Hoorcolleges Pedagogische praktijkontwikkeling, onderzoek en beleid
Hoorcollege 1
Er zijn relatief weinig programma’s effectief gebleken op het hoogste niveau van de effectladder. Steeds meer
richting resultaatgericht onderzoek bottom up, praktijkgestuurd. Evidence-based moet als streven worden
gezien, is niet altijd haalbaar voor kleine organisaties (geld, middelen). Criteria voor interventies voor pesten:
1. Het programma is theoretisch goed onderbouwd
o Het programma wordt verantwoord met actuele theoretische inzichten die empirisch getoetst zijn
o Er wordt onderbouwd hoe en waarom het programma de doelen bereikt
o In het programma staat dat het gericht is op het voorkomen en/of verminderen van pesten
o Er is een definitie van pesten waarin de verschijningsvormen worden genoemd
o De gebruikers (onderwijsprofessionals en leidinggevenden), doelgroep (leerlingen) en andere
betrokkenen (ouders, sportclubs, jeugdhulp etc.) bij het programma zijn omschreven
o Eventuele uitsluitingscriteria en contra-indicaties staan aangegeven
o Het programma heeft betrekking op de schoolse situatie (in en om de school, in de klas)
2. Het programma is empirisch adequaat onderbouwd
o Er zijn eerste aanwijzingen voor effectiviteit beschikbaar o.b.v.: voldoende opgedane
praktijkervaringen met het programma en resultaten van empirisch effectonderzoek
o In het effectonderzoek is een adequaat onderzoeksdesign gehanteerd
o De metingen zijn verricht met betrouwbare en valide instrumenten
o De beoogde doelgroep is in het onderzoek bereikt
o De veranderingen hebben betrekking op doelen en doelgroep
o Er zijn adequate statistische technieken toegepast
o Er zijn effectgroottes berekend
o De statistische power van de gebruikte toets is voldoende
3. Randvoorwaarden om programma uit te voeren zijn duidelijk
o Er is een handleiding van het programma beschikbaar waarin tenminste de volgende elementen zijn
beschreven: doelen, leerdoelen, opzet, aanpak, tijdspad, werkvormen, didactische uitgangspunten,
rol van de gebruiker, evaluatie, materialen
o In het programma is vastgelegd welke competenties (kennis, vaardigheden) en attitude gevraagd
worden van de gebruiker van het programma
o In het programma zijn de randvoorwaarden aangegeven die nodig zijn om het programma goed uit te
voeren zoals tijd, geld, middelen, draagvlak en betrokkenheid scholen
o In het programma is aangegeven op welke wijze er is gezorgd, of gezorgd kan worden, voor
enthousiasme bij de gebruikers en doelgroep voor het programma
o Er is een systeem van evaluatie van tevredenheid bij gebruikers en doelgroep over het programma
beschikbaar, dat interpreteerbare uitkomsten geeft
o In het programma wordt beschreven hoe borging van het programma in het schoolbeleid dient te
gebeuren
Beoordelingsschema voor een interventie, voor de eindopdracht. Toelichting is belangrijker dan de ‘score’.
Praktijkontwikkeling, beleid en onderzoek komen samen in deze cursus.
Praktijkinterventies staan in deze cursus centraal t.a.v.: jeugdzorg, sport/gezondheid, onderwijs
- Wat maakt een programma tot een succesvol programma?
- Voor wie en wanneer werken ze (moderatoren)?
- Hoe en waarom werken ze (mediatoren)?
Pedagogiek = praktische wetenschap 4een wetenschap, welke haar object niet slechts wil kennen om te
weten hoe de dingen zijn, ze wil – wat ze bestudeert – leren kennen om te weten hoe op kortere of langere
termijn gehandeld moet worden”.
