H11 politiek
In dit hoofdstuk behandelen behandelen we het kernconcept ideologie uitgebreider ook
behandelen we hoe politiek werkt en wat het beleid van de overheid is. Daarbij is het maken
van keuzes belangrijk (11.2 ideologie) en de spelregels om tot keuzes te komen (11.3 politiek
systeem) Via een soort landkaart van het maken van keuzes (besluitvormingsmodel) tot
uitkomsten daarvan (overheidsbeleid 11.4)
11.1 context Prinsjesdag
De 3e dag van september is het Prinsjesdag, de opening van een nieuw politiekjaar. De 3 e
dinsdag van september is een politieke institutie in Nederland. Een langdurig proces van
staatsvorming heeft er o.a voor gezorgd dat de koning de troonrede voorleest. De algemen
beschouwingen, die de dag na Prinsjesdag beginnen zijn ook politieke institutie en passen
bij ideologie. Partijen doen alles vanuit hun overtuiging, over hoe de ideale samenleving
eruitziet.
Elke politieke partij heeft andere ideeën over de meest wenselijke maatschappelijke en
politieke verhoudingen
Bij de beschouwingen hebben niet alle partijen evenveel macht (afhankelijk van zetels)
partijen in de coalitie werken samen voor een gemeenschappelijk doel. Dit is lastiger voor
oppositie partijen omdat zij geen gezamenlijke afspraak hebben en een eigen ideologie
11.2 ideologie
inleiding van standpunten
er zijn verschillende dimensies waarop standpunten in te delen zijn
- Links-rechts: hoeveel de overheid zich moet bemoeien met de economie
- Progressief-conservatief: gaat over hoeveel vrijheid mensen hebben in etische
kwesties (zoals abortus) en vooruit en behoud
- Nationalisme-internationalisme: de rol van een land in de wereld. Meer op binneland
of op buitenland gericht
- Materialisme-postmaterialisme: verschil tussen mensen gericht op tastbare zaken
rondom economie en abstracte zaken zoals milieu
• standpunten hangen samen
bij ideologie hangen standpunten samen. Verschillende standpunten, horen bij een
verschillende ideologie standpunten hangen samen over de maatschappij omdat er een
geheel van beginselen en denkbeelden aan ten grondslag
je kunt zeggen dat de beginselen en denkbeelden van ideologieën gaan over 3 onderwerpen
in de samenleving: politiek, economie, en cultuur daar horen de volgende vragen bij:
- Hoe moet de macht verdeeld worden?
- Hoe moeten goederen geproduceerd en gedistribueerd worden?
, - Hoeveel vrijheid ten opzichte van de overheid mogen mensen hebben?
Voordat we die vragen uitwerken plaatsen we ideologieën op een links-rechts verdeling
Tabel
Communisme en fascisme zijn extreem in hun ideologie er is maar ruimte voor één cultuur
en waar nodig geweld wordt gebruikt.
Het confessionalisme baseert zijn denkbeelden op de bijbel. Niet iedereen doet dat op
dezelfde manier daarom is het zowel links als rechts
Tabel
Uitgangspunten van drie ideologieën:
- Socialisme/ sociaaldemocratie: gelijkwaardigheid, sturende rol van de overheid om
dit te realiseren.
- Liberalisme: individualisme rechten en vrijheden
- Confessionalisme: Christelijke waarden en harmonie en samenwerking
Een politieke partij kan bij 2 ideologieën passen ook zijn er partijen die niet bij een ideologie
horen dit noem je piratenpartijen/ protestpartijen of single issue parties: richten zich op 1
onderwerp
11.3 Systeem
Deze paragraaf gaat over ‘het systeem van de politiek’
Politiek en actoren
Politiek: de gezaghebbende toedeling van waarden en belangen, de politiek heeft het gezag
gekregen van de bevolking
Waarden; gelijkheid, godsdienst…
Belangen; aanleggen wegen..
In Nederland hebben 6 verschillende actoren (uitbreiding trias politica) macht. Zij zijn
betrokken bij het nemen van besluit
Bij de 1e macht horen politieke partijen en bij de zesde macht horen externe adviseurs maar
ook lobby en pressiegroepen willen beide invloed uitvoeren op besluitvorming daarom zijn
ze een soort tussenpersoon tussen burger en overheid
Soms wordt een pressiegroep een single issue partij
Besluitvormingsmodellen
Het volk hoort ook bij de actoren d.m.v. Verkiezingen mag het aangeven wat wenselijk is
voor het land en welke besluiten er moeten worden genomen. Rondom verkiezingen zijn er
allemaal regels daarom kan het beschouwd worden als een politieke institutie net als het
maken van wetten
, De politiek kan worden uitgelegd aan de hand van 2 modellen: systeemmodel,
barrièremodel modellen zijn een soort van gebruiksaanwijzing van de politiek
Systeemmodel
Bij het systeemmodel, gaan er eisen in die door de politiek worden omgezet en er komt een
wet uit we onderscheiden de volgende fasen: Invoer (input) omzetting (conversie), uitvoer
(output), terugkoppeling (feedback)
Invoer
Wat er in de ‘fabriek van politiek’ gaat: eisen en steun poortwachters spellen een rol bij wat
naar binnen gaat zij kunnen media zijn, politieke partijen, pressiegroepen
Omzetting
het proces van omzetting gaat in verschillende (sub)fases
1. politieke agendavorming: er wordt bepaalt of een probleem wordt besproken. Deze
vragen spelen daarbij een rol:
- Is er veel steun vanuit de samenleving om het probleem aan te pakken?
- Hoe haalbaar is de oplossing?
- Hoe ernstig is het?
- In hoeverre willen belangrijke actoren nadenken ober dit maatschappelijke probleem?
- In hoeverre heeft dit onderwerp meer prioriteit dan andere?
2. beleidsvoorbereiding: er worden adviezen gegeven en alternatieven opgesteld.
3. beleidsbepaling: er worden beslissingen genomen
uitvoer
de eis wordt opgezet in een politiek besluit dat kan een wet of maatregel of handeling (zoals
staatsbezoek) zijn meestal worden deze dingen uitgevoerd door ambtenaren
feedback
besluitvorming stopt nooit. Daarom is feedback belangrijk
omgeving
besluitvorming wordt beïnvloed door de omgeving (verandering van de samenleving) we
kunnen de volgende aspecten en ontwikkelingen onderscheiden: demografisch, ecologisch,
culturele, economische, technologische en sociale
ze kunnen zorgen voor kansen maar ook bedreigingen
bindingen met andere landen
barrièremodel
in het barrièremodel ligt de nadruk op de omzetting. Er moeten in verschillende fase
barrières genomen worden. Sommige barrière hebben een bepaalde macht nodig om zo’n
barrière te kunnen nemen. (realisatiemacht) wanneer een actor niet wilt dat er wet komt
hindermacht
systeemmodel: legt nadruk op omgeving+ invloed uitoefenen op besluitprocessen
barrièremodel: realisatiemacht, hindermacht
11.4 overheidsbeleid
Het beleid dat op papier is gemaakt moet worden uitgevoerd, doe dat gebeurt staat in deze
paragraaf
Beleid