1 Welke verandering heeft wetenschapssociologie na Kuhn’s The Structure of Scientific Revolutions
doorgemaakt?
A Het sociale systeem van de wetenschap wordt vanaf dat moment als een bedrijf beschouwd waarin
de organisatie van het bedrijf centraal staat.
B Wetenschapssociologie heeft vanaf dat moment het empirische standpunt verlaten en is een vorm
van speculatie geworden.
C Wetenschapssociologie was niet langer de studie van wetenschapsmensen en hun instituties,
maar werd meer en meer de sociologie van de wetenschappelijke kennis.
2 Een patiënt komt met rugklachten bij de huisarts. De huisarts kan door gebruik te maken van
wetenschappelijk onderzoek niet achter de oorzaak van de aandoening komen en kan de klachten
niet wetenschappelijk verklaren. De arts redeneert daarom dat de rugpijnklachten niet kunnen
bestaan. Welke visie houdt de arts aan? Kies het beste antwoord.
A De common-sense visie
B De sciëntistische visie
C De traditionele visie
3 Welke gedachte spreekt de common sense opvatting van wetenschap tegen?
A. Normen en waarden spelen geen rol in de wetenschap, alleen harde feiten.
B. Wetenschap is autonoom: wetenschap laat zich niet beïnvloeden door politieke agenda’s of
commerciële voordelen.
C. Wetenschap is normatief: ze doet uitspraken over de voor- en nadelen van bepaalde
wetenschappelijke toepassingen.
4 Washburn en Hrdy hadden verschillende opvattingen over de ‘cruciale factor’ in de evolutie van de
mens. Wat was een belangrijke oorzaak van deze verschillende opvattingen?
A Warhburne maakte gebruik van empirische studies naar Australopithecus soorten, terwijl Hrdy
keek naar studies over Homo erectus.
B Washburn had als fundament voor zijn opvatting de hersengrootte, Hrdy had als fundament voor
haar opvatting de lichaamsomvang.
C Washburn had een traditioneel gezinsbeeld en Hrdy een vrijgevochten visie met betrekking tot
de rol van de vrouw.
5 Wat is in tegenspraak met de Moderne Constitutie zoals die volgens Bruno Latour door de
aanhangers van de Moderne Constitutie officieel wordt gepresenteerd?
A. De politieke emancipatie van de mensheid.
B. De samenhang tussen kennis en macht.
C. De wetenschappelijke beheersing van de natuur.
6 De Amerikaanse socioloog Merton probeerde de ongeschreven regels van de wetenschappelijke
gemeenschap in algemene normen te vangen. Hij formuleerde er vier waaronder die van
universalism. Wat houdt deze norm precies in?
A Alle onderzoeksresultaten moeten voor iedereen toegankelijk zijn
B De beoordeling van resultaten moet onafhankelijk zijn van ras, geslacht, sociale positie,
nationaliteit, religieuze identiteit en andere ‘irrelevante criteria’.
C Wetenschappers behoren een basishouding van wantrouwen tegenover wetenschappelijke
resultaten te hebben en deze houding moet zoveel mogelijk gesystematiseerd en
geïnstitutionaliseerd worden.