Hoofdstuk 11 – Introduction to risk, return and opportunity cost of capital +
Hoofdstuk 12 – Risk, return and capital budgeting
- Opportuniteitskosten van geld: gelegenheid. De euro had je ook ergens anders voor kunnen betalen.
Als je ergens in investeert kan je 5% rendement kunnen krijgen en misschien ergens anders 4%.
Altijd kijken wat de alternatieve gelegenheden zijn. Andere gelegenheden ga je missen. Gemiste
opbrengsten worden gezien als kosten. Een aandeelhouder gaat continu vergelijken. Hoe
aantrekkelijk is dit alternatief in vergelijking tot andere alternatieven.
- Risk, return: het gaat om de verhouding risico / rendement. Rendement delen door risico = %.
Rendement = %
Risico
- Deze ratio moet voldoende zijn. Als je voor een euro rendement veel risico moeten lopen, is het niet
erg aantrekkelijk. Daarbij wordt ook gekeken naar alternatieven (opportunity cost of capital).
o Risico = onzekerheid. Als iets beter uitpakt dan gedacht is het ook een risico. Er is geen
rekening mee gehouden in berekeningen. Afwijkingen (positief of negatief) t.o.v.
verwachting (gemiddelde uitkomst is verwachting, gebaseerd op verleden). Het gemiddelde
is uit te rekenen. Vergelijken met standaarddeviatie (= afwijking). Standaard wil zeggen
gemiddeld, deviatie is afwijking. Samen dus gemiddelde afwijking t.o.v. gemiddelde.
Standaarddeviatie =
o Je gooit met de dobbelsteen, 1e keer 1, 2e keer 2, 3e keer 3.
▪ Gemiddelde = 2 =Ẋ
▪ Standaarddeviatie = 1
o
∑ (Xi - Ẋi)2
n-1
Rendement
- Rente = rendement. Waarom wil je rendement maken?
1. Inflatie (bijv. 0,2%)
2. Opportuniteitskosten (als je geld uitleent, moet je gecompenseerd worden) (0%)
3. Risico (bijv. 5 tot 7% bij gemiddeld bedrijf in AEX)
▪ Algemeen → conjunctuur / politieke ontwikkelingen
▪ Specifiek risico
- Stel: risicoloos
Rendement 5,5 tot 7,5% (zie hierboven) = %
Risico 0
Bij een risicoloze vervalt de 5-7%, dus dan is het rendement 0,2%
,Diversificatie
Rendement = %
Risico
+
Diversificatie
Standaarddeviatie kan er boven en onder komen rond het gemiddelde.
Een ander bedrijf er door. Een daling van de een kan compenseren met een stijging van een ander. Het
gemiddelde blijft gehandhaafd. Bij daling van standaarddeviatie stijgt het risico. Markovitz zei: ga spreiden.
Verschillende aandelen in portefeuille. Als één aandeel daalt, zal het gemiddelde gelijk blijven, omdat het
maar gaat om bijvoorbeeld 5% van de totale aandelen.
Variantie van twee assets: variance 1 + variance 2 + 2*covariance 1,2
Covariance: Samenhang tussen aandeel 1 en 2 en tussen 2 en 1 (co-variantie)
Portfolio variance: 2port = w
,Formule COV:
Als 1 van de correlatiecoefficiëntie 0 is, is de hele uitkomst 0.
Correlatiecoëfficiëntie is maximaal +1 (dan is er een hogere bewegelijkheid, dus een hoger risico). Als het
precies gelijk loopt (tandem).
Spiegelbeeldig: correlatie coëfficiëntie is dan -1 (lagere bewegelijkheid, dus lager risico).
Correlatiecoëfficiënt van kleiner dan 1 of liever zelfs kleiner dan 0 of zelfs -1.
, Voorbeeld
1. Loopt als tandem (tegelijk op en neer)
2. Loopt onafhankelijk van elkaar → 0,07 stabieler dan 0,10 → gunstig effect diversificatie.
3. Negatief correleert aan elkaar van -1, dus dan komt er 0 uit → stabiel en perfect.
Risico kan beperken in het rendement.
In tentamen: niet uit hoofd leren, wel kunnen toepassen → staat op formuleblad.