Artikelen
Samenvatting voor het vak Intra- en intergroepsprocessen dat wordt gegeven in het
vierde blok vanaf jaar 2 aan de Universiteit Utrecht. De samenvatting is gebaseerd op
de artikelen die tentamenstof zijn: Heerdink et al. (2013), Essien et al. (2017),
Meeussen et al. (2014), Baumeister et al. (2016), Pinel et al. (2018) en Jonas & Fritsche
(2013). Waar nodig zijn plaatjes toegevoegd. Belangrijke begrippen zijn gemarkeerd.
, Heerdink et al. (2013) De sociale invloed van emoties op groepen: interpersoonlijke
effecten van boosheid en blijheid op conformiteit vs. deviantie.
Gebeurtenissen die in groepen plaatsvinden triggeren emoties door de invloed op
individuele of groepsgebaseerde doelen. Deze emoties worden geuit en daardoor wordt
men beïnvloed door emoties in groepen.
Emoties in groepen kunnen het individuele gedrag van mensen beïnvloeden door
affectieve processen (emotionele besmetting) of interferentieprocessen (het gebruiken
van emoties om de motieven van een ander in te zien). Primitieve emotionele besmetting
gaat via nabootsing van anderen en afferente feedback.
Deviantie is gedrag of een expressie die afwijkt van het gedrag of de meningen van
andere groepsleden. Deviantie in groepen heeft positieve gevolgen zoals divergent
denken en creativiteit en kan ervoor zorgen dat men beter presteert in groepen, maar kan
groepsdoelen ook bedreigen.
Uit onderzoek blijkt dat positieve emoties zorgen voor een gevoel van acceptatie, terwijl
negatieve emoties aangeven dat de groep niet veilig is en je niet geaccepteerd wordt.
Deviërende personen zullen hun gedrag niet veranderen bij positieve emoties, maar wel
bij negatieve emoties, omdat de situatie dan niet veilig is. Conformiteit gaat om het naar
de groepsnorm toe bewegen.
Studie 1
In studie 1 werd gekeken naar de relatie tussen emoties die de meerderheid van een
groep voelt en waargenomen acceptatie of afwijzing door een deviërend groepslid.
Studie 1 toonde aan dat
wanneer men het niet eens is
met de meerderheid, men zich
minder geaccepteerd voelt bij
boze reacties, terwijl men zich
meer geaccepteerd voelt bij blije
reacties. Daarbij bleek dat niet
alle negatieve reacties (bv.
teleurstelling) zorgen voor
afwijzing. Mensen die een verhaal lazen met een teleurgestelde reactie voelden zich niet
meer afgewezen dan mensen die een neutrale reactie lazen.
Studie 2
Of mensen na afwijzing een groep verlaten of er juist meer moeite in gaan steken ligt aan
de alternatieven. In studie 2 werd gekeken of emoties geuit door de meerderheid de
keuze tussen conformeren of weggaan beïnvloeden.
In studie 2 bleek dat wanneer de meerderheid boos reageerde, men minder koos voor
conformeren, wanneer er een alternatieve groep beschikbaar was. Wanneer er geen
alternatieve groep beschikbaar was, maakte de reactie van de meerderheid niet uit voor
de keuze tussen conformeren en de groep verlaten.
Er bleek sprake te zijn van een modererende mediatie, waarbij beschikbaarheid van
alternatieve groepen de relatie tussen de emotionele manipulatie en de keuze tussen
conformeren of weggaan (afhankelijke variabele) beïnvloedde. Bij een blije reactie van
de meerderheid kozen veel mensen voor conformeren.
Studie 3
In studie 3 werden situaties onderzocht waarbij emoties van de meerderheid druk zetten
op een individu, zodat hij/zij conformeert bij afwijzings- of acceptatiegevoelens. De
situaties kunnen daarbij coöperatief of competitief zijn.
Uit de studie bleek dat druk om te conformeren het hoogst was in coöperatieve situaties
waarbij de meerderheid boos reageerde. De druk om te conformeren was lager in
coöperatieve situaties waarbij de meerderheid blij reageerde. De hoge druk om te
conformeren wanneer de meerderheid boos reageerde in een coöperatieve situatie,