SAMENVATTING HFST. 1/11
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: Markten en ondernemers.................................................................................................. 2
Hoofdstuk 2: De ondernemingsstructuur en structuur van de Nederlandse economie......................... 6
Hoofdstuk 3: Markten en overheid: conjunctuur ................................................................................... 8
Hoofdstuk 4: Markten en overheid: marktordering.............................................................................. 12
Hoofdstuk 5: Conjunctuurindicatoren................................................................................................... 17
Hoofdstuk 6: Conjunctuur en bedrijfsbeleid ......................................................................................... 18
Hoofdstuk 7: Arbeidsmarktontwikkelingen en bedrijfsbeleid .............................................................. 21
Hoofdstuk 8: Olie- en grondstofmarkten en bedrijfsbeleid .................................................................. 23
Hoofdstuk 9: Financiële markten en bedrijfsbeleid .............................................................................. 24
Hoofdstuk 10: Langetermijngroei: kwantitatieve factoren ................................................................... 26
Hoofdstuk 11: Langetermijngroei: kwalitatieve factoren ..................................................................... 29
1
, Hoofdstuk 1: Markten en ondernemers
1.1 Marktwerking en markt efficiëntie
Vernieuwing levert de samenleving extra welvaart en keuzemogelijkheden op, biedt kansen voor
nieuwe bedrijven en is een voorwaarde voor bestaande bedrijven om het bestaansrecht te houden.
Voor een ondernemend klimaat is marktwerking onmisbaar. Onder marktwerking verstaan we de
confrontatie tussen vraag en aanbod in een concurrerende omgeving. Dat wil zeggen dat individuele
vragers en aanbieders geen machtspositie hebben. Marktwerking is onmisbaar, omdat het
ondernemers scherp houdt op het gebied van efficiëntie. We onderscheiden 3 vormen (zie figuur
hieronder).
1. Allocatieve efficiëntie: Doelgerichtheid. Met andere woorden: produceren wat de markt
vraagt. Als je niet produceert wat de markt vraagt, is alle moeite voor niets geweest. In
economische zin is er zelfs niets geproduceerd als er meer kosten zijn gemaakt voor de inzet
van arbeid, kapitaal en natuur dan er is betaald door de afnemer(s).
2. Statische efficiëntie: Doelmatigheid. Met andere woorden: produceren met de geringst
mogelijke inzet van arbeid, kapitaal en natuur.
3. Dynamische efficiëntie: De toepassing en ontwikkeling van nieuwe producten en technieken.
1.2 Productie, toegevoegde waarde en inkomensvorming
Of het geproduceerde voldoet aan de wensen van de afnemers blijkt pas achteraf. Wanneer je
inspanningen uiteindelijk minder opleveren dan ze hebben gekost, had je volgens de markt beter het
kunnen laten zoals het was. Je hebt voor de markt immer niets toegevoegd. Pas als de markt bereid
is meer voor een product te betalen dan het heeft gekost aan ingekochte grondstoffen, brandstoffen
of halffabricaten, is er sprake van toegevoegde waarde en is er geproduceerd. Productie is dus
waarde toevoegen: waarde creëren. Deze toegevoegde waarde is de bron voor inkomensvorming.
Het figuur hieronder laat dit zien.
2