Hoofdstuk 3 Strategisch management
3.1
Organisaties kunnen zich afstemmen op de omgeving en bekwaamheden ontwikkelen door
strategisch management toe te passen.
Strategie kan worden gedefinieerd als ‘een plan waarin staat aangegeven wat een organisatie wil
doen om haar doelstellingen te realiseren’.
Er zijn twee benaderingen van strategisch management:
de klassieke richting en is strategisch management gelijk aan strategische planning
de nieuwe of moderne richting: in de moderne vorm de opvattingen van Mintzberg te
herkennen zijn.
3.2
In de klassieke benadering van strategisch management is de organisatie gericht op de omgeving.
Hierbij wordt een analyse gemaakt van de sterktes en zwaktes van het bedrijf en de kansen en
bedreigingen.
Het proces van strategisch management bestaat uit drie fasen: situatieanalyse, strategievorming en
planning en implementatie.
, 3.3
De situatieanalyse staat ook wel bekend als de strategische audit of de SWOT-analyse (Strength-
Weaknesses-Opportunities-Threats).
Hierbij wordt het huidige profiel van de organisatie vastgesteld door te kijken naar de interne
en de externe omgeving van de organisatie. In de eerste fase worden de huidige visie, de
doelstellingen en de strategie gedefinieerd.
Visie kan worden gebruikt als managementinstrument. De rol hiervan kan worden geanalyseerd met
het 7-S-model van McKinsey, bestaande uit de zeven managementinstrumenten: structuur,
systemen, stijl van management, staf, sleutelvaardigheden, strategie en significante waarde.
Deze zijn allemaal even belangrijk en hangen sterk met elkaar samen. Een missie is een beschrijving
van product-marktcombinaties en de wijze waarop men hiermee een structureel
concurrentievoordeel kan behalen. Ook de principes moeten worden beschreven. Op basis van de
visie worden de organisatiedoelstellingen bepaald. Ze hebben vaak betrekking op
belangenevenwicht, winstgevendheid, kwaliteit, effectiviteit en efficiency, imago en gedragsregels.
Als de doelstelling is gekozen, wordt gekeken of deze kan worden behaald met de gekozen strategie.
3.1
Organisaties kunnen zich afstemmen op de omgeving en bekwaamheden ontwikkelen door
strategisch management toe te passen.
Strategie kan worden gedefinieerd als ‘een plan waarin staat aangegeven wat een organisatie wil
doen om haar doelstellingen te realiseren’.
Er zijn twee benaderingen van strategisch management:
de klassieke richting en is strategisch management gelijk aan strategische planning
de nieuwe of moderne richting: in de moderne vorm de opvattingen van Mintzberg te
herkennen zijn.
3.2
In de klassieke benadering van strategisch management is de organisatie gericht op de omgeving.
Hierbij wordt een analyse gemaakt van de sterktes en zwaktes van het bedrijf en de kansen en
bedreigingen.
Het proces van strategisch management bestaat uit drie fasen: situatieanalyse, strategievorming en
planning en implementatie.
, 3.3
De situatieanalyse staat ook wel bekend als de strategische audit of de SWOT-analyse (Strength-
Weaknesses-Opportunities-Threats).
Hierbij wordt het huidige profiel van de organisatie vastgesteld door te kijken naar de interne
en de externe omgeving van de organisatie. In de eerste fase worden de huidige visie, de
doelstellingen en de strategie gedefinieerd.
Visie kan worden gebruikt als managementinstrument. De rol hiervan kan worden geanalyseerd met
het 7-S-model van McKinsey, bestaande uit de zeven managementinstrumenten: structuur,
systemen, stijl van management, staf, sleutelvaardigheden, strategie en significante waarde.
Deze zijn allemaal even belangrijk en hangen sterk met elkaar samen. Een missie is een beschrijving
van product-marktcombinaties en de wijze waarop men hiermee een structureel
concurrentievoordeel kan behalen. Ook de principes moeten worden beschreven. Op basis van de
visie worden de organisatiedoelstellingen bepaald. Ze hebben vaak betrekking op
belangenevenwicht, winstgevendheid, kwaliteit, effectiviteit en efficiency, imago en gedragsregels.
Als de doelstelling is gekozen, wordt gekeken of deze kan worden behaald met de gekozen strategie.