Aantekeningen casuscollege IE:
Voorbeelden van theorievragen:
J/F – “Eén creatie van de menselijke geest kan nooit beschermd worden
door verschillende intellectuele rechten”. Is deze stelling juist of fout?
Essay – (1) Wat is inburgering? (2) Voor welk intellectueel eigendomsrecht
is dit fenomeen relevant, en waar vindt u dit terug in de wetgeving? (3)
Geef een voorbeeld van inburgering (4) Waar, voor welk grondgebied,
moet inburgering worden bewezen? (5) Ook het tegenovergestelde
fenomeen bestaat. Hoe heet dat en wat zijn de juridische gevolgen van
dat fenomeen?
Essay – Wat zijn de beschermingsvoorwaarden voor het auteursrecht?
Verder komen er casusvragen aan bod tijdens het tentamen.
Een woordmerk beschermd het woord, ongeacht het lettertype.
Op twee niveaus merken: Benelux-merk en Uniemerk.
Bij de fases, merkenrecht, en dan auditief: ervan uitgaande dat het
uitgesproken wordt, wat zijn dan de gelijkenissen en verschillen?..
Conceptueel: begrippen erbij betrekken, bijv. RedBull en BlueCow..
Andere voorbeelden casusvragen:
Onderneming X klopt bij u aan met teken Y (woord, afbeelding, vorm..). Ze
vraagt of zij dit teken met uw hulp kan beschermen als een geldig merk
voor waren/diensten Z. Wat is uw advies? Analyseer de
geldigheidsvoorwaarden.
De houder van merk X stelt vast dat persoon Y vorige week een Benelux-
merk Z heeft gedeponeerd dat zeer sterkt gelijkt op merk X (zie
afbeeldingen) en stelt u aan als advocaat. Welke procedurele acties(s)
onderneemt u, en op welke grondslag? Beargumenteer in het voordeel van
X.
U werkt voor het EUIPO en krijgt onderstaande merkaanvraag. Dient dit
merk te worden toegekend en waarom (niet)? Verduidelijk alle elementen
van uw analyse.
Voorbeeld casus octrooirecht:
De zaakvoerder van BV DE SPELDOOS komt in paniek bij u langs. Die
onderneming produceert en verkoopt al meer dan 20 jaar een bijzonder
bordspel met quizvragen voor rechtenstudenten. Vorige week ontving ze
Voorbeelden van theorievragen:
J/F – “Eén creatie van de menselijke geest kan nooit beschermd worden
door verschillende intellectuele rechten”. Is deze stelling juist of fout?
Essay – (1) Wat is inburgering? (2) Voor welk intellectueel eigendomsrecht
is dit fenomeen relevant, en waar vindt u dit terug in de wetgeving? (3)
Geef een voorbeeld van inburgering (4) Waar, voor welk grondgebied,
moet inburgering worden bewezen? (5) Ook het tegenovergestelde
fenomeen bestaat. Hoe heet dat en wat zijn de juridische gevolgen van
dat fenomeen?
Essay – Wat zijn de beschermingsvoorwaarden voor het auteursrecht?
Verder komen er casusvragen aan bod tijdens het tentamen.
Een woordmerk beschermd het woord, ongeacht het lettertype.
Op twee niveaus merken: Benelux-merk en Uniemerk.
Bij de fases, merkenrecht, en dan auditief: ervan uitgaande dat het
uitgesproken wordt, wat zijn dan de gelijkenissen en verschillen?..
Conceptueel: begrippen erbij betrekken, bijv. RedBull en BlueCow..
Andere voorbeelden casusvragen:
Onderneming X klopt bij u aan met teken Y (woord, afbeelding, vorm..). Ze
vraagt of zij dit teken met uw hulp kan beschermen als een geldig merk
voor waren/diensten Z. Wat is uw advies? Analyseer de
geldigheidsvoorwaarden.
De houder van merk X stelt vast dat persoon Y vorige week een Benelux-
merk Z heeft gedeponeerd dat zeer sterkt gelijkt op merk X (zie
afbeeldingen) en stelt u aan als advocaat. Welke procedurele acties(s)
onderneemt u, en op welke grondslag? Beargumenteer in het voordeel van
X.
U werkt voor het EUIPO en krijgt onderstaande merkaanvraag. Dient dit
merk te worden toegekend en waarom (niet)? Verduidelijk alle elementen
van uw analyse.
Voorbeeld casus octrooirecht:
De zaakvoerder van BV DE SPELDOOS komt in paniek bij u langs. Die
onderneming produceert en verkoopt al meer dan 20 jaar een bijzonder
bordspel met quizvragen voor rechtenstudenten. Vorige week ontving ze