Inhoud:
HC1 Inleiding vergelijkend staatsrecht & Staatsvorm BRD (Staatsvorm I)
HC2 Federalisme in de EU (Staatsvorm II)
HC3 De Bondspresident BRD en President Frankrijk (Staatshoofd I)
HC4 De president van de VS (Staatshoofd II)
HC5 Wetsprocedure NL, BRD, Frankrijk, VK (Wetgevingsprocedure I)
HC6 Wetsprocedure US Congress (Wetgevingsprocedure II)
HC7 Constitutionele verhoudingen binnen de Britse regering (De regering en de regeringsleider I)
HC8 Constitutionele verhoudingen in de Duitse Bondsregering (De regering en de regeringsleider II)
HC9 Gedragsregels voor leden van het parlement
HC10 Verhouding regering en parlement BRD, Frankrijk, EU, VK (Parlementair stelsel)
HC11 Verhouding president congres VS (De verhouding tussen regering en parlement in een zuiver
presidentieel stelsel)
HC12 Constitutionele toetsing
HC1 Inleiding vergelijkend staatsrecht & Staatsvorm BRD (Staatsvorm I)
Wat is het object en de methode van vergelijkend staatsrecht?
Landen: Duitsland, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk en Verenigde Staten.
Thema’s: Staatsvorm (ook EU), staatshoofd (vooral presidenten), regeringsstructuur,
parlement: gedragscodes en integriteit van leden, wetgevingsprocedures, verhouding tussen
regering en parlement (parlementaire democratie, vertrouwensregel), rechterlijke
organisatie/constitutionele toetsing.
- Bijzondere aandacht aan de Amerikaanse problematiek.
- Niet hele hoofdstukken uit je hoofd stampen zoals financiële verhouding en begroting: Lees
alleen de teksten die aansluiten op de colleges! Amerikaanse teksten en grondwetten
vertaald in engels staan op Brightspace, die mag je meenemen op tentamen!
- Op mondeling is vergelijkend staatsrecht ¼ van de vragen ongeveer.
We kijken naar westerse democratieën die functioneren vanuit het machtenscheidingsprincipe. De
principes die we in NL toegepast zien in ons eigen constitutionele recht zien we ook in de andere
landen. Belangrijke mate van verwantschap.
Gemeenschappelijke kenmerken
- Uitgangspunten: machtenscheiding
- Regeringsstructuur
o Allemaal regering met ministers
o Verhoudingen kunnen echter verschillen, bijv. sterkere of minder sterke positie van
regeringsleider
- Vertegenwoordigend lichaam
o Allemaal een parlement
- Onafhankelijke rechter en toetsing
Verschillen
- Verschillende begrippen en verschillende constructies
, o Bevoegdheden binnen een regering kan anders geregeld zijn
o Verschillende kiesstelsel voor parlement en verschillende werkwijzen, hoe een wet
tot stand komt
o Overal hebben overeenkomstige begrippen een eigen betekenis en invulling door de
verschillende grondwetten van de landen
- Verschillende achtergronden
o Waarom kiest men voor een structuur met een sterke regeringsleider?
Tentamenvraag: Wat zijn de verschillen tussen de landen? Wat zijn de voor- en nadelen? Wat spreekt
jou zelf het meeste aan?
Staatsvorm BRD
- Welke zijn de wezenlijke kenmerken van het federalisme? Hoe zijn de bevoegdheden
verdeeld in een federale staat? -
Staatsvorm in NL is ons bekend, Frankrijk is vergelijkbaar en Engeland lijkt er ook wel op.
Klassieke federale staatsvorm is in Duitsland. Volgende week trekken we de lijn door naar de EU.
Algemeen:
Twee modellen: Unitarisme en Federalisme
- Unitarisme – eenheidsstaat/centraal gezag
- Federalisme – statenbond (zwak)
- Federalisme – federale staat of bondsstaat (sterk)
Unitarisme: Hier staat Frankrijk bekend om, een heel sterk centraal gezag. Frankrijk is één en
ondeelbaar. De eenheidsstaatgedachte ligt verankerd in de GW. Een eenheidsstaat veronderstelt een
sterke centrale overheid, een concentratie van overheidsmacht in deze centrale overheid.
