A Ovidius’ afkomst en geboorte
Ille ego qui fuerim, tenerorum lusor amorum, quem legis, ut noris, accipe, posteritas.
Lusor + ego tenerorum + amorum quem + lusor posteritas + accipe
Opdat jij weet wie ik was, die bekende speelse zanger van liefdesgedichten,
die jij leest, luister nageslacht.
Ovidius karakteriseert zichzelf hier als een bekende dichter, schrijver van liefdesgedichten en
speels in zijn poëzie.
Door “ille ego”, “quem legis” en “accipe posteritas” laat Ovidius, trots op zijn roem, merken
dat hij het thema is van de Tristia. Het feit dat hij tot de oude ridders behoort (volgende
zinnen) vindt hij minder belangrijk.
Hij spreekt ons, het nageslacht, hier aan.
Sulmo mihi patria est, gelidis uberrimus undis, milia qui noviens distat ab urbe decem.
Uberrimus + sulmo gelidis + undis qui + Sulmo decem + milia
Sulmo is mijn vaderland, zeer rijk aan koude stromen, die negen keer tien
mijl van de stad verwijderd is.
Hij wil met de woordvolgorde illusteren hoe ver Sulmo is van Rome. Hij wil hier ook een beetje
geleerd doen (poeta doctus).
Editus hic ego sum, nec non, ut tempora noris, cum cecidit fato consul uterque pari: si
quid id est usque a proavis vetus ordinis heres, non modo fortunae munere factus
eques.
Pari + fato vetus + heres heres + factus
Hier ben ik geboren, en, opdat jij de tijd kent, toen beide consuls door een
gelijk lot zijn gevallen: als dit van enig belang is, onafgebroken vanaf mijn
voorvaderen een oude erfgenaam van de rang van ridders, niet kort geleden
door het geschenk van het lot ridder geworden.
Litotes: nec non dubbele ontkenning
Poeta doctus: in het geboortejaar van Ovidius, 43 voor Christus, stierven tegelijkertijd de
consuls van dat jaar.
Eufenisme: cecidit fato pari voor doodgaan
Ennalage: vetus hoort grammaticaal bij heres, maar inhoudelijk bij orinis.
Ovidius behoorde tot een oude ridderfamilie. Hij was niet op basis van vermogen een ridder
geworden. Met fortunae munere wordt verwezen naar de situatie dat burgers plots rijk
geworden waren door de burgeroorlog en daardoor ridder konden worden.
Nec stirps prima fui: genito sum fratre creatus, qui tribus ante quater mensibus ortus
erat.
Qui + fratre tribus + mensibus
,En niet was ik het eerste kind: ik kwam ter wereld, nadat mijn broer was
voortgebracht, die viermaal drie maanden eerder was geboren.
Poeta doctus: niet gewoon mededelen dat zijn broer precies een jaar eerder geboren was.
Lucifer amborum natalibus affuit idem: una celebrata est per duo liba dies.
Idem + Lucifer una + dies
Dezelfde dag was er voor de geboortedagen van beiden: een dag werd
gevierd door middel van twee offerkoeken.
Metonymia: lucifer is eigenlijk de morgenster, die symbolisch is voor het aanbreken van de
dag.
Hyperbaton: idem & Lucifer una & dies
Liba Ovidius en zijn broer waren op dezelfde dag geboren, maar dan een jaar later. Op de
geboortedag werd een offerkoek van meel, melk, olie en honing aan de genius geofferd. In
het geval van het gezin van Ovidius werden er twee koeken geofferd.
Dies is een vrouwelijk als het een hele speciale dag is, is dies vrouwelijk ipv mannelijk
Haec est armiferae festis de quinque Minervae, quae fieri pugna rima cruenta solet.
Minervae + festis quinque + festis prima + quae cruenta + quae
Deze is een van de vijf feestdagen voor de krijgshaftige Minerva, die
gewoon is als eerste met bloed bevlekt te worden door het gevecht.
Hyperbaton: armiferae & Minervae
Poeta doctus: met een verwijzing naar het Minervafeest is de precieze datum van Ovidius en
zijn broer duidelijk (20 maart). Het was bekend dat op de tweede dag van het Minervafeest de
gladiatorenspelen plaatsvonden. De eerste dag die bloederig werd van die vijf dagen was dus
de tweede dag.
