First impressions
Social perception
Een term voor de manier waarop mensen anderen proberen te doorzien en te begrijpen. De
volgende elementen worden hierbij gebruikt:
Personen
- Facial features
- Attractiveness
- Clothes
- Non-verbal behaviour
Situaties
- Hoe meer ervaring iemand heeft met een bepaalde situatie, hoe sneller men
oordeelt over hoe iemand zich moet gedragen. De context van de situatie
beïnvloedt de kijk op iemands uistraling.
Gedrag
- Mensen delen iemand gedrag op in kleinere betekenisvolle stukken om het
gedrag te analyseren en begrijpen.
Impression formation
Summation model hoe meer positieve kwaliteiten iemand bezit, hoe positiever de
persoon wordt gezien.
Averaging model hoe hoger de waarde van het gemiddelde gemeten kwaliteiten is, hoe
positiever de persoon wordt gezien.
Mind perception
Het toekennen van menselijke kenmerken aan zowel levende als levenloze objecten.
Mensen die high-level terms gebruiken hiervoor zijn er ook beter in dan mensen die low-
level terms gebruiken. (Bijvoorbeeld House Painting: High-level terms = Die persoon gaat zijn
huis gezelliger maken en opfrissen met een nieuwe laagje verf. Low-level terms = Die
persoon gaat zijn huis groen schilderen.)
Er zijn twee belangrijke menselijke kenmerken die voor de toeschrijving gebruikt worden:
- Agency: bekwaamheid om gedrag te kunnen plannen en uit te voeren.
- Experience: het voelen van emoties en sensaties.
Nonverbal behaviour
Het gedrag wat iemands gevoelens weggeeft zonder woorden te gebruiken, dus alleen via
gezichtkenmerken, stemgeluiden en lichaamstaak. Binnen een groep is men beter in het zien
wat de andere voelen (in-group advantage).
Dit wordt ook gebruikt voor survival value, gaze/eye contact en touch.
Social perception
Een term voor de manier waarop mensen anderen proberen te doorzien en te begrijpen. De
volgende elementen worden hierbij gebruikt:
Personen
- Facial features
- Attractiveness
- Clothes
- Non-verbal behaviour
Situaties
- Hoe meer ervaring iemand heeft met een bepaalde situatie, hoe sneller men
oordeelt over hoe iemand zich moet gedragen. De context van de situatie
beïnvloedt de kijk op iemands uistraling.
Gedrag
- Mensen delen iemand gedrag op in kleinere betekenisvolle stukken om het
gedrag te analyseren en begrijpen.
Impression formation
Summation model hoe meer positieve kwaliteiten iemand bezit, hoe positiever de
persoon wordt gezien.
Averaging model hoe hoger de waarde van het gemiddelde gemeten kwaliteiten is, hoe
positiever de persoon wordt gezien.
Mind perception
Het toekennen van menselijke kenmerken aan zowel levende als levenloze objecten.
Mensen die high-level terms gebruiken hiervoor zijn er ook beter in dan mensen die low-
level terms gebruiken. (Bijvoorbeeld House Painting: High-level terms = Die persoon gaat zijn
huis gezelliger maken en opfrissen met een nieuwe laagje verf. Low-level terms = Die
persoon gaat zijn huis groen schilderen.)
Er zijn twee belangrijke menselijke kenmerken die voor de toeschrijving gebruikt worden:
- Agency: bekwaamheid om gedrag te kunnen plannen en uit te voeren.
- Experience: het voelen van emoties en sensaties.
Nonverbal behaviour
Het gedrag wat iemands gevoelens weggeeft zonder woorden te gebruiken, dus alleen via
gezichtkenmerken, stemgeluiden en lichaamstaak. Binnen een groep is men beter in het zien
wat de andere voelen (in-group advantage).
Dit wordt ook gebruikt voor survival value, gaze/eye contact en touch.