b. Dyskinetische CP
Abnormale houding en/of bewegingen, onwillekeurige bewegingen (ook
in rust)
Onwillekeurige, ongecontroleerde, repeterend en soms stereotype
bewegingen
c. Atactische CP (vaak bij volwassenen, minst bij kinderen)
Abnormale houding en/of beweging: schokbewegingen
Verlies van normale spiercoördinatie zodat beweging met abnormale
kracht, ritme en precisie plaatsvindt, zoals hypermetrie (het missen van
een object van de geïntendeerde beweging) en dysdiadochokinesie (het
niet snel kunnen alterneren in bewegingsrichting)
De student benoemt de intelligentie-classificatie volgens de WISC-III-NL
(2004) en beschrijft welke consequenties dit kan hebben voor de
ontwikkeling van de communicatie
IQ Classificatie Gevolgen voor communicatie
130 Hoogbegaafd
121- Begaafd
130
111- Bovengemiddeld
120
90-110 Gemiddeld
80-89 Beneden gemiddeld
70-79 Laag begaafd (moeilijk
lerend)
50-69 Lichte verstandelijke
beperking
35-49 Matige verstandelijke
beperking
20-34 Ernstige verstandelijke
beperking
<20 Diepe verstandelijke
beperking
Onderwijs:
Basisonderwijs (BO): normaal IQ
Speciaal Basisonderwijs (SBO): IQ < 85
Speciaal Onderwijs (SO):
Cluster 1:
Visueel gehandicapte kinderen (incl. meervoudig gehandicapte kids).
Cluster 2:
o Dove/slechthorende kinderen (incl. meervoudig gehandicapte
kids).
o Ernstige spraak-taalmoeilijkheden (ESM)
Veel logo’s in cluster 2. Vaak sprake van niet-sprekende kids, dus veel
gebruik van OC (picto’s, gebaren, etc.).
Cluster 3:
o ZMLK: zeer moeilijk lerende kinderen IQ < 55 of 55 – 70 +
aanvullende problematiek.
Primaire probleem: cognitie.
o Mytylscholen: lichamelijk gehandicapte kinderen (incl.
meervoudig gehandicapte kids).
,Primair probleem: lichamelijke handicap.
Cluster 4:
o Zeer moeilijk opvoedbare kinderen
o Langdurig (psychiatrisch) zieke kinderen
o Autisme
o Scholen verbonden aan pedologische instituten
Kids met autisme kom je door alle clusters heen tegen.
Dagopvang:
KDC (= Kinderdagcentrum) of ODC (= Orthopedagogisch dagcentrum)
o Kids met verstandelijke beperking
o Kids met ernstige meervoudige beperking
(ontwikkelingsleeftijd <36 mnd)
IQ 0 – 35 kalenderleeftijd 0 – 18 jr., ontwikkelingsleeftijd 2 maanden – 2
jr.
(Ernstige) meervoudige beperking:
Kids met lage ontwikkelingsleeftijd lager dan 36 mnd. significant
verschil met kalenderleeftijd.
Onvoldoende exploratie en weinig initiatief: kids ontdekken wereld niet
uit zichzelf, wereld moet naar ze toe worden gebracht.
Ontwikkeling op veel gebieden langzamer.
Vaak motorische beperking: meestal niet primair, bijv. door nooit de
trap op te lopen een motorische achterstand oplopen.
Vaak zintuigelijke beperking:
o Horen, zien, voelen, etc. anders en/of slechter
o Kunnen zintuigen niet tegelijkertijd inzetten
o Vaak 1 zintuig uitgeschakeld
Weinig tot geen spraaktaalontwikkeling: vaak niet-sprekend.
Lust/onlust beleving: duidelijk zichtbaar iets wel/niet leuk vinden.
Belevings- en gedragsproblemen: omdat kids wereld slecht begrijpen,
hierdoor is alles spannend.
Veel eet- en drinkproblemen: kids onthouden niet wat ze wel/niet lekker
vinden + veroorzaakt door lage cognitie.
MAAR: wel behoefte aan relatie/communicatie.
, De student weet de betekenis van de begrippen dysmatuur en prematuur
en beschrijft welke invloed dit kan hebben op de ontwikkeling van de
communicatie
Dysmatuur: te laag geboortegewicht voor de duur van de
zwangerschap (baby kan wel op tijd zijn gekomen (á terme) (<2500
gram)
Prematuur: te vroeg geboren (<37 weken)
De student kent de definitie van Cerebrale Parese en kan de 3
hoofdgroepen benoemen en beschrijven
Cerebrale parese: een aandoening waarbij kinderen moeite hebben met
bewegen. Deze stoornis is ontstaan door een hersenbeschadiging, die voor
het eerste levensjaar heeft plaatsgevonden.
Dus, het is CP wanneer:
Het een houdings-bewegingsstoornis is
Waarvan de basis ligt in een beschadiging van de hersenen
Dat in het 1e levensjaar heeft plaatsgevonden Na het 1e levensjaar >
sprake van niet-aangeboren hersenletsel.
Niet progressief is
a. Spastische CP: unilateraal (vaak bij volwassenen) of bilateraal (vaak bij
kinderen)
Stoornissen in spieractivatie: problemen om spieren te activeren, gaat
heel traag. (Oorzaak = probleem in versturing van signaal/geleiding
van signaal/verwerking van signaal???) Gaat gepaard met stijfheid in de
spieren.
Stoornissen in biomechanische eigenschappen van de spier:
- Spierstijfheid
- Stoornis in spierlengte: vaak verkort door tekort aan
activatie/gebruik
Meest voorkomende vorm
b. Dyskinetische CP
Abnormale houding en/of bewegingen, onwillekeurige bewegingen (ook
in rust)
Onwillekeurige, ongecontroleerde, repeterend en soms stereotype
bewegingen
c. Atactische CP (vaak bij volwassenen, minst bij kinderen)
Abnormale houding en/of beweging: schokbewegingen
Verlies van normale spiercoördinatie zodat beweging met abnormale
kracht, ritme en precisie plaatsvindt, zoals hypermetrie (het missen van
een object van de geïntendeerde beweging) en dysdiadochokinesie (het
niet snel kunnen alterneren in bewegingsrichting)