Hoofdstuk 2, Waarde en winst
2.1 Het economisch waardebegrip
2.1.1 Grondslagen van het economisch waardebegrip
Het transformatieproces:
Inkoopmarkt Onderneming Verkoopmarkt
Iputs Transformatieproces Outputs
Er wordt geïnvesteerd in productiemiddelen, omdat er verwacht wordt dat ze leiden tot
waardecreatie. De bedrijfswaarde is de contante waarde van de toekomstige netto-
ontvangsten of netto kasstromen uit hoofde van de te produceren goederen en/of diensten.
Netto is het verschil tussen de te realiseren verkoopontvangsten en de te verrichten
exploitatie-uitgaven. De netto-ontvangsten dienen contant gemaakt te worden tegen de
voor de onderneming geldende vermogenskostenvoet. De jaarwinsten zijn gelijk aan de
gehanteerde vermogenskostenvoet * de boekwaarde van de productiemiddelen per het
begin van de periode. Op het moment van aanschaf van de productiemiddelen worden
immers alle toekomstige netto kasstromen al in de beschouwing betrokken. Dat moment
ontstaat er een aanvangswinst die gelijk is aan het verschil tussen de bedrijfswaarde en het
investeringsbedrag.
De bedrijfswaarde wordt ook wel de indirecte opbrengstwaarde genoemd (of het
economisch winstbegrip/economic concept of profit). Indirect geeft aan dat er sprake is van
een afgeleide waardering, namelijk niet van de productiemiddelen die samen de
onderneming vormen rechtstreeks, maar van de goederen en diensten die door de
onderneming voortgebracht worden.
Ook kennen we de directe opbrengstwaarde, die bestaat uit de netto-opbrengst van de
productiemiddelen van de onderneming als zij door de onderneming worden verkocht in
plaats van voor voortgezette bedrijfsuitoefening te worden gebruikt. De netto-opbrengst is
het bedrag waartegen een productiemiddel naar verwachting verkocht kan worden onder
aftrek van nog te maken kosten. Onder normale omstandigheden is de directe
opbrengstwaarde lager dan de indirecte opbrengstwaarde.
Een speciale vorm van de directe opbrengstwaarde is de liquidatiewaarde: de waarde bij
gedwongen verkoop door faillissement.
2.1.2 Relevantie en betrouwbaarheid
De cijfers die het economisch waardebegrip oplevert, zijn zeer relevant. De essentie van een
onderneming is het omzetten van productiemiddelen in te verkopen goederen of diensten.
Door het vaststellen van de indirecte opbrengstwaarde kan beoordeeld worden of de
onderneming in staat is tot waardecreatie. Toepassing van het economisch waardebegrip is
met name waardevol bij het nemen van managementbeslissingen.
De betrouwbaarheid van het economisch waardebegrip is gebaseerd op de
toekomstverwachtingen van de bedrijfsleiding inzake afzet, verkoopprijzen,
exploitatiekosten, rentevoet etc. Indien er sprake is van een instabiele bedrijfsomgeving,
kunnen de schattingen van het management ontaarden in de bekende slag in de lucht met
als gevolg dat de waarde- en winstbepaling is gefundeerd op drijfzand.
2.1 Het economisch waardebegrip
2.1.1 Grondslagen van het economisch waardebegrip
Het transformatieproces:
Inkoopmarkt Onderneming Verkoopmarkt
Iputs Transformatieproces Outputs
Er wordt geïnvesteerd in productiemiddelen, omdat er verwacht wordt dat ze leiden tot
waardecreatie. De bedrijfswaarde is de contante waarde van de toekomstige netto-
ontvangsten of netto kasstromen uit hoofde van de te produceren goederen en/of diensten.
Netto is het verschil tussen de te realiseren verkoopontvangsten en de te verrichten
exploitatie-uitgaven. De netto-ontvangsten dienen contant gemaakt te worden tegen de
voor de onderneming geldende vermogenskostenvoet. De jaarwinsten zijn gelijk aan de
gehanteerde vermogenskostenvoet * de boekwaarde van de productiemiddelen per het
begin van de periode. Op het moment van aanschaf van de productiemiddelen worden
immers alle toekomstige netto kasstromen al in de beschouwing betrokken. Dat moment
ontstaat er een aanvangswinst die gelijk is aan het verschil tussen de bedrijfswaarde en het
investeringsbedrag.
De bedrijfswaarde wordt ook wel de indirecte opbrengstwaarde genoemd (of het
economisch winstbegrip/economic concept of profit). Indirect geeft aan dat er sprake is van
een afgeleide waardering, namelijk niet van de productiemiddelen die samen de
onderneming vormen rechtstreeks, maar van de goederen en diensten die door de
onderneming voortgebracht worden.
Ook kennen we de directe opbrengstwaarde, die bestaat uit de netto-opbrengst van de
productiemiddelen van de onderneming als zij door de onderneming worden verkocht in
plaats van voor voortgezette bedrijfsuitoefening te worden gebruikt. De netto-opbrengst is
het bedrag waartegen een productiemiddel naar verwachting verkocht kan worden onder
aftrek van nog te maken kosten. Onder normale omstandigheden is de directe
opbrengstwaarde lager dan de indirecte opbrengstwaarde.
Een speciale vorm van de directe opbrengstwaarde is de liquidatiewaarde: de waarde bij
gedwongen verkoop door faillissement.
2.1.2 Relevantie en betrouwbaarheid
De cijfers die het economisch waardebegrip oplevert, zijn zeer relevant. De essentie van een
onderneming is het omzetten van productiemiddelen in te verkopen goederen of diensten.
Door het vaststellen van de indirecte opbrengstwaarde kan beoordeeld worden of de
onderneming in staat is tot waardecreatie. Toepassing van het economisch waardebegrip is
met name waardevol bij het nemen van managementbeslissingen.
De betrouwbaarheid van het economisch waardebegrip is gebaseerd op de
toekomstverwachtingen van de bedrijfsleiding inzake afzet, verkoopprijzen,
exploitatiekosten, rentevoet etc. Indien er sprake is van een instabiele bedrijfsomgeving,
kunnen de schattingen van het management ontaarden in de bekende slag in de lucht met
als gevolg dat de waarde- en winstbepaling is gefundeerd op drijfzand.