Celmembraan: scheidt een cel van zijn milieu. Het vormt een barrière tussen binnen en buiten de cel;
regelt opname en afgifte van stoffen door een cel m.b.v eiwitten; vangt signalen op via
receptormoleculen.
- Door zelfregulatie via chemische processen houden de cellen zichzelf in stand
Kanker: het tempo van de celdeling is ontregeld bijvoorbeeld als gevolg van mutattie
- Tumor: toegenomen celdeling waarbij de fouten in DNA in stand blijven. Als tumorcellen losraken,
ontstaan er op meerdere plaatsen tumoren uitzaaiing
Cellen Binas 79
Celmembraan: buitenste laag van het cytoplasma, bestaat vooral uit vetmoleculen
Cytoplasma: water met organellen en opgesloten stoffen
Celwand (planten): stevig laagje om de cel heen. Behoort niet tot de cel, maar is tussencelstof
Celkern: in het cytoplasma. Hierin bevinden zich de chromosomen (DNA) en kernplasma
Kernmembraan: buitenste laag van de celkern
Vacuole (plant): voor turgor en kleur van een plant. Blaadje gevuld met vocht
Vacuolemembraan: bescherming vacuole
Plastiden: met pigment en/of reservestof
- Chloroplasten: bladgroenkorrels, met chlorofyl. Functie: fotosynthese. Bevindt zich in bladmoes,
sluitcellen en schorsparenchym/
- Chromoplasten: kleurstofkorrels met pigmenten in bloemkronen en vruchten. Functie: lokken van
insecten en dieren
- Amyloplasten: zetmeelkorrels. Functie: zetmeeloplslag
Mitochondriën: organel met eigen DNA, waarin verbranding plaatsvind (ATP)
Zijn in een cel genomen door de endosymbiose theorie:
* celwand = extracellulaire stof! Dus een celwand hoor niet bij het celmateriaal, het wordt wel door
de cel gemaakt, maar het wordt uit het cytoplasma geduwd
* dierlijke cellen geen vacuole, plastiden en celwand (staat in Binas)
Bevruchte eicel = niet gespecialiseerd
Stamcellen: kunnen zich in een specifiek celtype ontwikkelen. 2 soorten:
- Embryonale stamcellen: groeien uit tot verschillende cellen
- Adulte (volwassen) stamcellen: blijken in allerlei organen voor te komen (roodbeenmerg)
Weefsel: groep cellen met dezelfde vorm en functie
Tussencelstof: ter versteviging
- Dekweefself/ epitheel: zonder tussencelstof
- Spierweefsel : zonder tussencelstof
- Zenuwweefsel: zonder tussencelstof
- Bindweefsel: collageen, reticulaire vezels, elastische vezels
- Beenweefsels: Kalkzouten en collageen
- Kraakbeenweefsel: gelatineachtig
-Bloed: plasma
Orgaan: deel van een individu met een of meer functies
Organenstelsel: organen die samen een bepaalde functie uitoefenen. Vb verteringsstelsel,
bloedvatenstelsel
Mens: leer de dwarsdoorsnede van het menselijk lichaam en herken de organen van foto