Ontwikkelingspsychopathologie – Hoorcolleges (2022)
Hoorcollege 1
Ontwikkelingsnormen -> abnormaal of normaal?
Emergence WHEN = Achterstand/Regressie (zindelijk, taalachterstand)
Occurence HOW MUCH = Frequentie/Intensiteit/Vasthoudendheid/Ongepast
Form WHAT = Veranderingen/Meerdere/Verschillende
Culturele normen -> abnormaal of normaal?
= vergelijking leggen is lastig, ieder land heeft eigen perceptie
Gender normen -> abnormaal of normaal?
= verwachtingen van gedrag van meisjes/jongens.
Situationele normen
= je gedrag aan de hand van de situatie.
Rol van volwassenen
= psycholoog, maar wanneer vinden ouders of leerkrachten iets abnormaal?
Veranderende kijk op abnormaliteit
= DSM verandert, wat we abnormaal vinden verandert over tijd.
*Er moet last worden ondervonden, er moet persoonlijk lijden zijn.
Classificatie van abnormaal gedrag
= DSM & ICD world health organization
Problematisch gedrag bestaat wanneer:
- Clusters van symptomen (symptomen die samen voorkomen)
- Symptomen zijn aanhoudend, terugkerend, intens, overdreven, onredelijk
- Symptomen veroorzaken klinische significante angst of beperking in belangrijke
levensgebieden.
Klinische benadering:
- Hoe psychologen hebben afgesproken wat ze hanteren
- Categorisch (je hebt het, of je hebt het niet)
- Algemeen gebruikt
- Blijft veranderen
Kritiek op de klinische benadering:
- Overgediagnosticeerd (criteria zo breed, dat mensen er snel invallen)
- Gebrek aan duidelijk bewijs van validiteit (wat is bijna elke dag)
- Gebrek aan duidelijke beslissingsregels
- Reïficeren stoornis (je doet alsof een stoornis echt iets is)
- Niet goed rekening houden met context
- Niet goed rekening houden met scheiding volwassenen/kinderen.
,Empirische benadering CBCL
- Van onderzoek afgeleide statistieken
- Syndromen
- Dimensionaal (kwantitatieve verschillen)
- Gebruik van data van normatieve steekproeven
Ontwikkelingspsychopathologie perspectief: een framewerk voor het begrijpen van
ongeordend gedrag in relatie tot normale ontwikkeling.
Bio-psycho-social model
= Al deze factoren worden in beschouwing genomen als je gaat kijken hoe psychopathologie
zich ontwikkelt:
- Biologisch
Genetische processen, zenuwstelselschade, temperament
- Psychologisch
Leerervaringen, cognitieve processen, emotie regulatie, uitvoerende functie
- Sociocultureel
Familie context, leeftijdsgenoot context, gemeenschap- en maatschappelijke context
Risicofactoren:
Protectieve factoren: aspecten in de omgeving en eigenschappen van jongeren die hen kunnen
beschermen tegen de invloed van stressoren en die bepaalde uitingen van psychopathologie
positief kunnen beïnvloeden.
Weerstand/weerbaarheid: veel risicofactoren, maar ondanks deze factoren je geen
psychopathologie ontwikkelt.
Moderatie & mediatie
= Predictor variabele – uitkomst variabele
Relatie tussen deze twee wordt sterker of kan van richting veranderen door een andere
variabele -> modererende variabele -> stress en internaliseren = gender.
Relatie tussen predictor en uitkomst wordt verklaard door een 3e variabele, oftewel een
variabele die ertussen zit -> mediërende variabele -> armoede en blootstelling aan geweld =
psychopathologie.
Directe/indirecte: geconceptualiseerd in relatie tot de uitkomst.
VS
Distaal/proximaal: geconceptualiseerd in relatie tot hoe dichtbij iets zich bevindt in een
persoons leven/ervaring.
*Alleen de stap voor de uitkomst is direct.
*Dichtbij centrum is proximaal in laagjes.
, Ontwikkelingspaden zijn eerder waarschijnlijk in plaats van deterministisch:
Equifiniliteit:
-> Meerdere risicofactoren kunnen tot dezelfde uitkomst leiden
Multifinaliteit:
-> Een risicofactor is niet specifiek voor één bepaalde stoornis
Continuïteit
Stoornislevel: homotypische en heterotypische -> iets veranderd
Symptoomniveau: homotypische en heterotypische -> eerst hyperactiviteit
Hoorcollege 1
Ontwikkelingsnormen -> abnormaal of normaal?