Alliteratie: pugna prima
B Ovidius krijgt onderwijs; hij verliest zijn broer
Protinus excolimur teneri, curaque parentis imus ad insignes urbis ab arte viros.
Teneri + exclolimur insignes + viros urbis + viros
Dadelijk worden wij, nog heel jong, gevormd en door de zorg van onze vader
gaan wij naar de op grond van hun vakkennis bekende mannen van de stad.
Toen ze nog “heel jong” waren zullen ze een jaar of 6 zijn geweest, toen ze naar Rome gingen
ongeveer 17. De vader van Ovidius was de sturende kracht. Met urbs kan maar 1 stad
bedoeld zijn: Rome. Daar studeerden ze natuurlijk Retorica.
Hyperbaton: insignes viros
Frater ad eloquium viridi tendebat ab aevo, fortia verbosi natus ad arma fori: at mihi
iam puero caelestia sacra placebant, inqui suum furtim Musa trahebat opus.
Vridi + aevo natus + frater fortia + arma verbosi + fori puero + mihi
suum + opus
, Mijn broer legde zich vanaf jeugdige leeftijd toe op de welsprekendheid,
geboren voor de krachtige wapens van het woordenrijke Forum: maar bij mij
reeds als jongen vielen de hemelse erediensten in de smaak en trok de
Muze mij heimelijk naar haar werk.
Ovidius zijn broer had andere interessus dan Ovidius. Zijn broer interesseerde zich in de
welsprekendheid, Ovidius wilde eigenlijk gedichten schrijven.
Sacra: letterlijk de hemelse erendienst, maar hier gebruikt voor de dienst van de Muzen:
dichtkunst.
Antithese: Frater & mihi eloquium & caelestia sacra
Overeenkomst: viridi ab aevo & puero geeft aan dat de broertjes op dezelfde leeftijd hun
keuzes maakten
Metafoor: fortia arma zijn geen echte wapens, maar scherpe woorden (argumentatie)
Hyperbaton: fortia arma verbosi fori suum opus
Als de puer 17 is, neemt hij de toga virilis aan, waardoor hij een adulescens wordt.
Furtim: het lijkt alsof dit slaat op de Muze, maar Ovidius bedoelt dat hij er niet aan kon doen
dat hij poëzie schreef: buiten zijn wil om werd hij de poëzie ingetrokken. Hij kon het dichten
niet laten en dichtte waar en wanneer dat kon. Omdat ze waarschijnlijk door zijn vader niet op
prijs werd gesteld, deed hij dit stiekem.
Metonymia: de Muze word genoemd in plaats van de dichtkunst (Musa staat daarom ook
centraal)
Saepe pater dixit ‘Studium quid inutile temptas? Maeonides nullas ipse reliquit opes.’
Inutile + studium Maeonides + ipse nullas + opes
Vaak heeft mijn vader gezegd: ‘Waarom laat jij je in met een belangstelling
die niets oplevert? Zelfs de Maeonische heeft geen rijkdom nagelaten”
De Maeonische = Homerus. Dit is een a fortiori als redenering: als het zelfs Homerus niet
lukte om rijk te leven als dichter, zou dat Ovidius al helemaal niet lukken.
Motus eram dictis, totoque Helicone relicto scribere temptabam verba soluta modis.
Ik was door zijn woorden bewogen, en nadat ik de gehele Helicon had
verlaten, probeerde ik woorden te schrijven vrij van versmaat.
Ovidius was geraakt door de woorden van zijn vader.
Metonymia: concretum pro abstracto de Helicon is een concreet begrip (naam) voor iets
abstracts als de dichtkunst. Op de berg Helicon woonden de Muze. Met deze regel wil hij
zeggen dat hij naar zijn vader heeft geluisterd en stopte met dichten.
Met verba soluta modis bedoelt hij dat hij proza schreef.
Sponte sua carmen numeros veniebat ad aptos et quod temptabam dicere, versus
erat.
Aptos + numeros
Vanzelf kwam het lied tot geschikte maten, en wat ik probeerde te zeggen,
was een vers.