Engels past tense
Past simple verleden tijd
2e rijtje of +ed
Vraag / ontkenning Did/didn’t
Past continous
Was/ were +ww+ing
Als iets bezig is en is gestopt of wordt onderbroken
Past perfect
Past perfect
Had + vltdw
Als iets in het verleden is gebeurt en is gestopt voor een andere gebeurtenis
GERUND
Onderwerp in een zin en het is ook een werkwoord
Roken is slecht
Smoking is bad
Werkwoord zonder form van to be
Past simple verleden tijd
2e rijtje of +ed
Vraag / ontkenning Did/didn’t
Past continous
Was/ were +ww+ing
Als iets bezig is en is gestopt of wordt onderbroken
Past perfect
Past perfect
Had + vltdw
Als iets in het verleden is gebeurt en is gestopt voor een andere gebeurtenis
GERUND
Onderwerp in een zin en het is ook een werkwoord
Roken is slecht
Smoking is bad
Werkwoord zonder form van to be