Emergence WHEN = Achterstand/Regressie (zindelijk, taalachterstand)
Occurence HOW MUCH = Frequentie/Intensiteit/Vasthoudendheid/Ongepast
Form WHAT = Veranderingen/Meerdere/Verschillende
Culturele normen -> abnormaal of normaal?
= vergelijking leggen is lastig, ieder land heeft eigen perceptie
Gender normen -> abnormaal of normaal?
= verwachtingen van gedrag van meisjes/jongens.
Situationele normen
= je gedrag aan de hand van de situatie.
Rol van volwassenen
= psycholoog, maar wanneer vinden ouders of leerkrachten iets abnormaal?
Veranderende kijk op abnormaliteit
= DSM verandert, wat we abnormaal vinden verandert over tijd.
*Er moet last worden ondervonden, er moet persoonlijk lijden zijn.
Classificatie van abnormaal gedrag
= DSM & ICD world health organization
Problematisch gedrag bestaat wanneer:
- Clusters van symptomen (symptomen die samen voorkomen)
- Symptomen zijn aanhoudend, terugkerend, intens, overdreven, onredelijk
- Symptomen veroorzaken klinische significante angst of beperking in belangrijke
levensgebieden.
Klinische benadering:
- Hoe psychologen hebben afgesproken wat ze hanteren
- Categorisch (je hebt het, of je hebt het niet)
- Algemeen gebruikt
- Blijft veranderen
Kritiek op de klinische benadering:
- Overgediagnosticeerd (criteria zo breed, dat mensen er snel invallen)
- Gebrek aan duidelijk bewijs van validiteit (wat is bijna elke dag)
- Gebrek aan duidelijke beslissingsregels
- Reïficeren stoornis (je doet alsof een stoornis echt iets is)
- Niet goed rekening houden met context
- Niet goed rekening houden met scheiding volwassenen/kinderen.
,Empirische benadering CBCL
- Van onderzoek afgeleide statistieken
- Syndromen
- Dimensionaal (kwantitatieve verschillen)
- Gebruik van data van normatieve steekproeven
Ontwikkelingspsychopathologie perspectief: een framewerk voor het begrijpen van
ongeordend gedrag in relatie tot normale ontwikkeling.
Bio-psycho-social model
= Al deze factoren worden in beschouwing genomen als je gaat kijken hoe psychopathologie
zich ontwikkelt:
- Biologisch
Genetische processen, zenuwstelselschade, temperament
- Psychologisch
Leerervaringen, cognitieve processen, emotie regulatie, uitvoerende functie
- Sociocultureel
Familie context, leeftijdsgenoot context, gemeenschap- en maatschappelijke context
Risicofactoren:
Protectieve factoren: aspecten in de omgeving en eigenschappen van jongeren die hen kunnen
beschermen tegen de invloed van stressoren en die bepaalde uitingen van psychopathologie
positief kunnen beïnvloeden.
Weerstand/weerbaarheid: veel risicofactoren, maar ondanks deze factoren je geen
psychopathologie ontwikkelt.
Moderatie & mediatie
= Predictor variabele – uitkomst variabele
Relatie tussen deze twee wordt sterker of kan van richting veranderen door een andere
variabele -> modererende variabele -> stress en internaliseren = gender.
Relatie tussen predictor en uitkomst wordt verklaard door een 3e variabele, oftewel een
variabele die ertussen zit -> mediërende variabele -> armoede en blootstelling aan geweld =
psychopathologie.
Directe/indirecte: geconceptualiseerd in relatie tot de uitkomst.
VS
Distaal/proximaal: geconceptualiseerd in relatie tot hoe dichtbij iets zich bevindt in een
persoons leven/ervaring.
*Alleen de stap voor de uitkomst is direct.
*Dichtbij centrum is proximaal in laagjes.
, Ontwikkelingspaden zijn eerder waarschijnlijk in plaats van deterministisch:
Equifiniliteit:
-> Meerdere risicofactoren kunnen tot dezelfde uitkomst leiden
Multifinaliteit:
-> Een risicofactor is niet specifiek voor één bepaalde stoornis
Continuïteit
Stoornislevel: homotypische en heterotypische -> iets veranderd
Symptoomniveau: homotypische en heterotypische -> eerst hyperactiviteit