BMW-Organisme: jaar 1 blok 2: HC9-10
HC9
Functie nieren
- Osmoregulatie
o Zoet water:
Omgeving is hypo-osmotisch, dus wateropname
Belangrijk om water uit te scheiden en zouten te bewaren.
o Zout water:
Omgeving is hyper-osmotisch
Belangrijk om water te bewaren en zout uit te scheiden:
Rectaalklier aanwezig: deze scheidt actief zouten uit
o Land:
Omgeving is droog
Zout en water zijn beperkt
- Excretie van afvalstoffen, met name stikstof
o Bij vissen niet zo belangrijk: kunnen ook via de huid of slijmvliezen stikstof
uitscheiden
Huid van landdieren niet zo permeabel: anders zouden ze uitdrogen
o Ammonia
Makkelijkste manier om stikstof uit te scheiden
Oplosbaar
Via nieren, kieuwen, darmen en de huid
Grote gradiënt dus je bent het makkelijk kwijt
Is wel giftig
o Urinezuur/zouten
Niet toxisch (nodig voor ontwikkeling in ei)
Neerslag
Weinig water nodig voor uitscheiding
Vogels (liefst via nieren, niet luchtzak)
o Ureum
Zoogdieren
Nier vissen
- Pronephros: wordt gevormd in de nekregio
- Mesonephros: wordt gevormd in de borstholte en ..
o Allebei eigen ductus (afvoerbuis)
- Vanaf mid-caudale deel excretie orgaan
o Vrouwelijk: geen ontwikkeling van craniale deel
o Mannelijk: craniaal cellen van Leydig (bij zoogdieren in testis) en vocht
producerende cellen voor spermatransport (bijbalfunctie= epididymis)
- Urineafvoer via ‘extra’ (accessoire) buis
- Geen urineblaas
- Zonodig rectaalklier (om extra zouten te kunnen uitscheiden als je in en zoute omgeving
leeft)
, Nier amnioten (reptielen, vogels en zoogdieren)
- Mesonephros oernier: gaat in eerste instantie al zijn functies uitvoeren
o Worden erg groot, liggen thoracolumbaal: zowel in bekkengebied als borstgebied
- Metanephros als definitieve nier
o Ontstaat in bekkengebied (sacriaal) en verplaatst naar craniaal
o Urineafvoer via ductus metanephricus (urineleider = ureter): transport tussen nier
en blaas. Urinebuis = urethra: tussen blaas en buitenwereld.
Urineproductie en afvoer
- Arteriele filtratie
o Vanuit bloed naar nier: aorta – a. renalis – glomerulus
- Het terugresorberen of uitscheiden gaat veneus via een ader (in tegenstelling tot arteriële
glomerulus filtratie)
- Nieren: kapsel van Bowman- proximale tubulus – lis van Henle – distale tubulus –
verzamelbuisje
Herkomst nephronen
- Nieren ontstaan uit drie delen:
o Ureterknop:
o Urogenitale lijst (nephrogeen blasteem): urogenitale richel: geeft aanleiding tot de
vorming van de nier en genitaalstelsel
o Aorta: glomerulus
Nier zoogdier
- Van oorsporng zijn nieren gelobte organen, bolletjes, met ieder hun eigen bloedvoorziening
en nierbekken uiteindelijk allemaal samenkomen en uitkomen op één ureter (urineleider)
- Buitenkant is schors, binnenkant merg: bij ratten alles samengegroeid: bijna geen aanwijzing
meer van gelobt orgaan. Vaatjes geven oude oorspronkelijke locatie aan van de lobjes)
- Bij de mens een tussenvorm: wel nog een paar groeven. In het merg gedeelte zitten er
mergpapilen: allemaal eigen zijtakje van nierbekken. Uiteindelijk één gemeenschappelijk
nierbekken en ureter.
Urine afvoer
HC9
Functie nieren
- Osmoregulatie
o Zoet water:
Omgeving is hypo-osmotisch, dus wateropname
Belangrijk om water uit te scheiden en zouten te bewaren.
o Zout water:
Omgeving is hyper-osmotisch
Belangrijk om water te bewaren en zout uit te scheiden:
Rectaalklier aanwezig: deze scheidt actief zouten uit
o Land:
Omgeving is droog
Zout en water zijn beperkt
- Excretie van afvalstoffen, met name stikstof
o Bij vissen niet zo belangrijk: kunnen ook via de huid of slijmvliezen stikstof
uitscheiden
Huid van landdieren niet zo permeabel: anders zouden ze uitdrogen
o Ammonia
Makkelijkste manier om stikstof uit te scheiden
Oplosbaar
Via nieren, kieuwen, darmen en de huid
Grote gradiënt dus je bent het makkelijk kwijt
Is wel giftig
o Urinezuur/zouten
Niet toxisch (nodig voor ontwikkeling in ei)
Neerslag
Weinig water nodig voor uitscheiding
Vogels (liefst via nieren, niet luchtzak)
o Ureum
Zoogdieren
Nier vissen
- Pronephros: wordt gevormd in de nekregio
- Mesonephros: wordt gevormd in de borstholte en ..
o Allebei eigen ductus (afvoerbuis)
- Vanaf mid-caudale deel excretie orgaan
o Vrouwelijk: geen ontwikkeling van craniale deel
o Mannelijk: craniaal cellen van Leydig (bij zoogdieren in testis) en vocht
producerende cellen voor spermatransport (bijbalfunctie= epididymis)
- Urineafvoer via ‘extra’ (accessoire) buis
- Geen urineblaas
- Zonodig rectaalklier (om extra zouten te kunnen uitscheiden als je in en zoute omgeving
leeft)
, Nier amnioten (reptielen, vogels en zoogdieren)
- Mesonephros oernier: gaat in eerste instantie al zijn functies uitvoeren
o Worden erg groot, liggen thoracolumbaal: zowel in bekkengebied als borstgebied
- Metanephros als definitieve nier
o Ontstaat in bekkengebied (sacriaal) en verplaatst naar craniaal
o Urineafvoer via ductus metanephricus (urineleider = ureter): transport tussen nier
en blaas. Urinebuis = urethra: tussen blaas en buitenwereld.
Urineproductie en afvoer
- Arteriele filtratie
o Vanuit bloed naar nier: aorta – a. renalis – glomerulus
- Het terugresorberen of uitscheiden gaat veneus via een ader (in tegenstelling tot arteriële
glomerulus filtratie)
- Nieren: kapsel van Bowman- proximale tubulus – lis van Henle – distale tubulus –
verzamelbuisje
Herkomst nephronen
- Nieren ontstaan uit drie delen:
o Ureterknop:
o Urogenitale lijst (nephrogeen blasteem): urogenitale richel: geeft aanleiding tot de
vorming van de nier en genitaalstelsel
o Aorta: glomerulus
Nier zoogdier
- Van oorsporng zijn nieren gelobte organen, bolletjes, met ieder hun eigen bloedvoorziening
en nierbekken uiteindelijk allemaal samenkomen en uitkomen op één ureter (urineleider)
- Buitenkant is schors, binnenkant merg: bij ratten alles samengegroeid: bijna geen aanwijzing
meer van gelobt orgaan. Vaatjes geven oude oorspronkelijke locatie aan van de lobjes)
- Bij de mens een tussenvorm: wel nog een paar groeven. In het merg gedeelte zitten er
mergpapilen: allemaal eigen zijtakje van nierbekken. Uiteindelijk één gemeenschappelijk
nierbekken en ureter.
Urine afvoer