1. De lagere overheden die er zijn in de regio’s/gemeentes bezitten geen exclusieve
bevoegdheden (is typisch voor een eenheidsstaat). Centrale overheid kan bevoegdheden
decentraliseren en dus afstaan aan het decentrale niveau, maar deze kunnen ook
teruggehaald worden.
2. Daarnaast houdt de centrale overheid vergaand toezicht: Goedkeuring,
vernietigingsbesluiten. Centrale overheid heeft machtspositie. Er is wel decentrale
autonomie, maar die is sterk beperkt.
Er is een zwakke vorm van federalisme: Statenbond/confederatie.
- Voorbeeld hierbij is de EU. Een aantal soevereine staten die samenwerken in een
verdragsconstructie.
- In zo’n statenbond is er een recht van afscheiding/secessie: De lidstaten kunnen uitstappen.
- Vaak is er ook geen rechtstreekse werking van regelgeving op federaal niveau naar die staten
die deel uitmaken van de confederatie. Geen juridische band tussen de federale
staatsorganen en de burgers, dat werkt vaak via de staat zelf. Bij EU is dit dus anders, dit is
dus anders dan een klassieke statenbond/confederatie.
Daarnaast een sterke vorm van federalisme. Federale staat = Bondsstaat (twee woorden voor
hetzelfde). België is ook een federale staat die moeilijke functioneert en uiteen lijkt te vallen. Wij
gaan kijken naar Duitsland. Duitsland is een heel goed voorbeeld om de federale staat te bespreken
(ook: Oostenrijk, Zwitserland).
,Algemene kenmerken Duits federalisme
1. Tweeledige staat
o Men splitst de staat op in twee te onderscheiden niveaus
o Je hebt de staat als geheel (Bondsrepubliek Duitsland) en je hebt de deelstaten
2. Statelijkheid deelstaten
o De deelstaten zijn ook voor een belangrijk deel een staat. Het zijn niet zomaar
provincies of gemeenten waar je bevoegdheden aan af kunt dragen of kunt
wegnemen, maar eigenlijk zijn het allemaal kleine staatjes.
o Ze beschikken over de kenmerken van een staat. Dus eigen GW, eigen volledige
overheid (regering, min.-pres., ministers, parlement, eigen rechterlijke organisatie).
3. Eenheid in constitutioneel recht
o De deelstaten maken deel uit van de staat. Dat deel uitmaken van de staat is geen
verdragsconstructie, maar een staatsrechtelijk samenwerkingsverband op basis van
een federale (nationale) grondwet. Dus niet internationaalrechtelijk.
o Eenheid in staat (8 Grundgesetz). Bijv. elke deelstaat is republikeins, er kan niet
zomaar een staat zijn met een koning. Daarnaast zijn het allemaal parlementaire
democratieën. Daarom kon de DDR niet als zodanig opgaan in Duitsland, eerst moet
het veranderd worden in parlementair democratische deelstaten. Er zijn overal
grondrechten, maar die kunnen wel verschillen tussen de deelstaten. De
grondstructuur is overal hetzelfde.
4. Loyaliteit
o De verplichting om samen te werken. Problemen moeten samen opgelost worden:
Bundestraue.
5. Voorrang federaal recht
o Dit gaat dus boven het recht van de deelstaat. Zo wordt er een eenheid in
rechtssysteem gevormd.
6. Constitutioneel hof
o Een rechter die geschillen beslist tussen deelstaten onderling of tussen deelstaten en
de nationale overheid, die geschillen zijn opgedragen aan een speciaal
constitutioneel hof (Bundesverfassungsgericht).
o Ziet ook toe op het goed functioneren van de federale staatsorganen.
7. Zeggenschap deelstaten op federaal niveau
o Deelstaten hebben ook zeggenschap op nationaal niveau: Ze beslissen mee wat
betreft federale wetgeving of uitvoering zoals begroting via een speciale kamer van
het parlement: de Bondsraad (Bundesraad).
