Huurrecht – College 3
Verplichtingen van de huurder
Afdeling 7.4.3 BW
A. (Tijdig) huur voldoen (7:212 BW)
B. Goed huurderschap (7:213 BW)
C. Oplevering bij einde huur (7:224 BW)
Ad b: Goed huurderschap
1. Conform contractuele bestemming (7:214 BW)
2. Geen overlast aan buren
3. Geen schade aan gehuurde
4. Geen veranderingen aan gehuurde
5. Geen onderverhuur
Ad 3: Geen schade aan gehuurde
- Art. 7:218, lid 1 BW: aansprakelijkheid huurder
- Art. 7:218, lid 2 BW: wettelijk vermoeden (bewijsvermoeden)
Ratio: de huurder heeft zicht op hetgeen binnen in het gehuurde is gebeurd, de
verhuurder kan moeilijk bewijzen of de schade door de huurder is veroorzaakt
- Art. 7:219 BW: gedragingen van derden
Art. 7:219 BW:
De huurder is aansprakelijk voor gedragingen van anderen die met zijn goedvinden het
gehuurde gebruiken of zich daarop bevinden
Voorbeeld: je vrienden veroorzaken tijdens een feestje schade aan het gehuurde
(deze personen bevinden zich met jouw goedvinden op het gehuurde)
NJ 2008, 352
- Niet-inwonende meerderjarige zoon van huurster mishandelt op parkeerplaats
huismeester
- Huurster had hiermee niets van doen en was niet op de hoogte
Vraag: tekortkoming die tot ontbinding huurovereenkomst behoort te leiden?
Hof: geen tekortkoming, want mishandeling kan niet aan huurster worden
toegerekend (6:75 BW)
Land van Rode (de woningcorporatie): gedragingen zoon komen krachtens 7:219
BW voor risico van huurster
, Hoge Raad:
Gedraging van ander die slecht huurderschap oplevert indien deze door huurder
zelf zou zijn verricht, levert niet zonder meer tekortkoming op die ontbinding
rechtvaardigt.
Beslissend is of huurder zich zelf niet als goed huurder heeft gedragen.
Relevant:
- Voldoende verband tussen gedraging en gebruik gehuurde?
- Was huurder van gedraging op de hoogte?
NJ 2009, 244
Niet-inwonende kleinzoon van huurster had hennepkwekerij in schuurtje bij woning.
Huurster was niet op de hoogte.
Hoge Raad:
Het ontbreken van wetenschap bij huurder van een tekortkoming die hij niet zelf heeft
bewerkstelligd, weegt mee bij de beoordeling of die tekortkoming ontbinding
rechtvaardigt.
Dus:
Huurder is jegens verhuurder aansprakelijk voor schade, veroorzaakt door
derden aan verhuurder (risico-aansprakelijkheid)
Misdraging derden levert niet zonder meer tekortkoming huurder op die
ontbinding rechtvaardigt
Ad 4: Geen veranderingen (art. 7:215 BW)
Uitgangspunt (lid 1): verandering is slechts geoorloofd:
- Na schriftelijke toestemming verhuurder
- Makkelijk ongedaan te maken
Bij woonruimte (lid 2):
- Verhuurder moet toestemming geven indien:
A. Verhuurbaarheid niet wordt geschaad
B. Geen waardedaling van het gehuurde
- Vervangende toestemming rechter (lid 3 en 4)
Wegnemingsrecht (art. 7:216 BW)
- Huurder mag veranderingen bij einde huur ongedaan maken (mits in
behoorlijke staat wordt opgeleverd)
- Geoorloofde veranderingen mag huurder laten zitten
- Recht op vergoeding voor achtergelaten (geoorloofde) veranderingen?
Art. 7:216, lid 3 BW:
Voor zover art. 6:212 BW dat toestaat
Verplichtingen van de huurder
Afdeling 7.4.3 BW
A. (Tijdig) huur voldoen (7:212 BW)
B. Goed huurderschap (7:213 BW)
C. Oplevering bij einde huur (7:224 BW)
Ad b: Goed huurderschap
1. Conform contractuele bestemming (7:214 BW)
2. Geen overlast aan buren
3. Geen schade aan gehuurde
4. Geen veranderingen aan gehuurde
5. Geen onderverhuur
Ad 3: Geen schade aan gehuurde
- Art. 7:218, lid 1 BW: aansprakelijkheid huurder
- Art. 7:218, lid 2 BW: wettelijk vermoeden (bewijsvermoeden)
Ratio: de huurder heeft zicht op hetgeen binnen in het gehuurde is gebeurd, de
verhuurder kan moeilijk bewijzen of de schade door de huurder is veroorzaakt
- Art. 7:219 BW: gedragingen van derden
Art. 7:219 BW:
De huurder is aansprakelijk voor gedragingen van anderen die met zijn goedvinden het
gehuurde gebruiken of zich daarop bevinden
Voorbeeld: je vrienden veroorzaken tijdens een feestje schade aan het gehuurde
(deze personen bevinden zich met jouw goedvinden op het gehuurde)
NJ 2008, 352
- Niet-inwonende meerderjarige zoon van huurster mishandelt op parkeerplaats
huismeester
- Huurster had hiermee niets van doen en was niet op de hoogte
Vraag: tekortkoming die tot ontbinding huurovereenkomst behoort te leiden?
Hof: geen tekortkoming, want mishandeling kan niet aan huurster worden
toegerekend (6:75 BW)
Land van Rode (de woningcorporatie): gedragingen zoon komen krachtens 7:219
BW voor risico van huurster
, Hoge Raad:
Gedraging van ander die slecht huurderschap oplevert indien deze door huurder
zelf zou zijn verricht, levert niet zonder meer tekortkoming op die ontbinding
rechtvaardigt.
Beslissend is of huurder zich zelf niet als goed huurder heeft gedragen.
Relevant:
- Voldoende verband tussen gedraging en gebruik gehuurde?
- Was huurder van gedraging op de hoogte?
NJ 2009, 244
Niet-inwonende kleinzoon van huurster had hennepkwekerij in schuurtje bij woning.
Huurster was niet op de hoogte.
Hoge Raad:
Het ontbreken van wetenschap bij huurder van een tekortkoming die hij niet zelf heeft
bewerkstelligd, weegt mee bij de beoordeling of die tekortkoming ontbinding
rechtvaardigt.
Dus:
Huurder is jegens verhuurder aansprakelijk voor schade, veroorzaakt door
derden aan verhuurder (risico-aansprakelijkheid)
Misdraging derden levert niet zonder meer tekortkoming huurder op die
ontbinding rechtvaardigt
Ad 4: Geen veranderingen (art. 7:215 BW)
Uitgangspunt (lid 1): verandering is slechts geoorloofd:
- Na schriftelijke toestemming verhuurder
- Makkelijk ongedaan te maken
Bij woonruimte (lid 2):
- Verhuurder moet toestemming geven indien:
A. Verhuurbaarheid niet wordt geschaad
B. Geen waardedaling van het gehuurde
- Vervangende toestemming rechter (lid 3 en 4)
Wegnemingsrecht (art. 7:216 BW)
- Huurder mag veranderingen bij einde huur ongedaan maken (mits in
behoorlijke staat wordt opgeleverd)
- Geoorloofde veranderingen mag huurder laten zitten
- Recht op vergoeding voor achtergelaten (geoorloofde) veranderingen?
Art. 7:216, lid 3 BW:
Voor zover art. 6:212 BW dat toestaat