Soorten vraagstellingen:
- Praktijkgericht/explorerend = ontwerpvraagstelling, determinantenanalyse
- Praktijkgericht/toetsend = evaluatievraagstelling
, o Inhoud/product (eindopdracht)
o Proces/implementatie
o Effect (output/outcomes)
Regulatieve cyclus
Effectiviteit van interventies
Trede 0 = werken met impliciete kennis
Trede 1 = voorwaardelijk, goed beschreven interventies
Trede 2 = veelbelovend, theoretisch goed onderbouwde interventies
Trede 3 = doeltreffende interventies, eerste empirische aanwijzingen
Trede 4 = plausibel, goede empirische aanwijzingen
Trede 5 = werkzaam, sterke empirische aanwijzingen
Model van planmatige gezondheidsvoorlichting: volgens het Precede/Proceed-model (= model voor
planmatige gezondheidsvoorlichting) van Lawrence Green en Intervention Mapping Model (= model voor
ontwerp interventie). Wanneer ‘we iets aan voorlichting willen gaan doen’, moeten we niet zomaar een aardige
folder of tv-spot gaan maken op basis van ervaring en creativiteit alleen (4practice based evidence”). De
voorlichting/interventie moet resultaat zijn van een stapsgewijze proces van analyse, ontwikkeling,
implementatie en evaluatie, veelal gezondheidsbevorderende activiteiten (gezondheidswinst). Evidence-based
denken en handelen centraal. Je begint ook echt bij stap 1: beschouwing van de kwaliteit van leven van een
bepaalde doelgroep aan de hand van inventarisatie van hun behoeften en problemen.
Model van planmatige gezondheidsvoorlichting heel goed kennen voor tentamen. Interventie evalueren of
ontwikkelen op tentamen a.d.h.v. dit model
, Algemeen methodische voorwaarden voor effectiviteit
Doelstellingen moeten afgestemd zijn op de determinanten
Seksuele intimidatie en misbruik: enige vorm van ongewenst verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een
seksuele connotatie (duiding) dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast,
in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt
gecreëerd. Verschil is de mate van ernst.
Seksuele intimidatie: lastigvallen van anderen met seksueel getinte toespelingen of gebaren, ander in
verlegenheid brengen of angst inboezemen (aantasting van waardigheid slachtoffer).
Seksueel misbruik: fysieke vergrijpen, altijd sprake van ernstige strafbare feiten. Iemand wordt gedwongen
om seksuele handelingen uit te voeren, te ondergaan of daarvan getuige te zijn.
Hoorcollege 2 Gezondheid, gezondheidsvoorlichting en gedragsbeïnvloeding
Preventie (overheid): planmatig voorlichten en handelen om gedrag te beïnvloeden:
- Roken is slecht voor je gezondheid/dodelijk
- Drink met mate
- Rookverbod café
Jou bewust maken van de schadelijke gevolgen van bijv. roken of drinken
- Kinderachtig om een vandaal te zijn
- Vmbo’ers en inactiviteit
- Kijkwijzer tv geweld op televisie
- Frisdrank/suiker taks
Gedragsbeïnvloeding
Gericht op het bevorderen van gewenst gedrag (sporten, folders gebruiken).
Kern, niveau en doel van interventie kennen voor tentamen.
Gezondheid = maatschappelijke (opvoedings)vraagstukken inenting, doping in de sport, seksuele
intimidatie, kinderen met obesitas etc.
Wat is gezond en wat niet en waarom?
Wat zijn mogelijke operationaliseringen van gezondheid?
Wat is de norm?
En wie bepaalt die norm (discours/belangen)?
Definitie gezondheid WHO: 4Health is the state of complete physical, mental and social wellbeing, and not
merely the absence of disease or infirmity”. Aanvulling: 4Health is the ability to adapt and to self-manage, in
the face of social, physical and emotional challenges” = dynamischer.
Gezondheid geoperationaliseerd naar (door Huber) lichaamsfuncties, mentale functies & -beleving, spirituele
dimensie, kwaliteit van leven, sociaalmaatschappelijke participatie en dagelijks functioneren. Iedereen hecht
andere waarden aan de verschillende dimensies (figuur 1 in presentatie).
