Casus:
Een 35-jarige patiënte komt bij de dokter voor het bevolkingsonderzoek
baarmoederhalskanker. Er wordt een cervixuitstrijkje gemaakt. Deze wordt opgestuurd naar
het cytologisch laboratorium en wordt daar verder bewerkt. In het uitstrijkje worden
afwijkende cellen gevonden. De beoordeling volgens Papanicolaou is Pap 3a, passend bij
matige dysplasie en koilocytose. Koilocytose wordt waargenomen bij ca 20-30% van
patiënten die geïnfecteerd zijn met HPV. De patiënte wordt doorverwezen naar de
gynaecoloog die het afwijkende cervixslijmvlies verwijdert middels colposcopie en ablatio.
Na bewerking van dit weefsel in het pathologisch laboratorium wordt geen maligniteit
vastgesteld.
Opdracht:
1. Wat is de normale histologie en cytologie van de cervix?
Histologie van de cervix (baarmoederhalsmond):
- Ectocervix en endocervix, hier zit de transformatiezone tussen in (in het vierkant).
Cytologie van de cervix:
,- 2 soorten plaveiselcellen; oppervlakkig (paars) en intermediair (blauw).
- Oppervlakkige plaveiselcellen:
Grote (1600 µm2), polygonale (veelhoekige) cellen
Eosinofiel gekleurd (paars), transparant cytoplasma
Kleine, centraal gelegen rond/ovale, pyknotische kern
Soms kleine cytoplasma korreltjes
- Intermediaire plaveiselcellen:
Grote, polygonale cellen
Cyanofiel (blauw), transparant cytoplasma
Kleine ovale, vesiculaire kern, groter dan de kern van een oppervlakkige
plaveiselcel
- Endocervicale cylindercellen
Ong. ¼ van grootte plaveiselcel, cilindrisch van vorm
Cyanofiel (blauw), fijn gevacuoliseerd cytoplasma
Rel. grote kern met regelmatig verdeeld fijn granulair chromatine
Micronucleoli
- Endocervicale slijmbekercellen:
- Cylinderepitheel met trilharen:
, - Ligging endocervicale cellen in strip en sheet; honingraatstructuur:
- Bloedcellen
Neutrofiele granulocyten:
Erytrocyten
Lymfocyten
- Döderleinbacteriën