Week 2: Causaliteit
Causaal verband bij een duidelijke conditio sine qua non:
Stap 1:
Wat is de rechtsvraag?
Stap 2:
- Causaliteit is de relatie tussen oorzaak en gevolg.
- De huidige causaliteitsleer is de leer van de redelijke toerekening, dit blijkt uit HR
Letale Longembolie.
- Volgens deze leer dient het tenlastegelegde gevolg redelijkerwijs toe te rekenen te
zijn aan de gedraging van verdachte.
Stap 3:
Is er een conditio sine qua non en is deze duidelijk?
- CSQN is de ondergrens van strafrechtelijk relevante causaliteit.
- Het gedrag moet een onmisbare schakel hebben gevormd in de keten van
gebeurtenissen; het gevolg had niet zonder de gedraging mogen intreden.
Stap 4:
Is de gedraging van de verdachte aan te merken als een noodzakelijke factor voor het
intreden van het gevolg?
Relevante factoren hierbij zijn:
- De aard van de gedraging;
- Opzet-/schuldverband;
- Oude causaliteitsleren: voorzienbaarheidsleer
Stap 5:
Conclusie
Causaal verband waarbij twee factoren tot het gevolg
kunnen hebben geleid:
Stap 1:
Wat is de rechtsvraag?
Stap 2:
- Causaliteit is de relatie tussen oorzaak en gevolg.
- De huidige causaliteitsleer is de leer van de redelijke toerekening, dit blijkt uit HR
Letale Longembolie.
- Volgens deze leer dient het tenlastegelegde gevolg redelijkerwijs toe te rekenen te
zijn aan gedragingen van de verdachte.
,Stap 3:
Is er een conditio sine qua non en is deze duidelijk?
- CSQN is de ondergrens van strafrechtelijk relevante causaliteit.
- Het gedrag moet een onmisbare schakel hebben gevormd in de keten van
gebeurtenissen; het gevolg had niet zonder de gedraging mogen intreden.
- In casu is geen sprake van een duidelijk verband tussen de gedraging en het gevolg,
want (…).
Stap 4:
Door de twijfel over welke oorzaak tot het gevolg kan hebben geleid, is sprake van
alternatieve causaliteit. Uit HR Groninger HIV blijkt dat voor het redelijkerwijs toerekenen
van het gevolg aan (een gedraging van) de verdachte ten minste is vereist dat:
De gedraging een onmisbare schakel kan hebben gevormd in de keten van
gebeurtenissen die tot het gevolg hebben geleid;
Aannemelijk is dat het gevolg met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid door
de gedraging is veroorzaakt.
Stap 5:
Tevens moet worden getoetst aan de gezichtspunten van de redelijke toerekening van HR
Groninger HIV:
Aard van de gedraging: de gedraging moet geschikt zijn om het gevolg in het leven te
roepen;
Opzet-/schuldverband;
Oude causaliteitsleren: voorzienbaarheidsleer.
Afweging van scenario’s.
Stap 6:
Conclusie.
Causaliteit bij een omissiedelict:
Stap 1:
Wat is de rechtsvraag?
Stap 2:
- Causaliteit is de relatie tussen oorzaak en gevolg.
- De huidige causaliteitsleer is de leer van de redelijke toerekening, dit blijkt uit HR
Letale Longembolie.
- Volgens deze leer dient het ten laste gelegde gevolg redelijkerwijs toe te rekenen te
zijn aan de gedraging van de verdachte.
Stap 3:
Is er een conditio sine qua non en is deze duidelijk?
- CSQN is de ondergrens van strafrechtelijk relevante causaliteit.
- Het gedrag moet een onmisbare schakel hebben gevormd in de keten van
gebeurtenissen; het gevolg had niet zonder de gedraging mogen intreden.
, - In casu is geen sprake van een duidelijke cSQN; er is geen sprake van een handelen,
maar van een nalaten.
- Er moet worden gekeken of het gevolg ook zou zijn ingetreden als de verdachte wél
had gehandeld.
Stap 4:
Uit HR Shaken baby volgen twee gezichtspunten die gaan over onduidelijkheid van de CSQN
bij omissiedelicten:
Heeft de gedraging de kans op het intreden van het gevolg verhoogd?
Heeft de verdachte zijn zorgplicht geschonden?
Stap 5:
Tussenconclusie.
Stap 6:
Tevens moet worden getoetst aan de gezichtspunten van HR Letale Longembolie:
Aard van de gedraging;
Opzet-/schuldverband;
Oude causaliteitsleren: voorzienbaarheidsleer.
Stap 7:
Conclusie.