Hoorcollege 1
Er zijn relatief weinig programma’s effectief gebleken op het hoogste niveau van de effectladder. Steeds meer
richting resultaatgericht onderzoek bottom up, praktijkgestuurd. Evidence-based moet als streven worden
gezien, is niet altijd haalbaar voor kleine organisaties (geld, middelen). Criteria voor interventies voor pesten:
1. Het programma is theoretisch goed onderbouwd
o Het programma wordt verantwoord met actuele theoretische inzichten die empirisch getoetst zijn
o Er wordt onderbouwd hoe en waarom het programma de doelen bereikt
o In het programma staat dat het gericht is op het voorkomen en/of verminderen van pesten
o Er is een definitie van pesten waarin de verschijningsvormen worden genoemd
o De gebruikers (onderwijsprofessionals en leidinggevenden), doelgroep (leerlingen) en andere
betrokkenen (ouders, sportclubs, jeugdhulp etc.) bij het programma zijn omschreven
o Eventuele uitsluitingscriteria en contra-indicaties staan aangegeven
o Het programma heeft betrekking op de schoolse situatie (in en om de school, in de klas)
2. Het programma is empirisch adequaat onderbouwd
o Er zijn eerste aanwijzingen voor effectiviteit beschikbaar o.b.v.: voldoende opgedane
praktijkervaringen met het programma en resultaten van empirisch effectonderzoek
o In het effectonderzoek is een adequaat onderzoeksdesign gehanteerd
o De metingen zijn verricht met betrouwbare en valide instrumenten
o De beoogde doelgroep is in het onderzoek bereikt
o De veranderingen hebben betrekking op doelen en doelgroep
o Er zijn adequate statistische technieken toegepast
o Er zijn effectgroottes berekend
o De statistische power van de gebruikte toets is voldoende
3. Randvoorwaarden om programma uit te voeren zijn duidelijk
o Er is een handleiding van het programma beschikbaar waarin tenminste de volgende elementen zijn
beschreven: doelen, leerdoelen, opzet, aanpak, tijdspad, werkvormen, didactische uitgangspunten,
rol van de gebruiker, evaluatie, materialen
o In het programma is vastgelegd welke competenties (kennis, vaardigheden) en attitude gevraagd
worden van de gebruiker van het programma
o In het programma zijn de randvoorwaarden aangegeven die nodig zijn om het programma goed uit te
voeren zoals tijd, geld, middelen, draagvlak en betrokkenheid scholen
o In het programma is aangegeven op welke wijze er is gezorgd, of gezorgd kan worden, voor
enthousiasme bij de gebruikers en doelgroep voor het programma
o Er is een systeem van evaluatie van tevredenheid bij gebruikers en doelgroep over het programma
beschikbaar, dat interpreteerbare uitkomsten geeft
o In het programma wordt beschreven hoe borging van het programma in het schoolbeleid dient te
gebeuren
Beoordelingsschema voor een interventie, voor de eindopdracht. Toelichting is belangrijker dan de ‘score’.
Praktijkontwikkeling, beleid en onderzoek komen samen in deze cursus.
Praktijkinterventies staan in deze cursus centraal t.a.v.: jeugdzorg, sport/gezondheid, onderwijs
- Wat maakt een programma tot een succesvol programma?
- Voor wie en wanneer werken ze (moderatoren)?
- Hoe en waarom werken ze (mediatoren)?
Pedagogiek = praktische wetenschap 4een wetenschap, welke haar object niet slechts wil kennen om te
weten hoe de dingen zijn, ze wil – wat ze bestudeert – leren kennen om te weten hoe op kortere of langere
termijn gehandeld moet worden”.
