1 Rechtsbronnen/rechtsgebieden
1.1 De kenmerken van de rechtsbronnen wet, jurisprudentie, gewoonte en verdrag
beschrijven. (kennis)
Grondwet: Dit is de belangrijkste rechtsbron van het staatsrecht. In de Grondwet vind je de
basisregels van het staatsrecht. De Grondwet begint met de grondrechten. Daarnaast
beschrijft de Grondwet bijvoorbeeld de positie van de Tweede Kamer, van de regering en
van de koning.
Organieke wetten: Dit zijn wetten die gemaakt zijn in opdracht van de GW.
Jurisprudentie: De verzameling van rechterlijke uitspraken wordt de jurisprudentie
genoemd. Deze jurisprudentie is voor het staatsrecht vooral van belang voor de uitleg van de
grondrechten.
Internationale verdragen: Het internationaal recht wordt voor ons land steeds belangrijker.
Zo heeft de wetgeving van de EU bijvoorbeeld veel invloed op onze nationale wetgeving.
Gewoonte: Veel staatsrechtelijke regels staan niet in de Grondwet of in een andere wet. Ze
zijn in de praktijk ontstaan en langzamerhand een vaste gewoonte geworden.
1.3 De kandidaat kan voor een beschreven situatie bepalen welk deel van het
recht/rechtsgebied van toepassing is. (kennis)
Staatsrecht: Het staatsrecht beschrijft de organisatie van de overheid. Je vindt in het
staatsrecht de taken en de bevoegdheden van de verschillende overheidsorganen en regels
over de positie van de burger in de Staat.
Bestuursrecht: In het bestuursrecht staan de regels waaraan de overheid zich moet houden
als zij het land bestuurt.
Strafrecht:
Burgerlijk recht: in het burgerlijk recht gaat het vaak om zaken waar we dagelijks mee te
maken hebben: wonen, werken, aankopen doen, trouwen of een bedrijf beginnen. In het
burgerlijk recht worden de juridische relaties tussen burgers onderling geregeld.
Internationaal recht: het internationaal recht regelt de verhouding met andere landen en de
positie van ons land in allerlei internationale organisaties, zoals de Verenigde Naties en de
EU.
, Basiskennis indeling recht/rechtsregels.
2.1 de kandidaat kan voor een beschreven situatie vaststellen welk document van
toepassing is, zoals verzoekschrift, dagvaarding, conclusie van antwoord, conclusie van
repliek, conclusie van dupliek, beschikking, bezwaarschrift, beroepschrift. (kennis)
Verzoekschrift: vaak begint een rechtszaak met een dagvaarding. Maar het is ook mogelijk
dat de zaak met een verzoekschrift begint. Dit is bijvoorbeeld bij een scheiding het geval. Na
de verzoekschriftprocedure heet de uitspraak van de rechter geen vonnis, maar beschikking.
Dagvaarding: dit is een stuk dat wordt opgesteld door de advocaat van de eiser en waarin
precies staat wat de eiser wil van de gedaagde. De dagvaarding wordt door een deurwaarder
bij de gedaagde gebracht.
Conclusie van antwoord: als de gedaagde op de dagvaarding wil reageren, moet hij ook een
advocaat in de arm nemen. Deze advocaat stelt een stuk op waarin hij reageert op de inhoud
van de dagvaarding.
Conclusie van repliek: De conclusie van repliek is een schriftelijk stuk dat de eiser in een
civiele procedure indient in reactie op het verweer van de gedaagde in de conclusie van
antwoord. Het is dus het tweede schriftelijke stuk van de eiser in een procedure, na de
dagvaarding (en daarin opgenomen conclusie van eis) die wordt gebruikt om het geding te
starten.
Conclusie van dupliek: De conclusie van dupliek is een schriftelijk stuk dat de gedaagde in
een dagvaardingsprocedure gebruikt, in reactie op de conclusie van repliek van de eiser. Die
conclusie van repliek werd genomen na de conclusie van antwoord van de gedaagde, die
dan weer werd genomen na de dagvaarding (conclusie van eis).
Beschikking: Een beschikking is een specifieke, individuele of concrete vorm van een besluit.
Het is een schriftelijk besluit dat niet algemeen is.
Bezwaarschrift: Dat houdt dus in dat er een besluit is genomen en dat iemand die het daar
niet mee eens is, bezwaar kan maken bij hetzelfde bestuursorgaan als dat het besluit in
eerste instantie heeft genomen.
Beroepschrift: schriftelijk protest tegen een overheidsbeslissing bij een hogere
overheidsinstantie of bij een administratieve rechter. Een fiscaal beroepschrift moet u
indienen bij de Belastingkamer van het gerechtshof.
Comparitie van antwoord: dit betekent dat de zaak nu tijdens een zitting wordt behandeld.
Kort geding: een kort geding is een snelle mondelinge procedure.
Vonnis: uitspraak van de rechter.