dimensies in het contextueel
werken
De dimensie van de feiten is dan een cluster van feitelijke, objectief vaststelbare kennis en
omvat ook het terrein van het menselijk bestaan waarover strikt in termen van feitelijkheid en
fataliteit kan worden gesproken. De tweede dimensie is dan het geheel van alles wat we
weten over wat de mens als intra-psychisch, psychologisch wezen drijft en de derde
dimensie het geheel van de kennis van systemen, waar mensen deel van uitmaken. Een
contextuele werken verstrekt vanuit een mensbeeld dat een individu met zijn feitelijke
mogelijkheden, beperkingen en omstandigheden ziet als onlosmakelijk verbonden met zijn
context.
Contextueel werken is een benadering die een nieuwe dimensie in de therapie en
hulpverlening binnenbrengt, de relationeel-ethische. Een contextuele hulpverlener is dus
iemand die vanuit allerlei benaderingen of methodieken met mensen kan werken, op
voorwaarde dat hij zich daarbij voortdurend de relationeel-ethische consequenties van zijn
interventies en zijn werk voor de context van de cliënt realiseert en daar verantwoordelijkheid
voor neemt.
De relationeel-ethische dimensie geeft dus een eigen perspectief aan die integratie van de
andere dimensies. Het concept loyaliteit maakt het mogelijk om de eerste twee dimensies
(de psychodynamische en de systemische) met elkaar te verbinden. Er is meteen sprake van
geven en nemen, van verdienste en schuld in die verhoudingen, en ook deze vormen een
belangrijke motivationele kracht.
Contextueel werken is dus mensen helpen om de dialoog over de rechtvaardigheid van het
loyaliteitssysteem en hun balansen van geven en nemen te voeren. Contextueel werken is
dus dat perspectief, dat lokken versterken bij mensen en vooral niet gaan duwen door
preken en gemoraliseer.
Dat brengt ons dan bij het verschil tussen ethiek en moraal. De moraal maakt deel uit van
de derde dimensie. Het gaat over de gedragsregels en standaards die in een samenleving of
gemeenschap worden overeengekomen. Het gaat dus over systeemregels (derde dimensie).
Het gaat ook over wat wij door onze socialisatie van die gedragsregels tot persoonlijke
richtlijnen hebben gemaakt. Het gaat dus niet alleen om systeemregels, maar ook om
geïnternaliseerde opvattingen over goed en kwaad, over wat mag en niet mag (tweede
dimensie). Ethiek gaat niet over goed en kwaad, maar over de vraag wat goed is, en niet
zomaar over het goede in het algemeen, maar over wat goed is in deze verhouding.
Besluit: het specifieke van contextueel werken ligt in het doel dat men voor ogen houdt: het
vergroten van de rechtvaardigheid en de betrouwbaarheid van de context door het
bevorderen van de dialoog binnen die context. Het werken met de dynamiek van de andere
dimensies staat altijd in functie van het doel.
In feite houdt uiteindelijk elk nieuw hulpverleningsmodel een grote of kleine paradigma-
verandering in. Zeer duidelijke voorbeelden van grote paradigmaveranderingen op het terrein
van mensbeelden en hulpverlening zijn de psychoanalyse met de ontdekking van het
onbewuste door Freud, en het systeemdenken met de ontdekking van de onderlinge
beïnvloeding door de Palo Alto school.