Voor een ziekteverwekker (bacterie, schimmel, virus of een andere ziekmakende stoffen) biedt de
interne omgeving een beschermde omgeving en transportmiddel naar nieuwe omgevingen. Een
macrofaag is een immuun cel die lichaamsvreemde stoffen (pathogenen) vernietigd. Sommige
immuun cellen zijn typen witte bloedcellen, de lymfocyten. De meeste lymfocyten herkennen en
reageren op specifieke soorten ziekteverwekkers. Samen vormen de verdedigingswerken van het
lichaam het immuunsysteem, waardoor de infecties voorkomen of beperkt worden.
De eerste verdedigingslijnen van het immuunsysteem helpen bij het voorkomen dat de
ziekteverwekkers toegang krijgen tot het lichaam. Een buitenste laag geeft bescherming, zoals een
huid. Deze blokkeert de toegang van veel pathogenen. De afscheidingen die ziekteverwekkers
vangen of doden bewaken de ingangen en uitgangen van het lichaam, terwijl de voeringen van het
spijsverteringskanaal, de luchtwegen en andere uitwisselingsoppervlakken aanvullende
belemmeringen voor infectie vormen. Als een ziekteverwekker de barrière bescherming doorbreekt
en het lichaam binnendringt, verandert het probleem van het afweren van aanvallen. Om de infectie
te bestrijden, moet het immuunsysteem vreemde deeltjes en cellen in het lichaam detecteren.
Immuun cellen produceren receptormoleculen die specifiek binden aan moleculen van vreemde
cellen of virussen en actieve afweerreacties. Deze specifieke binding van immuun receptoren aan
vreemde moleculen is een soort moleculaire herkenning en is de centrale gebeurtenis bij het
identificeren van niet-moleculen, deeltjes en cellen. Er zijn twee soorten moleculaire herkenning die
de basis zijn voor de twee soorten immuun afweer:
• Aangeboren immuniteit (innate immunity)
• Verworven immuniteit (adaptive immunity)
Bij de aangeboren immuniteit vertrouwt de moleculaire herkenning op een kleine set
receptoreiwitten die binden aan moleculen of structuren die afwezig zijn in de lichamen, maar die
veel voorkomen in een groep virussen, bacteriën of andere pathogenen. De binding van een
aangeboren immuun receptor aan een vreemd molecuul activeert de interne afweer, waardoor
respons mogelijk wordt voor een heel scala van pathogenen.
Bij de verworven immuniteit vertrouwt moleculaire herkenning op een enorm arsenaal van
receptoren, waarvan elk een kenmerk herkent dat allen op een bepaald deel van een bepaald
molecuul in een bepaald pathogeen voorkomt. Deze wordt geactiveerd na de aangeboren
, immuunrespons en ontwikkelt zich langzamer. Deze wordt ook versterkt door de blootstelling aan de
infecterende pathogenen.
47.1 In innate immunity, recognition and response rely on traits common to groups of
pathogens
Aangeboren immuniteit van ongewervelden
Insecten vertrouwen op de omgeving van hun exoskelet als een fysieke barrière tegen infecties. Het
exoskelet bestaat uit polysacharide chitin en biedt een effectieve barrière bescherming tegen de
meeste pathogenen. Lysozyme is een enzym dat de bacteriële celwanden afbreekt, beschermt de
spijsvertering. Elke ziekteverwekker die het afweermechanisme van een insectenverdediging
doorbreekt, ontmoet de interne afweermechanismen. De insecten immuun cellen produceren een
set herkenningseiwitten, die elk binden aan een molecuul dat veel voorkomt in een brede klasse van
pathogenen. Veel moleculen zijn componenten van schimmel- of bacteriële celwanden. Sommige
moleculen worden normaal niet gevonden in de cellen en functioneren als identiteit labels voor de
herkenning van pathogenen. Als het gebonden zit aan een pathogeenmolecuul, veroorzaakt een
herkenningseiwit een aangeboren immuun respons. De belangrijke immuun cellen bij insecten zijn de
hemocyten. Deze nemen micro-organismen op, een proces dat fagocytose heet. Het produceert een
verdedigingsmolecuul dat helpt de grote ziekteverwekkers te vangen. Andere hemocyten brengen
antimicrobiële peptiden vrij die door het lichaam van de insect circuleren en schimmels en bacteriën
inactiveren of doden door het plasmamembraan te verstoren.
De aangeboren immuun respons van insecten is specifiek voor bepaalde klassen van pathogenen.
Insecten hebben specifieke afweermiddelen die beschermen tegen infectie door virussen. Veel
virussen die insecten infecteren, hebben een genoom dat bestaat uit een enkel streng RNA. Als het
virus in de gastheercel repliceert, is de RNA streng de synthese voor de synthese van dubbelstrengs