Reflectieverslag
1. Op welke manier heb je vertrouwen gecreëerd?
Als R binnenkomt om met haar samen mama uit te zwaaien en haar daarna mee te nemen
naar het ‘restaurant’ en om dan even een spelletje met haar te spelen.
2. Op welke manier ben je tactvol/empathisch geweest?
Ik heb geluisterd/gekeken naar R en ben stap voor stap met haar verder gegaan, de eerste
dag heeft ze veel bij mij gezeten en ben langzamerhand met haar naar de andere kindjes
gegaan zodat ze went aan de andere kinderen en ook gaat leren om met andere kinderen te
spelen ook al vind ze dit lastig.
3. Waar blijkt uit dat je op methodische wijze de wensen en de behoeften van het kind heb
geïnventariseerd?
R trekt zich terug in een groep en/of drukke kinderen, ik ben met haar naar J toe gelopen en
gevraagd of ze samen wilde spelen. J neemt R mee en ze zijn samen de ‘meisjeskamer’
ingedoken, waar niemand zat.
4. Met welke procedures en protocollen heb je rekening gehouden tijdens het observeren?
Ik heb rekening gehouden met de privacy van de kinderen, om geen namen te gebruiken
maar alleen de intialen.
5. Waar heb je op gelet toen je de gegevens registreerde?
Op de BSO registreren wij geen observatie gegevens. Maar tijdens het gesprek met de vader
ben ik ingegaan hoe R thuis is en/of het dus alleen op de BSO is en tijdens dit gesprek heb ik
goed geluisterd naar vader en toen hij vroeg of ze er zelf iets mee konden, heb ik aangegeven
om dit thuis ook te oefenen dus niet altijd met papa of mama te spelen maar ook alleen of
met haar broertje.
6. Feedback: geen feedback gehad
1. Op welke manier heb je vertrouwen gecreëerd?
Als R binnenkomt om met haar samen mama uit te zwaaien en haar daarna mee te nemen
naar het ‘restaurant’ en om dan even een spelletje met haar te spelen.
2. Op welke manier ben je tactvol/empathisch geweest?
Ik heb geluisterd/gekeken naar R en ben stap voor stap met haar verder gegaan, de eerste
dag heeft ze veel bij mij gezeten en ben langzamerhand met haar naar de andere kindjes
gegaan zodat ze went aan de andere kinderen en ook gaat leren om met andere kinderen te
spelen ook al vind ze dit lastig.
3. Waar blijkt uit dat je op methodische wijze de wensen en de behoeften van het kind heb
geïnventariseerd?
R trekt zich terug in een groep en/of drukke kinderen, ik ben met haar naar J toe gelopen en
gevraagd of ze samen wilde spelen. J neemt R mee en ze zijn samen de ‘meisjeskamer’
ingedoken, waar niemand zat.
4. Met welke procedures en protocollen heb je rekening gehouden tijdens het observeren?
Ik heb rekening gehouden met de privacy van de kinderen, om geen namen te gebruiken
maar alleen de intialen.
5. Waar heb je op gelet toen je de gegevens registreerde?
Op de BSO registreren wij geen observatie gegevens. Maar tijdens het gesprek met de vader
ben ik ingegaan hoe R thuis is en/of het dus alleen op de BSO is en tijdens dit gesprek heb ik
goed geluisterd naar vader en toen hij vroeg of ze er zelf iets mee konden, heb ik aangegeven
om dit thuis ook te oefenen dus niet altijd met papa of mama te spelen maar ook alleen of
met haar broertje.
6. Feedback: geen feedback gehad