Thema 1 Oriëntatie op het ziekenhuis - H 1, 3, 4, 5
Thema 2 De zorgvrager wordt geopereerd
Thema 4 Zorgvragers met aandoeningen aan het spijsverteringskanaal
Thema 5 Zorgvragers met aandoeningen aan de borsten
Thema 6 Zorgvragers met aandoeningen aan het bewegingsstelsel
Thema 8 Zorgvragers met aandoeningen aan het hart
Thema 9 Zorgvragers met aandoeningen aan luchtwegen en longen
THEMA 1 – Oriëntatie op het ziekenhuis
H1 – Zorgvragers in het ziekenhuis
Ziekenhuis zorg is gericht op behandelen en genezen van acute en chronische lichamelijke
aandoeningen.
Ziekenhuis behoort tot de curesector
Curesector: de organisatie richt zich primair op behandeling en genezing
Caresector: de organisatie richt zich primair op het verlenen van zorg
Bij ziekenhuiszorg is er sprake van een aantal kenmerken:
- Klinische opname
De zorgvrager moet binnen de muren van het ziekenhuis blijven, de zorg kan niet ergens
anders geboden worden.
- Somatische gezondheidsproblematiek
Wordt niet alleen behandeld. Tegenwoordig ook veel psychische en/of psychogeriatrische
problematiek word behandeld. Hiervoor verschillende afdelingen.
- Relatief kortdurende opname
Gemiddelde opname van 4 dagen per opname.
- Complexe zorg en gebruikmaking van hoogwaardige technologieën.
- Multidisciplinaire zorg
Leeftijdscategorieën in het ziekenhuis
Zuigelingen/neonaten
- Dagbehandeling of klinische opname
- Afdeling neonatologie of kinderafdeling
- Te vroeg geboren of te laag geboortegewicht
- Te veel bilirubine in het bloed
- Te laag bloedsuiker
- Observatie ivm infectie, medicijngebruik van moeder tijdens zwangerschap, belaste
anamnese, geboortetrauma
- Luchtweginfecties
Kinderen
- Korte of langere tijd in het ziekenhuis
- Kinderafdeling
- Diabetes mellitus
- Maag-, darm-, leverziekten
- Hormonale stoornissen
- Hematologische stoornissen
, - Oncologische stoornissen
- Ontwikkelingsstoornissen
- Longaandoeningen
65 jaar en ouder
- Meest voorkomende leeftijdsgroep in het ziekenhuis
Problemen bij ouderen in het ziekenhuis:
- Symptomen van ziekte uiten zich bij ouderen anders
- Andere aandoeningen dan waarvoor men is opgenomen, kunnen van invloed zijn op het ziek-
zijn
- Medicijnen kunnen sneller bijwerkingen vertonen of elkaar beïnvloeden
- Er is meer kans op complicaties
- Herstel verloopt langzamer
- Snel afhankelijk van zorg
Specialismen en opname-indicaties
Specialisme Voorbeelden van opname-indicaties
Interne geneeskunde Maagbloeding
Onverklaarbare hevige buikklachten
Instellen insuline bij diabetes
Cardiologie Angina pectoris
Infarct
Plaatsen pacemaker
Chirurgie Verwijderen appendix
Buikwandcorrectie
Verwijderen tumor
Verloskunde/ Bevalling met te verwachten complicaties
gynaecologie Baarmoederverwijdering
Verdenking ovariumcarcinoom
Oogheelkunde Staaroperatie
Hoornvliesafwijkingen
Traanwegoperaties
Keel-, neus- en Operaties aan amandelen
oorheelkunde Plotselinge doofheid
Ziekte van Ménière
Dermatologie Ernstige eczeem
Varices
Ernstige allergische reacties
Urologie Operaties aan de nieren
Verwijdering van de prostaat
Verwijdering van de blaas
Longziekten Ernstige longontsteking
COPD
Longkanker
Neurologie CVA
Ziekte van Parkinson
Ernstige migraine
Reumatologie Bindweefselziekten
Reumatische artritis
Ziekte van Bechterew
, Orthopedie Kijkoperatie van de knie
Operatieve hersteloperatie, bijv. na ongeval
Plaatsen heupprothese
Geriatrie Onderzoek naar ziekte van Alzheimer
Diagnostiek bij psychogeriatrische zorgvragers
Behandeling typische geriatrische ziektebeelden
Psychiatrie Anorexia nervosa
Acute psychose
Combinaties van psychiatrische en somatische stoornissen
H3 – Proces van intake tot beëindiging van de zorg tot behandeling
Opname
Acute opname
Bij deze opname is de zorgvrager eerst op de SEH geweest.
