Weer en klimaat
- Weer = Plaatselijk, verandert voortdurend.
- Klimaat = Langdurig, over een periode van 30 jaar.
Samenstelling en opbouw van de atmosfeer
- Atmosfeer, ontstaan toen de aarde begon af te koelen.
- Zwaartekracht zorgt ervoor dat de gassen niet verdwijnen.
- Hoe verder van het aardoppervlak weg, des te lager de concentratie van de
bestanddelen.
- Atmosfeer opgebouwd uit vier lagen.
- Troposfeer
- Stratosfeer
- Mesosfeer
- Thermosfeer
- Temperatuurgradiënt = 100 meter, daling 0,6 graden Celcius.
- Afwijkingen hangen af van de luchtvochtigheid. ( Hoe droger de lucht des te
groter de temperatuurgradiënt )
- Grenzen tussen de sferen noem je een pauze. ( troposfeer, stratosfeer, mesosfeer )
- Stratosfeer bevat veel O3 ( Ozon ) ⇒ Gas filtert de voor de mens schadelijke
UV-straling.
- Door de opname O3 wordt de stratosfeer warm.
Stralingsbalans
- Stralingsbalans = De verhouding tussen de kortgolvige instraling op de aarde, de
naar het heelal teruggekaatste straling en de langgolvige warmtestraling van de
aarde. ( Energiebalans )
- Albedo = Het deel van het naar een hemellichaam gestraalde licht dat dit
hemellichaam weer terugzendt. ( 30% )
- 20% wordt door de wolken weerkaatst en 4% door het aardoppervlak + 6%
die wordt verstrooid door de gasdeeltjes.
- In de troposfeer = 23% wordt door waterdamp en andere gassen geabsorbeerd.
- 47% wordt geabsorbeerd door het aardoppervlak. Uiteindelijk verdwijnt het weer in
de ruimte maar dit is erg langzaam door het broeikaseffect. ( Een deken over de
aarde, zonder zal het 33% kouder zijn )
Variaties in de stralingsbalans
- Hoeveelheid straling die een bepaald gebied op aarde ontvangt, is afhankelijk van:
- Breedteligging
- Albedo
- Gesteldheid aardoppervlak
- Energieoverschot tussen 35 graden NB en ZB door, concentratie straling daar hoger
dan verder van de evenaar. ( Komt door bolling aarde )
RHF