Behaviorisme gedrag!
Aandacht is een vorm van strelen.
Geen aandacht is een vorm van slaan.
Negatieve aandacht is ook aandacht.
Wat je aandacht geeft, dat groeit.
Kritiek op een kind buiten de klas. In de klas veroorzaakt het rumoer/gezichtsverlies voor dat
kind.
Black-box benadering: je ziet niet wat zich in het hoofd van een kind afspeelt, dus je moet
alleen kijken naar veranderd gedrag.
prikkel organism gedrag
Introspectie: systematische zelfobservatie.
e
Belangrijke behavoristen: hoe kunnen we bewijzen dat mensen en dieren permanent hun
gedrag veranderen?
- Watson
- Pavlov
- Thorndike
- Skinner
- Bandura
Watson: grondlegger van het behaviorisme in de VS>
Bewustzijnspsychologie is te subjectief.
Gecontroleerd laboratoriumexperiment, waarneembaar gedrag, stimulus – respons. Na veel
onderzoek kun je pas zeggen of iets wel of niet
werkt.
Stimulus respons heeft geleid tot klassiek
conditioneren, operant conditioneren en
modelleren.
Klassiek conditioneren – Ivan Petrovitsj Pavlov
Pavlovreactie: als je een deurmat ziet liggen, veeg
je automatisch je voeten. Haal je de deurmat weg,
dan ontstaat er verwarring.
Kwijlende hond.
1. Voor koppeling
Bel: neutrale respons.
2.Tijdens koppeling
Bel + vlees = kwijlafschediding
3. Na koppeling
, Bel = kwijlafscheiding
(Beloning is niet meer nodig: geconditioneerd gedrag)
Uitdoving of extinctie: aangeleerde responsen doven uit, zwakken af.
Stimulusgeneralisatie: kinderen vertonen het op school aangeleerde gedrag ook in andere
situaties (bijv. bij sport)
Stimulusdiscriminatie: kinderen vertonen het gedrag alleen bij jou, nergens anders.
Behaviorisme gaat over emotioneel leren.
Operant conditioneren: als mensen de keuze hebben om wel of niet iets te doen. Het
conditioneren is niet gelukt, als een kind denkt: dat doe ik lekker niet.
Thorndike: het belonen van gewenst gedrag is effectiever dan straffen.
Wet van herhaling: hoe vaker iets herhaald wordt, hoe beter het gecondtioneerd wordt.
Wet van effect: als je weet dat je handeling effect heeft, ben je meer bereid om iets te doen/
te leren.
Wet van bereidheid: als ik heel veel honger heb, ben ik eerder bereid om naar de
supermarkt te gaan dan wanneer ik geen honger heb.
Trial and error: vallen en opstaan. Je doet maar wat, heel veel handelingen hebben geen
effect. Uitproberen.
Skinner: borduurt voort op Thorndike.
Operante conditionering: spontaan getoond gedrag belonen. Als een leerling het gewenste
gedrag vertoont, op het moment zelf belonen.
Spontaan getoond gedrag kun je versterken door een bekrachtiger (positieve versterker) of
bestraffer (negatieve versterker).
TENTAMENVRAAG!
Shaping: door het aanleren van deelhandelingen, kunnen uiteindelijk ook complexe
handelingen aangeleerd worden. Complex gedrag in stapjes opdelen.
Belonen werkt alleen maar als het af en toe gebeurt. Bestraffen heeft weinig effect.
TENTAMENVRAAG!
Geprogrammeerde instructie:
- Leerstof opdelen in kleine stukjes, eigen tempo (mastery learning)
- Direct feedback in de vorm van het goede antwoord (alleen goede antwoorden
worden versterkt.
(Gamen)
“Onderwijs kan sneller en gericht gegeven worden wanner de leraar het leergedrag van
leerlingen volledig beheerst.”