HC pulmonale en circulatoire transitie na de geboorte
Bij de transitie hoor je normaal gesproken een adequate gas-wisseling en toename van de oxygenatie van
het bloed te krijgen.
Pulmonaal
• Start ademhaling
• Klaring longvocht
• Aeratie long: ontstaan oppervlakte spanning alveoli
– long recoil
– FRC
Hemodynamisch
• 10 voudige toename in pulmonale bloedflow
• Separatie pulmonaal en systemisch circulatie
• Grote verandering cardiovasculaire functie
Problemen in de transitie:
- Wet lung
- Asfyxie:
o Primaire apnoe: alleen stimulatie nodig
o Gaspen zijn diepe ademteugen
o Secundaire apnoe: ventilatie nodig
- Prematuriteit: ze ademen, maar
o Onrijp ademhalingscentrum
o Matige spierkracht, matige drukken
o Compliante borstkas
o Surfactans tekort
o Onrijpe epitheliale natrium kanalen
Ondersteuning nodig
- Infectie
- Congenitale afwijkingen
Start ademhaling
• ademhalingsbewegingen vanaf 12 weken
• Productie long vocht door natrium kanalen in epitheel (2-5 ml/kg/u)
• supra-atmosferische druk
• ademhaling en druk: longgroei en ontwikkeling
• als het faalt: long hypoplasie
Start ademhaling bij geboorte:
Foetale ademhaling
• longgroei en ontwikkeling
• kleine volumes, discontinu (< 50%)
• < 20 cm H2O
• gesloten glottis
Ademhaling bij geboorte
• longvocht klaring en aeratie
• initieel grote volumes, continu
• hoge druk
• open glottis
Ademhalingscentrum, chemoreceptoren:
- Lage zuurstof spanning > negatief verband
, - Hypoxie > (positief verband) > adenosine > (negatief verband)
- Hyperoxie > (sterk positief verband)
- Normale oxygenatie > (positief verband)
- Prostaglandines > (negatief verband)
Neurale reflex:
- Rek receptoren long: J-receptor
- Zintuig receptoren: huid, oog, gehoor, geur
Klaring van longvocht en aeratie:
o Tijdens de partus: Mechanisch
- Osmotische gradiënt > Na-kanalen
Tijdens de geboorte moet het sneller gaan:
- Aeratie snelheid is 3 ml/kg/teug over de eerste 5 ademteugen
- Initieel heb je hoge drukken nodig
o Viscositeit water is veel groter dan viscositeit lucht
- Verhoogde druk in het interstitium > verklaart ‘wet lung’
Er is een positief eind expiratoire druk (PEEP) bij prematuren bij geboorte.
- No PEEP
- 5 cm H2O PEEP
Pulmonale transitie:
- Fase 1: verlengde inflatie
- Fase 2: PEEP
Long aeratie behouden:
- Expiratie braking manouever
- Surfactant
- ENaC
Fetal circulation:
- Lungs have a high PVR
- Placenta has a low SVR
Neonatal circulation:
- Lungs have a decreased PVR
- Increased SVR
1. Toename long doorbloeding
- Daling pulmonale vaatweerstand
o Mechanisch (afname druk in luchtwegen, shear stress)
o Toename oxygenatie
o Vrijkomen lokale vasodilatoren (NO)
o Aspecifiek (tot 60%)
2. Grote verandering cardiale functie
- Drastische toename bloedflow longen
- Drastische afname veneuze return hart
- Afnavelen nadat long aeratie heeft plaatsgevonden leidt tot stabielere hemodynamische transitie
- Placenta-ductus venosus: 30-50% veneuze return
3. Sluiting ductus
- PaO2
- Prostaglandines
- Turbulentie door L-R shunt
,Transitie :
• Start
ademhaling speelt een essentiële rol in zowel pulmonale als hemodynamische transitie
• longvochtklaring en aeratie door druk gegenereerd door ademteug
• is trigger voor: pulmonale doorbloeding, hartslag stijging
• beter eerst (be)ademen, dan afnavelen
Prematuriteit - Definitie:
• Amenorroeduur <37 wk
• 24-32 wk en/of GG < 1250 gram = IC-indicatie
• 24-26 wk extreme prematuriteit
- Laag geboorte gewicht:
• Low birth weight (LBW): <2500gr
• Very LBW (VLBW): <1500gr
• Extremely LBW (ELBW): <1000gr
Oorzaken prematuriteit
- Spontaan (50%)
- Intra-uteriene infectie
- Maternale factoren (PE/HELLP, maternale infectie, PPROM)
- Uterusafwijkingen, cervixinsufficiëntie
- Meerlinggraviditeit
- Congenitale afwijkingen
> Moeder: jong, lage sociale klasse, ongehuwd
RDS: Respiratoir distress syndroom
Oorzaken:
• Structureel onrijpe long (m.n. < 32 wk)
• Tekort aan surfactans (aanmaak 32-36 wk)
Incidentie:
• 50% 26–28 wk
• 25% 30–31 wk
• 5% 33-36 wk
Risicofactoren:
• Mannelijk geslacht
• Blank ras
• Sectio caesarea
• Maternale diabetes
Klinische symptomen van RDS
• Tachypneu > 60/min
• Neusvleugelen
, • Intrekkingen
• Kreunen
• Cyanose
verhoogde ademarbeid met onvoldoende oxygenatie zonder respiratoire ondersteuning
Behandeling IRDS
- Antenatale corticosteroïden
- nCPAP (continuous positive airway pressure) of intubatie
- Surfactans toediening
ODB: open ductus Botalli (arteriosus)
- Persisterende ductus Botalli
o Symptomen: Tachypnoea (L-R shunt), souffle, wijde polsdruk
o Gevolgen
Verminderde flow in aorta, hypoperfusie (NEC, metabole acidose)
Verhoogde pulmonale circulatie (longoedeem, dec cordis)
- Diagnostiek: Echocardiografie
- Behandeling:
o Vochtbeperking
o Medicamenteus (Ibuprofen)
o Chirurgisch (clippen)
Vanaf de partus neemt het vocht in de longen af. In het geboortekanaal worden de longen bij het kind
drooggeperst. Vocht wordt afgevoerd naar de lymfebanen. Door de stimulatie van de ademhaling wordt de
rest van het vocht ook opgenomen. De longen gaan openstaan, verhoging van zuurstof in je arteriële
systeem. Dit zorgt voor een verandering in de prostaglandine productie. De ductus blijft open door
prostaglandines. De prostaglandines worden geproduceerd door de ductus en de placenta. De placenta
wordt eraf gehaald na de geboorte, dus dit deel van de productie valt weg. Het deel van de ductus neemt
ook af doordat de arteriële zuurstofspanning toeneemt. De spierlaag in de ductus contraheert hierdoor,
waardoor de ductus sluit. Hierna is de normale situatie zoals bij volwassenen gecreëerd. Als het te lang
duurt voordat de ductus sluit, krijg je een persisterende ductus Botalli.