Deze samenvatting bevat de leerdoelen van ethiek van periode 2.1 (periode 3) van
leerjaar 1. De toetsing vindt plaats in periode 4 van leerjaar 1.
HBO verpleegkunde leerjaar 1
Windesheim, Zwolle
1
,Inhoud
Week 1: oriëntatie op ethiek..................................................................................................................3
Week 2...................................................................................................................................................5
Week 3...................................................................................................................................................7
Week 4.................................................................................................................................................11
Week 5.................................................................................................................................................13
Week 6.................................................................................................................................................17
Week 7.................................................................................................................................................22
2
,Week 1: oriëntatie op ethiek
1. Benoemen wat het onderwerp van de ethiek is
In de ethiek denkt men over het menselijke handelen vanuit het gezichtspunt van
goed en kwaad, juist en onjuist etc. Welk gedrag is goed en welk gedrag niet.
Het gaat in de ethiek om vragen als:
Hoe behoren wij met elkaar om te gaan?
Wat mag men doen en wat moet men laten?
Wat is het goede leven, een goed leven voor een mens?
Dat goede is meer dan ‘ nuttig’, ‘efficiënt’ of aangenaam’. Het is moreel van aard: het
heeft te maken met een goed leven, met en voor anderen, in rechtvaardige
instituties.
2. Kenmerken van waarden aangeven
waarden geven antwoord op de vraag wat is de moeite waard, wat is
belangrijk?
waarden hebben karakter van nastrevenswaardige idealen/goeden en zijn
als zodanig nogal abstract. Denk bijvoorbeeld aan de waarde respect.
Waarden hebben aantrekkingskracht (pull) ook als de idealen nooit ten volle
haalbaar zijn. Ze blijven een ideaal aan de horizon om naar te streven.
Waarden motiveren het handelen
Intersubjectief van aard, bestaan niet zoals de zwaartekracht, maar komen
alleen tot uitdrukking in het handelen. (niet zuiver objectief of subjectief,
kwestie van smaak)
waarden zijn tijd en ruimte gebonden
3. Uitleggen wat normen zijn
Regels, handelingsaanwijzingen die uit waarden voortvloeien.
4. Het verschil tussen handelen en gedrag en relevantie ervan voor ethiek
uitleggen
Een mens kan als mens goed genoemd worden wanneer hij/zij goed leeft en handelt.
Volgens de ethiek moet je als verpleegkundige goed kunnen reflecteren op je
handelen. Handel je juist of onjuist? In de ethiek denkt men over het menselijke
handelen vanuit het gezichtspunt van goed en kwaad, juist en onjuist etc.
3
,Het criterium voor de goedheid van een mens als mens is zijn gedrag juist ten
aanzien van anderen.
Handelen is wat je doet en hoe je reageert in bepaalde situaties
Gedrag is hoe je omgaat met bepaalde situaties.
5. Vier soorten belangen benoemen
Eigen belang: a) korte termijn
Eigen belang: b) Lange termijn
Andermans belang: mogelijke belangenconflicten met anderen
Algemeen belang: belang van de samenleving
6. Verschil tussen recht en ethiek benoemen
Waarden
je doet dingen in je leven om bepaalde waarden te realiseren (eten, gezondheid,
vriendschap, veiligheid, respect verdienen). Dingen die wij belangrijk of
nastreefwaardig (willen hebben, beschermen, realiseren) vinden.
Nastreefwaardige dingen kinderen, goede baan, vriendschappen etc.
Morele waarden hoe wij met andere mensen omgaan. Zoals: respect,
rechtvaardigheid, autonomie, niet discrimineren, vrijheid, eerlijkheid.
Normen
Gedragsregels, dit mag wel en dit mag niet. Normen zijn gerelateerd/afgeleid aan
waarden. Waarde van het leven is de bron van de norm: gij zult niet doden.
Voorbeelden beroepsgeheim is een norm (regel) van de waarde (wat vind je) van
privacy
Normen vertellen wat je met bepaalde waarden wel of niet mag doen
Handelen
Concrete dingen die je doet of nalaat. Handelen is breder dan gedrag. Dit
omdat het vanuit allerlei omstandigheden moet. Handelen is aan redenen
gebonden, die niet per se jouw eigen redenen zijn (het moet bijv. van de wet,
van je ouders etc.)
