Thermosensoren: bevinden zich in de huid en de hersenen en registreren de bloedtemperatuur in de
kern en de schil van het lichaam.
Hypothalamus: zorgt bij afkoeling voor verminderde afgifte en extra productie van warmte en bij
oververhitting zorgt het voor extra afgifte en minder productie van warmte.
1. Klinische aandachtspunten, belangrijk om te weten.
1.1 Warmteproductie
Warmteproductie wordt gereguleerd door het brein en het endocriene systeem.
Centrale regulatie: de hypothalamus dient als thermostaat van het lichaam. Bij een
temperatuurverandering zal de hypothalamus impulsen afgeven aan de vlakbij gelegen hypofyse, de
hersenstam en de hersenschors om de warmteproductie aan te passen.
Hypofyse -> afgifte van TSH -> reguleert de werking van de schildklier -> TSH stimuleert de aanmaak
van thyroxine -> thyroxine komt via het bloed in de organen en spieren -> thyroxine activeert het
metabolisme -> hierdoor wordt er meer warmte gemaakt -> bloed temp stijgt -> hypothalamus zal
zijn signalen gaan remmen
Hersenstam reguleert de spiertonus via de efferente banen, bij kou zal de spiertonus toenemen,
waardoor onwillekeurige bewegingen ontstaan, zoals rillen en klappertanden.
Te hoge warmte productie:
- Grote inspanning
- Koorts
- Delirium tremens: delier bij ontwenningsverschijnselen van een alcoholverslaving. Gaat gepaard
met tremoren, overvloedig zweten, hartkloppingen en rode gelaatskleur.
- Maligne hyperthermie: de spieren reageren afwijkend op bepaalde anesthesiedampen in
combinatie met spierrelaxantia. Dit geeft massale spiercontracties en een snelle temp stijging. 5 a 6
graden in enkele minuten, gevolg is celschade en overlijden.
Te lage warmte productie:
- Uitputting: spieren produceren geen warmte meer door moeheid.
- Shock: spieren worden hypoxisch en worden minder in staat om warmte te genereren.
1.2 Warmteafgifte
Hypofyse: alleen een functie bij warmte productie.
Hersenstam: bijnieren stimuleren om adreanaline te produceren, die voor vasodilatatie of
-constrictie in de bloedvaten van de huid zorgt en de zweetklieren en transpiratie reguleert.
Hersenschors: warmte en kous signalen bereiken de hersenschors om adequaat te reageren op temp
veranderingen.
Huid: bij hoge temp ontstaat vasodilatatie in de huid, hierdoor kan de warmte via de huid
wegkomen.
Bij lage temp ontstaat vasoconstrictie in de huid, hierdoor wordt de schil van het lichaam dikker en
wordt de warmte makkelijker vastgehouden.