Paragraaf 4.1 Nazi's aan de macht
Kenmerken van fascisme en nationaalsocialisme
- antidemocratisch
- extreem-nationalistisch
- militaristisch (de partij had een eigen leger)
- totalitair (gericht op totale beheersing van mensen)
Hiernaast had het nationaalsocialisme ook een rassenleer. Volgens de nazi's leverde het
Germaanse ras een strijd op leven en dood met 'minderwaardige rassen' als de slaven en
Joden.
Hitler vond dat er genoeg lebensraum (leefruimte) moest zijn voor het Duitse volk, meer
land, voedsel en grondstoffen om daarmee te overleven. Dit wilde hij doen door Polen en
Rusland te veroveren.
Hitler kwam in 1933 aan de macht, hij werd Führer. Duitsland werd een totalitaire dictatuur,
Hitler gaf als reden om op hem te stemmen armoede en massale werkloosheid tegen te
gaan.
De nazi's gebruikten terreur, proganada en censuur.
De Kristallnacht was een uitbarsting van Jodenhaat, in 1938. Vanaf deze nacht werd er
regelmatig geweld gebruikt tegen de Joden.
Aantekening 4.1 Hoe zag het Duitsland van Hitler eruit :
- totaliar : SS, Gestapo, concentratiekampen
- gelijkschakeling : Goebbels, boekverbrandingen
- Führer : Hitlerjugend, Bund Deutscher madel, hitler groet
- antisenitisme : 1935 rassenwetten, 1938 Kristallnacht
Begrippen 4.1 :
Arische: woord gebruikt in de rassenleer van de nazi’s dat Germaans betekent
Antisemitisme: haat tegen de joden
Bund Deutscher Mädel : onderdeel van de Hitlerjugend waarvan alle meisjes van 10 tot 18
jaar lid moesten zijn
Concentratiekamp: gevangenen kamp waar politieke tegenstanders en andere ongewenste
mensen zonder rechten bijeen worden gehouden
Extreemrechts: voor het gebruik van geweld en revolutie om rechtse politieke doelen te
bereiken
Führer: Duits voor leider, Hitler
, Führerprincipe: de regel dat ondergeschikten kritiekloos moeten gehoorzamen aan hun
meerderen
Gelijkschakeling: het ondergeschikt maken van organisaties aan de ideologie van de nazi’s
Gestapo: geheime politie van de nazi’s onderdeel van de SS
Hitlerjugend: nazibeweging waarvan alle Duitse jongeren tussen 10 en 18 jaar lid moesten
zijn
Kristallnacht: uitbarsting van Jodenhaat in Duitsland in 1938
Lebensraum: leefruimte, Hitlers idee dat het Duitse volk meer land nodig had om te
overleven
Machtsovername: het aan de macht komen van Hitler en de NSDAP in Duitsland in 1933
Nazi’s: nationaalsocialisten
NSDAP: Duitse nazipartij met Hitler als leider
Rassenleer: de onwetenschappelijke leer dat er superieure en minderwaardige rassen
bestaan
Rassenwetten: antisemitische wetten uit 1935
Rechts: in de politiek voor ongelijkheid
SA: partijleger van de NSDAP (Sturmabteilung)
SS: elitetroepen van Hitler (Schutzstaffel)
Totalitair: gericht op totale beheersing van de mensen
Personen 4.1 :
Adolf Hitler (1889-1945) : architect van vernietiging.
Filmpjes 4.1 :
De Tweede Wereldoorlog (deel 2)
Examen geschiedenis - Begin van de Tweede Wereldoorlog 1939- 1945 (VMBO-T) #5
Nacht van het gebroken glas
Kenmerken van fascisme en nationaalsocialisme
- antidemocratisch
- extreem-nationalistisch
- militaristisch (de partij had een eigen leger)
- totalitair (gericht op totale beheersing van mensen)
Hiernaast had het nationaalsocialisme ook een rassenleer. Volgens de nazi's leverde het
Germaanse ras een strijd op leven en dood met 'minderwaardige rassen' als de slaven en
Joden.
Hitler vond dat er genoeg lebensraum (leefruimte) moest zijn voor het Duitse volk, meer
land, voedsel en grondstoffen om daarmee te overleven. Dit wilde hij doen door Polen en
Rusland te veroveren.
Hitler kwam in 1933 aan de macht, hij werd Führer. Duitsland werd een totalitaire dictatuur,
Hitler gaf als reden om op hem te stemmen armoede en massale werkloosheid tegen te
gaan.
De nazi's gebruikten terreur, proganada en censuur.
De Kristallnacht was een uitbarsting van Jodenhaat, in 1938. Vanaf deze nacht werd er
regelmatig geweld gebruikt tegen de Joden.
Aantekening 4.1 Hoe zag het Duitsland van Hitler eruit :
- totaliar : SS, Gestapo, concentratiekampen
- gelijkschakeling : Goebbels, boekverbrandingen
- Führer : Hitlerjugend, Bund Deutscher madel, hitler groet
- antisenitisme : 1935 rassenwetten, 1938 Kristallnacht
Begrippen 4.1 :
Arische: woord gebruikt in de rassenleer van de nazi’s dat Germaans betekent
Antisemitisme: haat tegen de joden
Bund Deutscher Mädel : onderdeel van de Hitlerjugend waarvan alle meisjes van 10 tot 18
jaar lid moesten zijn
Concentratiekamp: gevangenen kamp waar politieke tegenstanders en andere ongewenste
mensen zonder rechten bijeen worden gehouden
Extreemrechts: voor het gebruik van geweld en revolutie om rechtse politieke doelen te
bereiken
Führer: Duits voor leider, Hitler
, Führerprincipe: de regel dat ondergeschikten kritiekloos moeten gehoorzamen aan hun
meerderen
Gelijkschakeling: het ondergeschikt maken van organisaties aan de ideologie van de nazi’s
Gestapo: geheime politie van de nazi’s onderdeel van de SS
Hitlerjugend: nazibeweging waarvan alle Duitse jongeren tussen 10 en 18 jaar lid moesten
zijn
Kristallnacht: uitbarsting van Jodenhaat in Duitsland in 1938
Lebensraum: leefruimte, Hitlers idee dat het Duitse volk meer land nodig had om te
overleven
Machtsovername: het aan de macht komen van Hitler en de NSDAP in Duitsland in 1933
Nazi’s: nationaalsocialisten
NSDAP: Duitse nazipartij met Hitler als leider
Rassenleer: de onwetenschappelijke leer dat er superieure en minderwaardige rassen
bestaan
Rassenwetten: antisemitische wetten uit 1935
Rechts: in de politiek voor ongelijkheid
SA: partijleger van de NSDAP (Sturmabteilung)
SS: elitetroepen van Hitler (Schutzstaffel)
Totalitair: gericht op totale beheersing van de mensen
Personen 4.1 :
Adolf Hitler (1889-1945) : architect van vernietiging.
Filmpjes 4.1 :
De Tweede Wereldoorlog (deel 2)
Examen geschiedenis - Begin van de Tweede Wereldoorlog 1939- 1945 (VMBO-T) #5
Nacht van het gebroken glas