Handelen is een bewuste reden/keuze waarom je iets doet.
Alleen mensen handelen, dan ben je moreel verwijtbaar (verantwoordelijkheid,
aansprakelijkheid etc.)
4
, In de ethiek hebben we meer te maken van handelen van mensen. Ethiek is
gericht op handelingen.
Gedrag
Dingen die je uit jezelf doet. Is iets heel erg van jezelf. Gedrag is niet altijd
bewust. Je doet het meer vanuit je intuïtie/emotie/onbewuste
motieven/prikkels.
Gedrag is niet vanuit redenen onderbouwd, maar vanuit hoe je bent.
Niet alleen volwassen mensen hebben gedrag, ook dieren, dementerenden,
schizofrenen, verstandelijk beperkten en baby’s. Die groepen zijn veel minder
vatbaar voor het (niet) moreel verwijtbaar/aansprakelijk zijn, want ze handelen
niet.
Ethiek is minder gericht op gedrag.
Week 2
1. Kenmerken van principe ethiek benoemen
Soorten ethiek zijn verschillende opvatting over wat een bepaalde handeling ethisch
juist of onjuist maakt.
Plichten of principes ethiek (deontologie)
Principes geven richting aan keuzes en handelen. De handeling zelf en de intentie
die ten grondslag ligt aan de handeling is van belang, In het handelen realiseren van
bijvoorbeeld plicht anderen te helpen of worden van rechten zoals recht op
informatie van een patiënt. Doet recht aan ons moreel besef dat dat principes van
belang zijn
Kritiekpunten
In strijd met basale ethische intuïtie dat gevolgen van keuze ook van belang zijn
mogelijke botsing van plichten en hoe dan te handelen?
Samuel Kant belangrijke vertegenwoordiger van de beginsel/plicht ethiek
Criterium: toets je handelen aan redelijk inzicht of de handeling een handeling is die
universaliseerbaar is; altijd zou moeten gelden
‘’sapere aude’’: heb de moed je van je eigen verstand te bedienen
Oproep je oordeel niet afhankelijk te maken van autoriteit en gezagsargumenten ten
staat, kerk of dokter
Kom op voor jezelf en bepaal je dingen zelf door middel van je eigen gezonde
verstand!
2. Aangeven wat gevolgenethiek is
5
, Gevolgen ethiek (consequentialisme)
Alleen het resultaat telt, ongeacht de manier waarop
Utilitarisme: maximaliseren van nut of geluk of minimaliseren lijden voor het grootste
aantal mensen
Doelgericht: bereiken geluk of nut voor mensen en specifieke omstandigheden
worden meegewogen
Kritiekpunten
Doel heiligt de middelen
De positie van minderheden
In strijd met basale ethische intuïties
3. Benoemen wat onder deugdenethiek wordt verstaan
Deugden zijn gewenste eigenschappen (verwerfbare menselijke kwaliteiten) en
drukken een waarde uit die de moeite is om na te streven
Bij een morele deugd wordt vaak gezegd dat het de gulden middenweg is of het
juiste midden tussen twee extremen of kwaden.
Bij deugd gaat het om het vinden van balans:
Moed bevind zich tussen overmoed en lafheid.
Wie laf is, is een slaaf van zijn angsten en niet in staat deugdelijk te reageren. Wie
overmoedig is neemt meer risico’s dan nodig met het oog op eigen welzijn of dat van
anderen. Vrijgevigheid kan gezien worden als het juiste midden tussen gierigheid en
verkwisting. Matigheid het juiste midden is tussen hebzucht en overdreven ascese.
Dat de deugd in het midden ligt wil niet zeggen gaan voor middelmatigheid, maar
voor het redelijk, meest verstandige.
De dans der deugden: 12 maagden vertegenwoordigen bovendien positieve
karaktereigenschappen.
4. Pro en contra (voordelen en tekortkomingen) argumenten bij deze soorten
ethiek.
6