1. Als eerste wordt er een triage uitgevoerd door triageverpleegkundige.
Hierbij wordt bepaald hoe snel de zorgvrager moet gezien worden door een arts of hoe lang dat
kan wachten. Hiervan wordt de zorgvrager op de hoogte gesteld.
2. Hierna wordt er een voorlopige diagnose gesteld. Dit wordt ook wel een
differentiaaldiagnose genoemd. Na aanleiding van klachten voert de arts een lichamelijk
onderzoek uit.
Meestal na het stellen van de diagnose, gaan de meesten weer naar huis.
3. Wanneer er een opname nodig is, zal er een overdracht naar de verpleegafdeling
plaatsvinden, waarna een vertegenwoordiger van de afdeling de zorgvrager komt ophalen.
Eventueel aanvullend onderzoek vindt daarna plaats op of vanuit de verpleegafdeling.
Een acute opname betekend voor een verpleegafdeling meestal een forse verstoring van het
normale ritme. Er is niet duidelijk wat er precies aan de hand is dus moet er een uitgebreide
anamnese uitgevoerd worden.
Veel ziekenhuizen hebben door deze hectiek een acute opnameafdeling (AOA).
Op deze afdeling vinden alle niet-geplande opnames plaats. Meestal verblijft de zorgvrager hier max.
48 uur, waarna de overplaatsing naar de juiste afdeling plaatsvindt.
Triage:
Urgentie Naam Kleur Max. wachttijd
1 Onmiddellijk Rood 0 min
2 Hoog urgent Oranje 10 min
3 Urgent geel Geel 60 min
4 Standaard Groen 120 min
5 Niet urgent Blauw 240 min
Zorgpaden
Een zorgpad geeft duidelijkheid over de stappen in het zorgproces. Het beschrijft welk traject een
zorgvrager doorloopt en wie op welk moment wat doet.
Goed hulpmiddel om duidelijk te maken welke doelen worden nagestreefd, wat de bijbehorende
interventies en verantwoordelijkheden zijn, welke informatie de zorgvrager gegeven moet worden
en wat nodig is na ontslag uit het ziekenhuis.
Medische anamnese
, Voor de opname neemt de arts een medische anamnese af. Dit wordt in een gesprek gedaan.
Er zijn 3 soorten anamnese te onderscheiden:
- Actuele anamnese, informatie over huidige klachten
- Biografische anamnese, informatie over voorgeschiedenis
- Hetero-anamnese, informatie die je krijgt van een ander dan de zorgvrager zelf (dit door
omstandigheden)
Dag patroon
Dagelijkse activiteiten:
- Artsenvisite
- Mogelijke andere disciplines zoals
Voedingsdeskundige
Fysio
Physician assistant (PA)
Ergo
Logopedie
Maatschappelijk werk
Afdelingsassistent
Psycholoog
Diverse specialistische verpleegkundigen
Nurse practitioner (NP)
Overige niet-zorgvragergebonden functionarissen zoals huishouding
Jij coördineert deze multidisciplinaire samenwerking rondom de zorgvrager.
Participatie van de zorgvrager
Participatie van zorgvragers blijkt de sleutel te zijn tot het afstemmen van de zorg op zijn wensen en
behoeften. Zorgvragers kunnen in alle fasen van het zorgproces betrokken worden.
Ontslag
De specialist zal, in overleg met de zorgvrager en eventuele andere disciplines, bepalen wanneer de
zorgvrager met ontslag kan. Indien mogelijk bij de opname al een inschatting gemaakt.
- De zorgvrager moet aan een stadium voldoen van genezing
- Een stabiele toestand hebben
- Bekend zijn dat er verder geen behandeling meer nodig is om iets op te leveren
Ontslag in verschillende varianten:
- Zonder nabehandeling
- Met een poliklinische nabehandeling
- Met overplaatsing naar een andere instelling
- Bij overlijden van de zorgvrager
Dingen die moeten worden geregeld bij ontslag:
- Evt. medicijnen
- Evt. verbandmateriaal
- Evt. regelen verdere behandeling in andere instelling
- Papieren die mee moeten
- Vervoer
- Overdracht