Grondslagen artikelen samengevat
Inhoud
Grondslagen artikelen samengevat............................................................................................ 1
Hoorcollege 1 artikelen........................................................................................................... 1
Popper 1962......................................................................................................................... 1
Eshuis 2015.......................................................................................................................... 2
Schaeuffele 2021................................................................................................................. 4
Duits 2021............................................................................................................................ 5
Hoorcollege 2 artikelen........................................................................................................... 6
Mann 2021........................................................................................................................... 6
O’Connor 2014..................................................................................................................... 7
Hoorcollege 4 artikelen........................................................................................................... 8
Cook 2017............................................................................................................................ 8
Lilienfeld 2013...................................................................................................................... 9
Hoorcollege 5 artikelen......................................................................................................... 11
Goldberg 2016................................................................................................................... 11
Lilienfeld 2010 blz 313-336................................................................................................ 12
Hoorcollege 7 artikelen......................................................................................................... 14
Wood 2010......................................................................................................................... 14
Van Agteren 2021.............................................................................................................. 15
Hoorcollege 1 artikelen
Popper 1962
Popper wist dat wetenschap onderscheiden werd van pseudowetenschap door de empirische
inductieve methode die van observatie naar experiment gaat. Dit was niet genoeg voor
Popper en hij ging steeds maar nadenken over waarom hij ontevreden was over bepaalde
grote theorieën. Hij kwam erachter dat theorieën van Marx, Freud en Adler eigenlijk
altijd dingen bevestigde en dat -wanneer je eenmaal de theorie van hen snapte en je ogen
‘geopend’ waren- je opeens overal confirmerende dingen van die theorie zag.
De waarheid van de theorieën leken hierdoor altijd gemanifesteerd en mensen die niet
geloofde in de theorie waren mensen die niet de waarheid wilde weten
Popper vond het vooral interessant dat er opeens veel observaties waren die de
theorieën verifieerde en dat deze confirmerende observaties overal in de krant te
vinden waren.
De kracht van het verifiëren van elke theorie was eigenlijk ook hun
kwetsbaarheid, doordat je de theorieën zoals die van Freud en Adler ook kon
tegenspreken als het niet gebeurde
De theorie van Einstein verschilde opvallend van de andere theorieën, doordat er een
groot risico was dat de theorie verworpen zou worden, omdat bepaalde dingen in de ruimte
niet normaal geobserveerd konden worden > het risico op het makkelijk verworpen kunnen
worden vond Popper interessant.
Popper kwam tot meerdere conclusies:
1. Het is makkelijk om confirmaties of verificaties te verkrijgen, voor bijna elke theorie
2. Confirmaties mogen alleen maar meetellen als ze resulteren uit risicovolle predicties
3. Elke ‘goede’ wetenschappelijke theorie is een verbod: een theorie verbidt bepaalde
dingen te gebeuren
, 4. Een theorie die niet weerlegbaar is, is niet wetenschappelijk
5. Elke echte test van een theorie, is een poging om deze theorie te falsificeren
6. Confirmerend bewijs mag alleen tellen wanneer het een resultaat is van een echte test
van de theorie
7. Sommige echte testbare theorieën, worden nog steeds vastgehouden door fans, ook
wanneer ze foutief blijken te zijn
Einsteins gravitatietheorie heeft het falsificeerbaar criterium duidelijk behaald.
Astrologie heeft de test niet gehaald: astrologen waren erg overtuigd en misleid door wat ze
dachten confirmerend bewijs, waardoor ze meer dingen konden toeschrijven aan hun theorie.
De geschiedenistheorie van Marx konden gefalsificeerd worden, maar zorgde er wel voor dat
de aanhangers de theorie en het bewijs op een andere manier gingen inzien waardoor ze het
uiteindelijk toch weer eens waren. De twee psychoanalytische theorieën van Freud en Adler
waren niet testbaar, wat aangaf dat hun klinische observaties niet zomaar gelooft konden
worden.
Eshuis 2015
Er zijn veel theoretische perspectieven op de ontwikkeling van psychische problemen binnen
de KP, maar geen van die perspectieven lijkt het enige juiste te zijn.
