Historiografie & Geschiedfilosofie – Universiteit Leiden – collegejaar 2018-2019
Hoorcollege 7 – P. Vries – 25-03-2019
Historiografie is de geschiedenis van de geschiedschrijving. Wat is hier het nut van?
Geschiedenis houdt zich bezig met het verleden, het is dus niet meer dan nodig dat het zich
ook bezighoudt met de geschiedenis van het eigen vak.
Daarnaast is geschiedenis één van de weinige wetenschappen waar ook het verleden van het
vak een levendig en voor het heden relevant karakter heeft. Er vindt, in tegenstelling tot de
natuurwetenschappen, weinig echte falsificatie van oude verklaringen plaats. Oude
historische teksten zijn nog steeds informatief: historische discussies zijn discussies zonder
einde.
Historiografie is ook een vorm van cultuurgeschiedenis. Cultuur beïnvloedt namelijk de
geschiedschrijving van een tijdperk.
Wat is historiografie?
Dit is een ideaaltypisch beeld van geschiedbeoefening, geen keiharde definitie:
Het moet gaan over ‘ooit en ergens’. Dit betekent dat geschiedbeoefening zich niet
bezighoudt met sprookjes en mythes: het moet een geografisch en chronologisch aan te
duiden onderwerp hebben.
Het draait (uiteindelijk) om mensen. Historici houden zich niet bezig met de geschiedenis van
de aarde zonder de mensen, dit zou eerder geologie zijn.
Geschiedbeoefening is een vorm van onderzoek, het bevat verwijzingen naar ‘evidence’, een
onderbouwing met bronnenmateriaal.
Het resultaat van het onderzoek moet een verhaal of een argument, een stellingname in een
historische discussie zijn.
Wanneer ontstaat de historische discipline?
Er is breedgedeelde interesse voor het verleden, dit is niet per sé evident.
Er moet een disciplinaire infrastructuur bestaan. Denk hierbij aan het schrift, archieven,
onderwijs, en universiteiten. Zonder dit is het niet mogelijk om te blijven bestaan aan
discipline.
De aanwezigheid van historisch besef. Dit hangt samen met het gevoel dat historische
context belangrijk is om ‘te zeggen hoe het was’. Anders vervalt men in anachronismen, en
gaat men het verleden uitsluiten in termen van heden zien.
Het tweede deel van dit college behandelt de rol van geschiedbeoefening bij de Grieken, de
Romeinen, en tijdens de Middeleeuwen
De Grieken
Het verleden had bij de Grieken een lage status. Er was weinig historisch besef, men had meer
aandacht voor poëzie en filosofie. Wetenschap moest gaan over theorie en abstracte wetten. Men
hield zich wel met geschiedenis bezig als men er eeuwige lessen uit kan trekken (Thucydides).
Hoorcollege 7 – P. Vries – 25-03-2019
Historiografie is de geschiedenis van de geschiedschrijving. Wat is hier het nut van?
Geschiedenis houdt zich bezig met het verleden, het is dus niet meer dan nodig dat het zich
ook bezighoudt met de geschiedenis van het eigen vak.
Daarnaast is geschiedenis één van de weinige wetenschappen waar ook het verleden van het
vak een levendig en voor het heden relevant karakter heeft. Er vindt, in tegenstelling tot de
natuurwetenschappen, weinig echte falsificatie van oude verklaringen plaats. Oude
historische teksten zijn nog steeds informatief: historische discussies zijn discussies zonder
einde.
Historiografie is ook een vorm van cultuurgeschiedenis. Cultuur beïnvloedt namelijk de
geschiedschrijving van een tijdperk.
Wat is historiografie?
Dit is een ideaaltypisch beeld van geschiedbeoefening, geen keiharde definitie:
Het moet gaan over ‘ooit en ergens’. Dit betekent dat geschiedbeoefening zich niet
bezighoudt met sprookjes en mythes: het moet een geografisch en chronologisch aan te
duiden onderwerp hebben.
Het draait (uiteindelijk) om mensen. Historici houden zich niet bezig met de geschiedenis van
de aarde zonder de mensen, dit zou eerder geologie zijn.
Geschiedbeoefening is een vorm van onderzoek, het bevat verwijzingen naar ‘evidence’, een
onderbouwing met bronnenmateriaal.
Het resultaat van het onderzoek moet een verhaal of een argument, een stellingname in een
historische discussie zijn.
Wanneer ontstaat de historische discipline?
Er is breedgedeelde interesse voor het verleden, dit is niet per sé evident.
Er moet een disciplinaire infrastructuur bestaan. Denk hierbij aan het schrift, archieven,
onderwijs, en universiteiten. Zonder dit is het niet mogelijk om te blijven bestaan aan
discipline.
De aanwezigheid van historisch besef. Dit hangt samen met het gevoel dat historische
context belangrijk is om ‘te zeggen hoe het was’. Anders vervalt men in anachronismen, en
gaat men het verleden uitsluiten in termen van heden zien.
Het tweede deel van dit college behandelt de rol van geschiedbeoefening bij de Grieken, de
Romeinen, en tijdens de Middeleeuwen
De Grieken
Het verleden had bij de Grieken een lage status. Er was weinig historisch besef, men had meer
aandacht voor poëzie en filosofie. Wetenschap moest gaan over theorie en abstracte wetten. Men
hield zich wel met geschiedenis bezig als men er eeuwige lessen uit kan trekken (Thucydides).