Abiotische factoren hebben veel invloed op levende organismen en levende organismen hebben
invloed op abiotische factoren.
De abiotische factoren bepalen de randvoorwaarde voor het leven van allerlei soorten
Vb: brasem die helderheid van water beïnvloedt.
Abiotische factoren: licht, temperatuur, lucht, water, bodem (invloeden levenloze natuur)
Biotische factoren: organismen (invloeden uit de levende natuur)
Ecosysteem: verzameling van populaties en abiotische factoren in een natuurlijk begrensd gebied.
Vb: sloot, bos, eiland; alle ecosystemen = systeem aarde
Met voor iedere soort een:
Habitat: specifieke leefomgeving met biotische en abiotische factoren
Niche: nis, specifieke functie van een soort in een ecosysteem
Natuurlijk evenwicht: stabiele toestand waarin elke factor in een ecosysteem min of meer constant
blijft.
- Een ecosysteem kan in verschillende (dynamische) evenwichtssituaties verkeren
Kenmerk
Populatiedichtheden schommelen om bepaalde waarden afhankelijk van de mogelijkheden voor
groei, ontwikkeling en het functioneren van organismen.
Afhankelijk van: vb
- Licht: levert energie voor fotosynthese: plantengroei
- Wind: bevordert verdamping, bestuiving bij planten, verspreiding zaden
- Temperatuur: beïnvloedt verdamping en enzymactiviteit van cellen
- Water: met kenmerkende samenstelling en temperatuur
- Vochtigheid: bepaalt mate van verdamping; invloed plantengroei
Biotische factoren: aantal organismen variëren onder invloed van veranderd milieu
- geboorte en sterfte
- exoten: nieuwe organismen die immigreren vanuit andere gebieden
- concurrentie binnen en tussen populaties
Een ecosysteem verandert niet snel bij een kleine
verstoring.
Als er veel meststoffen in het oppervlakte water komen kan de waterbloei lang aanhouden, gevolg:
- Afname van de kwaliteit als drink- en recreatiewater
- Zuurstofgebrek omdat veel zuurstof wordt verbruikt dood het toenemend aantal reducenten en ’s
nachts ook door algen.
- Waterdieren sterven door veranderd milieu o.a. zuurstofgebrek
- Zelfreinigend vermogen neemt af doordat reducenten sterven.
* Dit verschijnsel wordt vaak gevraagd in toetsen en examens!
Biosfeer: deel van de aarde en de dampkring dat door organismen wordt bewoond. Hier binnen
komen ecosystemen voor.