Theorieën zijn nodig om dingen te kunnen verklaren om vervolgens andere dingen
weer te voorspellen. Om dit mogelijk te maken moet de theorie wel zo goed mogelijk
aansluiten bij de werkelijkheid en moet het waarheidsgehalte zo hoog mogelijk zijn. Een
wetenschapper observeert de realiteit waaruit hij vervolgens via inductie een theorie leidt
Inductie: optellen van waarnemingen
Inductieprobleem: om vast te stellen dat een theorie juist is, zouden we eigenlijk
alles moeten observeren, want zolang we niet alles geobserveerd hebben kan je iets
niet 100% zeker weten
De theorieën die wij formuleren zijn geen weergave van de realiteit, maar een
weergave van onze vertekende interpretatie van het voor ons weerneembare stukje
realiteit
Het inductieprobleem was voor de rationalist Popper aanleiding dat je theorieën juist in
tegendeel moet kunnen bewijzen in plaats van alleen maar confirmerende bewijzen zoeken >
met deductie
Theorie geladen: we hebben al een verwachting, voordat we weten wat er echt gaat
gebeuren
Theorieën worden niet getoetst aan de realiteit, maar in een voortdurende onderhandeling
bijgeslepen totdat een voorlopig consensus bereikt is tussen wetenschappers. Een
paradigma is een verzameling aan basisprincipes, theorieën, methoden en technieken.
Incommensurabel: theorieën of waarden die niet op een gemeenschappelijke manier
geëvalueerd of vergeleken kunnen worden.
Metafysica: ontologie van een onderzoeksprogramma > filosofische beginselen die niet
empirisch toetsbaar zijn, maar wel bepalend zijn voor de inrichting van dat
onderzoeksprogramma
De geloof beginselen van de wetenschapper
Voorbeeld: determinisme > de aanname dat alles in de wereld bepaald wordt door de
blinde werking van causale mechanismen
o Er wordt gezocht naar de onderliggende oorzakelijke mechanismen van het
gedrag die we kunnen verklaren
o Determinisme gaat gepaard met reductionisme: verklaringen zijn voor
fenomenen herleidbaar tot onderliggende niveaus
De (neuro)biologische benadering is een voorbeeld van een combinatie tussen
determinisme en reductionisme: zij poogt psychologische fenomenen te verklaren door te
verwijzen naar fysiologische mechanismen. Er wordt vanuit gegaan dat gedragingen komen
Inhoud
Grondslagen artikelen samengevat............................................................................................ 1
Hoorcollege 1 artikelen........................................................................................................... 1
Popper 1962......................................................................................................................... 1
Eshuis 2015.......................................................................................................................... 2
Schaeuffele 2021................................................................................................................. 4
Duits 2021............................................................................................................................ 5
Hoorcollege 2 artikelen........................................................................................................... 6
Mann 2021........................................................................................................................... 6
O’Connor 2014..................................................................................................................... 7
Hoorcollege 4 artikelen........................................................................................................... 8
Cook 2017............................................................................................................................ 8
Lilienfeld 2013...................................................................................................................... 9
Hoorcollege 5 artikelen......................................................................................................... 11
Goldberg 2016................................................................................................................... 11
Lilienfeld 2010 blz 313-336................................................................................................ 12
Hoorcollege 7 artikelen......................................................................................................... 14
Wood 2010......................................................................................................................... 14
Van Agteren 2021.............................................................................................................. 15
Hoorcollege 1 artikelen
Popper 1962
Popper wist dat wetenschap onderscheiden werd van pseudowetenschap door de empirische
inductieve methode die van observatie naar experiment gaat. Dit was niet genoeg voor
Popper en hij ging steeds maar nadenken over waarom hij ontevreden was over bepaalde
grote theorieën. Hij kwam erachter dat theorieën van Marx, Freud en Adler eigenlijk
altijd dingen bevestigde en dat -wanneer je eenmaal de theorie van hen snapte en je ogen
‘geopend’ waren- je opeens overal confirmerende dingen van die theorie zag.
De waarheid van de theorieën leken hierdoor altijd gemanifesteerd en mensen die niet
geloofde in de theorie waren mensen die niet de waarheid wilde weten
Popper vond het vooral interessant dat er opeens veel observaties waren die de
theorieën verifieerde en dat deze confirmerende observaties overal in de krant te
vinden waren.
