Puberteit: periode waarin het lichaam volwassen wordt (10-17 jaar)
- lichamelijke en geestelijke veranderingen
- gereguleerd door: hormonen
Adolescentie: periode waarin een mens geestelijk volwassen wordt
Hormonen: chemische stoffen die door hormoonklieren aan het bloed worden afgegeven. Cellen die
hier gevoelig voor zijn reageren op veranderingen van de concentratie. Geslachtshormonen zijn bij
man en vrouw verschillend. Hormonen hebben alles te maken met cel communicatie.
XX = meisje (weinig testosteron)
XY = jongen (veel testosteron)
Primaire geslachtskenmerken: zijn vanaf de geboorte aanwezig: de voortplantingsorganen
Secundaire geslachtskenmerken: ontstaan in de puberteit onder invloed van geslachtshormonen
Bij jongens: lichaamsbeharing, zwaardere stem, oksel- en schaamhaar
Bij meisjes: ontwikkeling van borsten, toename van vetweefsel, oksel- en schaamhaar
- Interesse voor seksualiteit
Seksuele selectie: vindt plaats op grond van de eigenschappen die de kans op voortplanten
bevorderd. Bv: kleur staart van een pauw.
- intra seksuele selectie: concurrentie tussen individuen van hetzelfde geslacht
- inter seksuele selectie: een vrouwtjes dier kiest op grond van bepaalde kenmerken voor een
mannetje
Balts: versiergedrag via een vast patroon. Bij een stekelbaarsje: zigzagdans
Seksueel gedrag: vergroot de kans op paarvorming en voortplanting.
Mutatie: verandering van het DNA. Ontstaan soms tijdens de replicatie van DNA.
Nadeel seks:
Geslachtelijke voortplanten: veel schimmels, planten en dieren
- Er zijn 2 geslachten nodig
Bevruchting: versmelten kern eicel met kern zaadcel. Het aantal chromosomen verdubbelt. Het is
een recombinatie van chromosomen dus variatie in de nakomelingen en vergroot de
overlevingskans.
Gameten of geslachtscellen: eicellen en zaadcellen
Ongeslachtelijk voortplanten:
Prokaristen, protisten, schimmels, planten en dieren
- Bij eencellige: door celdeling
- Bij meercellige: een deel van het individu groeit uit tot een nieuw individu
Vele individuen kan leiden tot verdringing.
Vb: poliepen nakomelingen door knopvorming
Voordeel seks:
- Mutaties worden bij geslachtelijke voortplanting niet altijd doorgegeven, bij ongeslachtelijk wel.
- Door recombinatie zijn nakomelingen niet gelijk aan hun ouders en ook onderling verschillen ze.