Week 1 - Gezondheid, Preventie, Model, Fase 1
H1 + H2 (t/m 2.4)
Definitie van gezondheid
Gezondheidspsychologie combineert gezondheid en ziekte met menselijk gedrag
Rol van TP'er = het bevorderen van gezond gedrag, bijvoorbeeld door het geven van een voorlichting
of het ontwikkelen van een campagne
1. Wat gezond is, wil je aanwakkeren/bevorderen
2. Wat ongezond is, wil je afleren/ontmoedigen
Voorlichting
--> kern = gedrag veranderen
Vb: Stephen Hawking (ALS)
Wat is gezond?
• Wel of niet fysiek?
• Altijd of nooit bang? (vb: sociopaat)
o Tip: doe niet wat je niet wilt
• Dikke buik of bodybuilder?
• Down syndroom of blind?
"Mensen worden heel ongezond door de percepties die we elkaar willen opleggen"
Verschillende gezondheidsdefinities
Positieve gezondheid = het vermogen om zich aan te passen en eigen regie te voeren in het licht van
de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven (Huber, 2011)
WHO (Wereldgezondheidsorganisatie) 1948: gezondheid is een toestand van volledig lichamelijk,
geestelijk en maatschappelijk welzijn en niet slechts de afwezigheid van ziekte of andere lichamelijk
gebreken
--> de definitie van gezond zijn = ook gewoon een afspraak
3 vormen van preventie
1. Primaire preventie
• Voorkomen van een ziekte, gezondheidsproblemen of aandoeningen
• Vb: vaccinatie, rij-examen (ter voorkoming van een ongeluk)
2. Secundaire preventie
• Vroegtijdige opsporing
• Mensen in een voorstadium (risicogroepen)/ vroeg stadium van ziekte identificeren om erger
te voorkomen
3. Tertiaire preventie
• Je hebt al een opsporing
• Dan ga je kijken of je het nog kunt genezen
• Beheersen van handicap/ziekte om verdere invalidering te voorkomen --> mensen zijn al ziek
1
,Gezond leven
Voorbeelden --> het gaat om de argumentatie!
Hier krijg je minstens 2 of 3 vragen over!
1. Het nemen van antibiotica bij een keelontsteking = 3
2. Elk jaar mammografie als borstkanker in de familie voorkomt = 2
3. Stoppen met roken voorlichting (doel: voorkomen hart- en vaatziekten) = 1
4. Met medische klachten naar dokter = 2/3
5. Vaccinatie van griep bij ouderen = 1
6. Gordels dragen in auto = 1
7. Praatgroep o.l.v. psycholoog voor mensen waarbij kanker is geconstateerd = 1/2/3
8. Regelmatig onderzoeken van baby's op het consultatiegroep = 2
9. Reumapatiënt die oefeningen doet en medicijnen inneemt om de ontstekingen tegen te gaan =
3
Model voor planmatige gezondheidsvoorlichting en
gedragsverandering
Dit model moet je uit je hoofd kennen!
<-- Fase 1: Analyse van gezondheidsproblemen
<-- Fase 2: Analyse van gedrag
Fase 6: <-- Fase 3: Analyse van determinanten (bepalende
evaluatie factoren) van gedrag
<-- Fase 4: Interventie(maatregel)ontwikkeling
<-- Fase 5: Interventie-implementatie (ingevoerd) en -
disseminatie (verspreid)
Vb: (on)gezond eten bij kinderen
1. Analyse van gezondheidsproblemen: Het aantal kinderen dat dit probleem heeft, hoeveel geld
het kost, hoe groot het probleem is etc.
2. Analyse van gedrag: Weinig lichaamsbeweging, leefstijl, slecht eten etc.
3. Analyse van determinanten van gedrag
a. Persoonlijke factoren: families waar veel stress is
b. Situationele factoren: armere buurten (barst van ongezonde winkels), voorlichting op
scholen
4. Interventieontwikkeling: posters, afspraak dat je aan het begin van de dag gaat wandelen, er
ligt fruit in de klas, ouders worden uitgenodigd om ander eten te halen
5. Interventie-implementatie en -disseminatie --> komt later in de module!
6. Evaluatie
3 procent slaagt van de voorlichtingen!
Omdat iedereen zich ermee bemoeit!
2
, Gezond leven
Fase 1: analyse van de gezondheidsproblemen
Belangrijke vraag: Wat is het probleem en hoe groot is dat probleem?
In fase 1: onderzoek o.b.v. een aantal begrippen/ kwantitatieve maten
• Algemene gezondheid
o Levensverwachting = tot welk jaar leef je, gemiddeld aantal jaren dat mensen leven,
gebaseerd op sterftecijfers
o Gezonde levensverwachting = tot welk jaar blijf je gezond, gemiddeld aantal jaren dat
mensen leven in goede gezondheid, gemeten met enquêtes die bepaalde indicatoren
meten
o QALY = voor kwaliteit gewogen levensjaar
• Het optreden van aandoeningen
o Prevalentie = aantal zieken dat op een bepaald moment aan de ziekte lijdt. Hoeveel
mensen lijden aan een specifieke ziekte?
o Incidentie = aantal mensen in een bepaalde periode dat aan de ziekte gaat meedoen
(jaarlijks, wekelijks, dagelijks). Hoeveel nieuwe gevallen komen er (jaarlijks) bij?
o Sterftecijfer = aantal mensen dat doodgaat aan een aandoening per 100.000. hoeveel
mensen overlijden er aan deze ziekte?
• Het belang van aandoeningen
o Verloren levensjaren (YLL) = aantal levensjaren dat verloren gaat door een aandoening,
impact van sterfte = gemiddelde levensverwachting is 80 jaar, 60 jaar dood --> 20
verloren levensjaren
o Ziektejaren (YLD) = impact van prevalentie = aantal jaren dat je ziek bent/geleefd met
een aandoening
o DALY = ziektelast = maat voor totale last die ontstaat door ziekte (combinatie van
verloren levensjaren en ziektejaren) --> wordt gebruikt om aandoeningen met elkaar te
vergelijken
Waarschijnlijk is stress de grootste doodsoorzaak van vroegtijdig sterven
TIP: zing/dans aan het begin van de dag
Voorbeeld
Hoge incidentie --> komen er Lage incidentie --> komen er
veel bij weinig bij
Hoge Diabetes Ziektegevallen door kernramp
prevalentie
Lage Ernstige vormen van kanker Zeldzame ziektes
prevalentie
3