Gehechtheidstheorie = kind heeft bij geboorte neiging om gehecht te raken aan een
persoon die hij vertrouwd. Een gehechtheidsrelatie is gebaseerd op vertrouwen van
het kind naar de gehechtheidspersoon. Bij een veilige gehechtheid is deze
vertrouwen goed en wordt het vertrouwen ook antwoord door de
gehechtheidspersoon. Zo kan een kind optimaal ontwikkelen. Wanneer en troost
nodig heeft is de gehechtheidspersoon er voor het kind.
Empirisch analytisch = op systematische wijze verschillende pedagogische
handelingen uit proberen en kijken of er een effect is. Dit dan door niet meteen het
geheel te onderzoeken maar eerst delen.
Integratieve interventiewetenschap = gebruik maken van verschillende
wetenschappelijke disciplines en niveaus uit organisatie om zo tot een
algemenere/betere theorie te komen.
Cyclus = modelmatige weergave onderzoeksproces
Developmental psychology = Angelsaksische voorloper van pedagogiek
Affectieloos karakter = niet in staat emotionele band aan te gaan met ander
Imprinting = volgrespons van ganzen, als eenden uit ei komen is eerste levende
wezen de moeder
Security theory (William Blatz) = je bent mentaal gezond als je de gevolgen van de
eigen acties durft te zien en genoeg zelfvertrouwen hebt of iemand hebt die dit voor
je doet.
VSP = mate waarmee je een gehechtheidsrelatie kan testen
Environment of de evolutionaire adaptedness = De primitieve omgeving die
Bolwby voor zich zag waar in kind beschermd is tegen roofdieren.
Behaviourisme = al het gedrag is aangeleerd, wees niet te close met je kinderen,
want dat heeft een negatief effect.
Klassieke conditionering = aanleren gedrag door proces van verbinding. Door een
geconditioneerde stimulus een ongeconditioneerde stimulus ook geconditioneerd
maken.
Operante conditionering = gedrag aan of afleren doormiddel van twee
ongeconditioneerde stimulus.
Reinforcement effect = toename specifiek gedrag
Punishment effect = afname specifiek gedrag
Monotropie bij gehechtheidstheorie = kind kan alleen gehecht raken met moeder,
later veranderd naar polytropie
Onderwijsvisie OGO/Progressief onderwijs= identiteitsontwikkeling kind centraal