Waarom kiezen hiervoor?
- Duitsland kent een sterke federale traditie. Bundsrepublike uit 1948, maar de traditie gaat
veel verder terug. 1814 statenbond, 1871 eerste ervaring met federale staat (Duitse Rijk met
keizer Wilhelm en min.-pres. Bismarck). Dat ging door na WOI met Republiek. Men is
teruggekeerd naar de oude staatsvorm.
- Machtsconcentratie tegengaan, macht verdelen over verschillende niveaus.
- Democratieprincipe: Idee dat je de overheid dicht bij de burgers brengt in deelstaten en dat
die burgers dus meer zeggenschap krijgen op deelstaatniveau en op nationaal niveau.
, Hoe is het principe verankerd in de Duitse GW?
- Art. 20 GG (Grundsgezetsbuch): Die BRD ist ein demokratischer und sozialer Bundesstaat.
(bijzonder waarde van dit artikel komt terug in 79)
- Art. 79. GG: (3) Ein Änderung dieses Grundgesetzes, durch welche die Gliederung des Bundes
in Länder, die grundsätzliche Mitwirkung der Länder bei der Gezetsgebung oder die in den
Artikeln 1 und 20 niedergelegten Grundsätze berürht werden, is unzulässig.
Het principe van de federale staat mag niet worden gewijzigd door de grondwetgever. Je
kunt niet een voorstel tot herziening van GW aanhangig maken waarin staat Duitsland
geen federale staat meer is. Dit is één van de principes die je niet kunt wijzigen: Je mag
van Duitsland geen eenheidsstaat maken. Eeuwigheidsgarantie. Duitsland kan nooit
opgaan in de federalisatie van EU, maar zoals het nu is, kan het wel omdat Duitsland nog
altijd een soevereine bondsstaat is. Je kunt 79 lid 3 ook niet wijzigen, anders heeft deze
geen zin en is het een lege bepaling. De Grondwetgever mag niet wijzigen, maar het volk
zou wel door een referendum een nieuwe constitutie kunnen aanvragen.
Belangrijke conclusie: Federale principe ligt in de grondwet, maar het heeft ook een hele belangrijke
status omdat deze niet te wijzigen is.
Welk uitgangspunt geldt voor verdeling van bevoegdheden?
- Art. 30 GG: Die Ausübung der staatlichen Befugnisse und die Erfüllung der staatlichen
Aufgaben ist Sache der Länder, soweit dieses GG keine andere Regelung trifft oder zülasst.
o Principe van de verdeling van bevoegdheden. De uitoefening van overheidsmacht is
een aangelegenheid van de deelstaten, die hebben het primaat. Het komt toe aan de
deelstaten, tenzij de GW een andere regeling treft. Zij hebben dus de algemene
wetgevings-, uitvoerings- en rechtsprekende bevoegdheid.
Hoe zijn de wetgevingsbevoegdheden verdeeld?
- Art. 70 GG
o Zegt eigenlijk hetzelfde als artikel 30, maar dan specifiek voor wetgeving. Deelstaten
maken wetten, tenzij de GG dit opdraagt aan de federale organen. Herhaling van art.
30 GG.
- Art. 71 GG
o Op welke terreinen de federale wetgever exclusief bevoegd is (doet denken aan ons
art. 3 Statuut: Koninkrijksaangelegenheden).
- Art. 73 GG
o Werkt de onderwerpen van art. 71 GG uit.
o Redelijk beperkt
o Defensie, geld, nationaliteit (Duitse Staatsangehörigkeit in het boek mag je
overslaan), sinds 2007: wetgeving ter bestrijding van internationaal terrorisme
- Art. 72 GG
o De categorie van concurrerende wetgevingsbevoegdheden.
o Dit is een gemene categorie want de deelstaten zijn in principe bevoegd, totdat de
Bondswetgever zelf voor het hele land (dus op nationaal niveau) een regeling treft.