Causaal verband bij een duidelijke conditio sine qua non:
Stap 1:
Wat is de rechtsvraag?
Stap 2:
- Causaliteit is de relatie tussen oorzaak en gevolg.
- De huidige causaliteitsleer is de leer van de redelijke toerekening, dit blijkt uit HR
Letale Longembolie.
- Volgens deze leer dient het tenlastegelegde gevolg redelijkerwijs toe te rekenen te
zijn aan de gedraging van verdachte.
Stap 3:
Is er een conditio sine qua non en is deze duidelijk?
- CSQN is de ondergrens van strafrechtelijk relevante causaliteit.
- Het gedrag moet een onmisbare schakel hebben gevormd in de keten van
gebeurtenissen; het gevolg had niet zonder de gedraging mogen intreden.
Stap 4:
Is de gedraging van de verdachte aan te merken als een noodzakelijke factor voor het
intreden van het gevolg?
Relevante factoren hierbij zijn:
- De aard van de gedraging;
- Opzet-/schuldverband;
- Oude causaliteitsleren: voorzienbaarheidsleer
Stap 5:
Conclusie
Causaal verband waarbij twee factoren tot het gevolg
kunnen hebben geleid:
Stap 1:
Wat is de rechtsvraag?
Stap 2:
- Causaliteit is de relatie tussen oorzaak en gevolg.
- De huidige causaliteitsleer is de leer van de redelijke toerekening, dit blijkt uit HR
Letale Longembolie.
- Volgens deze leer dient het tenlastegelegde gevolg redelijkerwijs toe te rekenen te
zijn aan gedragingen van de verdachte.
,Stap 3:
Is er een conditio sine qua non en is deze duidelijk?
- CSQN is de ondergrens van strafrechtelijk relevante causaliteit.
- Het gedrag moet een onmisbare schakel hebben gevormd in de keten van
gebeurtenissen; het gevolg had niet zonder de gedraging mogen intreden.
- In casu is geen sprake van een duidelijk verband tussen de gedraging en het gevolg,
want (…).
Stap 4:
Door de twijfel over welke oorzaak tot het gevolg kan hebben geleid, is sprake van
alternatieve causaliteit. Uit HR Groninger HIV blijkt dat voor het redelijkerwijs toerekenen
van het gevolg aan (een gedraging van) de verdachte ten minste is vereist dat:
De gedraging een onmisbare schakel kan hebben gevormd in de keten van
gebeurtenissen die tot het gevolg hebben geleid;
Aannemelijk is dat het gevolg met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid door
de gedraging is veroorzaakt.
Stap 5:
Tevens moet worden getoetst aan de gezichtspunten van de redelijke toerekening van HR
Groninger HIV:
Aard van de gedraging: de gedraging moet geschikt zijn om het gevolg in het leven te
roepen;
Opzet-/schuldverband;
Oude causaliteitsleren: voorzienbaarheidsleer.
Afweging van scenario’s.
Stap 6:
Conclusie.
Causaliteit bij een omissiedelict:
Stap 1:
Wat is de rechtsvraag?
Stap 2:
- Causaliteit is de relatie tussen oorzaak en gevolg.
- De huidige causaliteitsleer is de leer van de redelijke toerekening, dit blijkt uit HR
Letale Longembolie.
- Volgens deze leer dient het ten laste gelegde gevolg redelijkerwijs toe te rekenen te
zijn aan de gedraging van de verdachte.
Stap 3:
Is er een conditio sine qua non en is deze duidelijk?
- CSQN is de ondergrens van strafrechtelijk relevante causaliteit.
- Het gedrag moet een onmisbare schakel hebben gevormd in de keten van
gebeurtenissen; het gevolg had niet zonder de gedraging mogen intreden.
, - In casu is geen sprake van een duidelijke cSQN; er is geen sprake van een handelen,
maar van een nalaten.
- Er moet worden gekeken of het gevolg ook zou zijn ingetreden als de verdachte wél
had gehandeld.
Stap 4:
Uit HR Shaken baby volgen twee gezichtspunten die gaan over onduidelijkheid van de CSQN
bij omissiedelicten:
Heeft de gedraging de kans op het intreden van het gevolg verhoogd?
Heeft de verdachte zijn zorgplicht geschonden?
Stap 5:
Tussenconclusie.
Stap 6:
Tevens moet worden getoetst aan de gezichtspunten van HR Letale Longembolie:
Aard van de gedraging;
Opzet-/schuldverband;
Oude causaliteitsleren: voorzienbaarheidsleer.
Stap 7:
Conclusie.