De kracht van het verifiëren van elke theorie was eigenlijk ook hun
kwetsbaarheid, doordat je de theorieën zoals die van Freud en Adler ook kon
tegenspreken als het niet gebeurde
De theorie van Einstein verschilde opvallend van de andere theorieën, doordat er een
groot risico was dat de theorie verworpen zou worden, omdat bepaalde dingen in de ruimte
niet normaal geobserveerd konden worden > het risico op het makkelijk verworpen kunnen
worden vond Popper interessant.
Popper kwam tot meerdere conclusies:
1. Het is makkelijk om confirmaties of verificaties te verkrijgen, voor bijna elke theorie
2. Confirmaties mogen alleen maar meetellen als ze resulteren uit risicovolle predicties
3. Elke ‘goede’ wetenschappelijke theorie is een verbod: een theorie verbidt bepaalde
dingen te gebeuren
, 4. Een theorie die niet weerlegbaar is, is niet wetenschappelijk
5. Elke echte test van een theorie, is een poging om deze theorie te falsificeren
6. Confirmerend bewijs mag alleen tellen wanneer het een resultaat is van een echte test
van de theorie
7. Sommige echte testbare theorieën, worden nog steeds vastgehouden door fans, ook
wanneer ze foutief blijken te zijn
Einsteins gravitatietheorie heeft het falsificeerbaar criterium duidelijk behaald.
Astrologie heeft de test niet gehaald: astrologen waren erg overtuigd en misleid door wat ze
dachten confirmerend bewijs, waardoor ze meer dingen konden toeschrijven aan hun theorie.
De geschiedenistheorie van Marx konden gefalsificeerd worden, maar zorgde er wel voor dat
de aanhangers de theorie en het bewijs op een andere manier gingen inzien waardoor ze het
uiteindelijk toch weer eens waren. De twee psychoanalytische theorieën van Freud en Adler
waren niet testbaar, wat aangaf dat hun klinische observaties niet zomaar gelooft konden
worden.
Eshuis 2015
Er zijn veel theoretische perspectieven op de ontwikkeling van psychische problemen binnen
de KP, maar geen van die perspectieven lijkt het enige juiste te zijn.
Theorieën zijn nodig om dingen te kunnen verklaren om vervolgens andere dingen
weer te voorspellen. Om dit mogelijk te maken moet de theorie wel zo goed mogelijk
aansluiten bij de werkelijkheid en moet het waarheidsgehalte zo hoog mogelijk zijn. Een
wetenschapper observeert de realiteit waaruit hij vervolgens via inductie een theorie leidt
Inductie: optellen van waarnemingen
Inductieprobleem: om vast te stellen dat een theorie juist is, zouden we eigenlijk
alles moeten observeren, want zolang we niet alles geobserveerd hebben kan je iets
niet 100% zeker weten
De theorieën die wij formuleren zijn geen weergave van de realiteit, maar een
weergave van onze vertekende interpretatie van het voor ons weerneembare stukje
realiteit
Het inductieprobleem was voor de rationalist Popper aanleiding dat je theorieën juist in
tegendeel moet kunnen bewijzen in plaats van alleen maar confirmerende bewijzen zoeken >
met deductie
Theorie geladen: we hebben al een verwachting, voordat we weten wat er echt gaat
gebeuren
Theorieën worden niet getoetst aan de realiteit, maar in een voortdurende onderhandeling
bijgeslepen totdat een voorlopig consensus bereikt is tussen wetenschappers. Een
paradigma is een verzameling aan basisprincipes, theorieën, methoden en technieken.
Incommensurabel: theorieën of waarden die niet op een gemeenschappelijke manier
geëvalueerd of vergeleken kunnen worden.
Metafysica: ontologie van een onderzoeksprogramma > filosofische beginselen die niet
empirisch toetsbaar zijn, maar wel bepalend zijn voor de inrichting van dat
onderzoeksprogramma
De geloof beginselen van de wetenschapper
Voorbeeld: determinisme > de aanname dat alles in de wereld bepaald wordt door de
blinde werking van causale mechanismen
o Er wordt gezocht naar de onderliggende oorzakelijke mechanismen van het
gedrag die we kunnen verklaren
o Determinisme gaat gepaard met reductionisme: verklaringen zijn voor
fenomenen herleidbaar tot onderliggende niveaus
De (neuro)biologische benadering is een voorbeeld van een combinatie tussen
determinisme en reductionisme: zij poogt psychologische fenomenen te verklaren door te
verwijzen naar fysiologische mechanismen. Er wordt vanuit gegaan dat gedragingen komen