Soorten vraagstellingen:
- Praktijkgericht/explorerend = ontwerpvraagstelling, determinantenanalyse
- Praktijkgericht/toetsend = evaluatievraagstelling
, o Inhoud/product (eindopdracht)
o Proces/implementatie
o Effect (output/outcomes)
Regulatieve cyclus
Effectiviteit van interventies
Trede 0 = werken met impliciete kennis
Trede 1 = voorwaardelijk, goed beschreven interventies
Trede 2 = veelbelovend, theoretisch goed onderbouwde interventies
Trede 3 = doeltreffende interventies, eerste empirische aanwijzingen
Trede 4 = plausibel, goede empirische aanwijzingen
Trede 5 = werkzaam, sterke empirische aanwijzingen
Model van planmatige gezondheidsvoorlichting: volgens het Precede/Proceed-model (= model voor
planmatige gezondheidsvoorlichting) van Lawrence Green en Intervention Mapping Model (= model voor
ontwerp interventie). Wanneer ‘we iets aan voorlichting willen gaan doen’, moeten we niet zomaar een aardige
folder of tv-spot gaan maken op basis van ervaring en creativiteit alleen (4practice based evidence”). De
voorlichting/interventie moet resultaat zijn van een stapsgewijze proces van analyse, ontwikkeling,
implementatie en evaluatie, veelal gezondheidsbevorderende activiteiten (gezondheidswinst). Evidence-based
denken en handelen centraal. Je begint ook echt bij stap 1: beschouwing van de kwaliteit van leven van een
bepaalde doelgroep aan de hand van inventarisatie van hun behoeften en problemen.
Model van planmatige gezondheidsvoorlichting heel goed kennen voor tentamen. Interventie evalueren of
ontwikkelen op tentamen a.d.h.v. dit model
, Algemeen methodische voorwaarden voor effectiviteit
Doelstellingen moeten afgestemd zijn op de determinanten
Seksuele intimidatie en misbruik: enige vorm van ongewenst verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een
seksuele connotatie (duiding) dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast,
in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt
gecreëerd. Verschil is de mate van ernst.
Seksuele intimidatie: lastigvallen van anderen met seksueel getinte toespelingen of gebaren, ander in
verlegenheid brengen of angst inboezemen (aantasting van waardigheid slachtoffer).
Seksueel misbruik: fysieke vergrijpen, altijd sprake van ernstige strafbare feiten. Iemand wordt gedwongen
om seksuele handelingen uit te voeren, te ondergaan of daarvan getuige te zijn.
Hoorcollege 2 Gezondheid, gezondheidsvoorlichting en gedragsbeïnvloeding
Preventie (overheid): planmatig voorlichten en handelen om gedrag te beïnvloeden:
- Roken is slecht voor je gezondheid/dodelijk
- Drink met mate
- Rookverbod café
Jou bewust maken van de schadelijke gevolgen van bijv. roken of drinken
- Kinderachtig om een vandaal te zijn
- Vmbo’ers en inactiviteit
- Kijkwijzer tv geweld op televisie
- Frisdrank/suiker taks
Gedragsbeïnvloeding
Gericht op het bevorderen van gewenst gedrag (sporten, folders gebruiken).
Kern, niveau en doel van interventie kennen voor tentamen.
Gezondheid = maatschappelijke (opvoedings)vraagstukken inenting, doping in de sport, seksuele
intimidatie, kinderen met obesitas etc.
Wat is gezond en wat niet en waarom?
Wat zijn mogelijke operationaliseringen van gezondheid?
Wat is de norm?
En wie bepaalt die norm (discours/belangen)?
Definitie gezondheid WHO: 4Health is the state of complete physical, mental and social wellbeing, and not
merely the absence of disease or infirmity”. Aanvulling: 4Health is the ability to adapt and to self-manage, in
the face of social, physical and emotional challenges” = dynamischer.
Gezondheid geoperationaliseerd naar (door Huber) lichaamsfuncties, mentale functies & -beleving, spirituele
dimensie, kwaliteit van leven, sociaalmaatschappelijke participatie en dagelijks functioneren. Iedereen hecht
andere waarden aan de verschillende dimensies (figuur 1 in presentatie).