Jeugdcriminologie
Week A2
Structuur hoofdstuk 5 toegelicht:
- Nature vs. Nurture, maatschappelijke omgeving, gelegenheid, opvoeding & zelfcontrole,
biologische veranderingen en integratie van perspectieven.
Week A3
Biopsychosociale model ------- >
Antisociaal gedrag is het resultaat van voortdurende
wisselwerking tussen omgevingsfactoren, psychologische
factoren en neurobiologische factoren.
Voorbeeld van biopsychosociale interactie
Wat weten we over de adolescentie?
H6 Weijers & Brein in groei & Kennisclip:
- Sociale informatieverwerkingstheorie
- Impulsbeheersing
- Disbalans! Tussen controle en beloning
- Invloed leeftijdsgenoten
- Empathie
Cognitieve en emotionele ontwikkeling
- Problemen met cognitie: sociale informatieverwerking theorie
- Relatie met emoties
Self Consious Emotions
Schaamte
Schuld
Empathie
Gedrag
- Criminologen: criminaliteit, veroordelingen
- Psychologen: ook niet-gecriminaliseerde gedragingen
, Agressie
Anti-sociaal gedrag
Internaliseren/externaliserend
- Waarom interessant?
Omdat deze gedragingen voorlopers kunnen zijn van crimineel gedrag
Antisociaal gedrag kan leiden tot delinquent gedrag
Deel is ook crimineel
Antisociaal gedrag
1. Pest, bedreigt of intimideert vaak anderen
2. Neemt vaak het initiatief tot vechtpartijen
3. Heeft een wapen gebruikt dat anderen ernstig letsel kan toebrengen
4. Heeft mensen mishandeld
5. Heeft dieren mishandeld
6. Heeft in direct contact iets van iemand gestolen
7. Heeft iemand tot seks gedwongen
8. Was betrokken bij opzettelijke brandstichting
9. Vernielde met opzet eigendommen van anderen
10. Heeft ingebroken in iemands huis, gebouw of auto
11. Liegt veel
12. Heeft zonder direct contact met slachtoffer iets gestolen
13. Blijft vaak, ondanks verbod van ouders ’s nachts weg van huis
14. Is minsten tweemaal van huis weggelopen en ’s nachts weggebleven
15. Spijbelt vaak
Week A4
2 paden model (Moffitt)
Week A2
Structuur hoofdstuk 5 toegelicht:
- Nature vs. Nurture, maatschappelijke omgeving, gelegenheid, opvoeding & zelfcontrole,
biologische veranderingen en integratie van perspectieven.
Week A3
Biopsychosociale model ------- >
Antisociaal gedrag is het resultaat van voortdurende
wisselwerking tussen omgevingsfactoren, psychologische
factoren en neurobiologische factoren.
Voorbeeld van biopsychosociale interactie
Wat weten we over de adolescentie?
H6 Weijers & Brein in groei & Kennisclip:
- Sociale informatieverwerkingstheorie
- Impulsbeheersing
- Disbalans! Tussen controle en beloning
- Invloed leeftijdsgenoten
- Empathie
Cognitieve en emotionele ontwikkeling
- Problemen met cognitie: sociale informatieverwerking theorie
- Relatie met emoties
Self Consious Emotions
Schaamte
Schuld
Empathie
Gedrag
- Criminologen: criminaliteit, veroordelingen
- Psychologen: ook niet-gecriminaliseerde gedragingen
, Agressie
Anti-sociaal gedrag
Internaliseren/externaliserend
- Waarom interessant?
Omdat deze gedragingen voorlopers kunnen zijn van crimineel gedrag
Antisociaal gedrag kan leiden tot delinquent gedrag
Deel is ook crimineel
Antisociaal gedrag
1. Pest, bedreigt of intimideert vaak anderen
2. Neemt vaak het initiatief tot vechtpartijen
3. Heeft een wapen gebruikt dat anderen ernstig letsel kan toebrengen
4. Heeft mensen mishandeld
5. Heeft dieren mishandeld
6. Heeft in direct contact iets van iemand gestolen
7. Heeft iemand tot seks gedwongen
8. Was betrokken bij opzettelijke brandstichting
9. Vernielde met opzet eigendommen van anderen
10. Heeft ingebroken in iemands huis, gebouw of auto
11. Liegt veel
12. Heeft zonder direct contact met slachtoffer iets gestolen
13. Blijft vaak, ondanks verbod van ouders ’s nachts weg van huis
14. Is minsten tweemaal van huis weggelopen en ’s nachts weggebleven
15. Spijbelt vaak
Week A4
2 paden model (Moffitt)