familierecht
Periode 5
,Inhoudsopgave
Hoorcollege 1: Afstamming............................................................................................................................ 2
Bijeenkomst 1................................................................................................................................................ 5
Hoorcollege 2: Ouderlijk gezag..................................................................................................................... 15
Bijeenkomst 2.............................................................................................................................................. 20
Hoorcollege 3: Praktijkcollege deel I huwelijksvermogensrecht....................................................................28
Bijeenkomst 3.............................................................................................................................................. 34
Hoorcollege 4: Praktijkcollege deel II huwelijksvermogensrecht...................................................................41
Bijeenkomst 4.............................................................................................................................................. 45
Hoorcollege 5: Echtscheiding: procedure, echtscheidingsconvenant, mediation, de gezinsadvocaat..............53
Bijeenkomst 5.............................................................................................................................................. 57
Hoorcollege 6: Omgang en ouderschapsplan................................................................................................64
Bijeenkomst 6.............................................................................................................................................. 68
Hoorcollege 7: Alimentatie........................................................................................................................... 76
De toets bestaat uit drie doorlopende vragen.
- Let vooral op bij de derde vraag, daar kun je de meeste punten mee scoren.
1
,Hoorcollege 1: Afstamming
Wat regelt Boek 1?
- De naam;
- De geboorte;
- De afstamming;
- Het gezag;
- Het huwelijk en het geregistreerd partnerschap (hoe, wie, welke rechten en plichten,
gemeenschap van goederen of huwelijkse voorwaarden, echtscheiding);
- Omgang;
- Minderjarigheid; en
- Levensonderhoud/ alimentatie.
Ontwikkelingen:
- Afstand van de kerk;
- Emancipatie van de vrouw;
- Buitenhuwelijkse relaties;
- Ongehuwd samenwonen;
- Acceptatie homo relaties: geregistreerd partnerschap en homohuwelijk;
- Medische ontwikkelingen: DNA onderzoek, in vitro fertilisatie (IVF),
draagmoederschap en transseksualiteit; en
- Rechtstreekse werking art. 8 EVRM (‘private life’ / ‘family life’).
Afstamming
Art. 1:197 BW: een kind, zijn ouders en hun bloedverwanten staan in een familierechtelijke
betrekking tot elkaar.
- Familierechtelijke betrekking de door afstamming ontstane juridische betrekking.
Afstamming de door geboorte ontstane betrekking tussen ouders en kinderen.
Rechtsgevolgen afstamming/ juridisch ouderschap:
- Het gezag;
- Levensonderhoud;
- De naam;
- Erfrecht;
- De nationaliteit; en
- Omgang.
Ouderschap
- Maximaal twee (juridische) ouders;
- Het woord ‘ouders’ in de wet betekent steeds juridische ouders;
- Art. 1:199 BW: de vader van een kind is…
- Art. 1:198 BW: de moeder van een kind is…
Het vaderschap
- Let op: juridische afstamming is niet perse hetzelfde als biologische afstamming!
- Biologische vader de vader van wie het genetische materiaal afkomstig is.
- Verwekker degene die geslachtsgemeenschap heeft gehad met de moeder
waardoor het kind is ontstaan.
- Instemmende levensgezel de man die instemt met de bevruchting van de moeder,
dan wel instemt met de daad die tot bevruchting van de moeder kan leiden.
Art. 1:199 BW bevat vier mogelijkheden:
1) Door het huwelijk of geregistreerd partnerschap (sub a en b);
2) Door erkenning (sub c);
2
, Wie kan erkennen? In beginsel iedereen, tenzij art. 1:204 lid 1 BW van toepassing
is.
Betreft een fictief vaderschap.
Geen toestemming van de moeder, dan kan de vader om vervangende
toestemming vragen bij de rechtbank.
Wie kan om vervangende toestemming verzoeken?
a) De verwekker van het kind;
b) De biologische vader van het kind (dus degene die niet de verwekker is) die
in een nauwe persoonlijke betrekking met het kind staat; en
c) De instemmende levensgezel.
3) De gerechtelijke vaststelling van het vaderschap (sub d jo. art. 1:207 BW);
Wiens ouderschap kan worden vastgesteld?
a) De verwekker;
b) En de instemmende levensgezel.
Wie zijn ontvankelijk in hun verzoek?
a) De moeder; en
b) Het kind.
Let op: ook na overlijden kan het vaderschap gerechtelijk worden vastgesteld.
4) Adoptie (sub e ).
Het moederschap
Terminologie:
- De juridische moeder;
- De biologische moeder de vrouw die het kind baart.
- De genetische moeder de vrouw waarvan de eicel afkomstig is.
- De baarmoeder/ draagmoeder degene die het kind draagt en baart.
Is tevens de biologische moeder.
- De duomoeder/ meemoeder de partner van de juridisch moeder.
Art. 1:198 BW is de moeder:
a) De vrouw uit wie het kind is geboren;
b) De echtgenote/ geregistreerd partner van a) mits er sprake is van kunstmatige
bevruchting met behulp van een anonieme donor;
c) De vrouw die het kind erkent;
d) De vrouw van wie het kind gerechtelijk is vastgesteld;
e) De vrouw die het kind heeft geadopteerd
Mogelijkheid tot ontkenning van het moederschap: alleen door de moeder die het kind heeft
gebaard, maar ook door het kind.
Wat nu als de duomoeders niet zijn getrouwd dan wel een geregistreerd partnerschap zijn
aangegaan, of er gebruik is gemaakt van een bekende donor?
- Dan erkenning ex art. 1:204 BW, maar daarvoor is wel de toestemming van de
baarmoeder nodig.
- De baarmoeder heeft de keuze aan wie zij haar toestemming geeft, dat kan aan:
a) De duomoeder; of
b) De bekende donor.
- Is eenmaal toestemming aan een beider verleend dan kan diegene zijn ouderschap
niet meer aangetast worden door de ander omdat het kind inmiddels 2 ouders heeft.
Overige alternatieven:
- Gerechtelijke vaststelling (art. 1:207 BW);
- Adoptie (art. 1:198 sub e BW).
Leemten waarin de wetgever nog niet (goed) voorzien heeft:
3