vaste kosten C
1. Integrale kostprijs IKP = + variabele kosten per product = +V
normale hoeveelheid N
2. Kasstromen
- Het moment waarop een onderneming start: KS = -begininvesteringen
- De looptijd van een onderneming: KS = bedrijfsresultaat na belastingen + afschrijvingen
basis kasstroom = cash flow = resultaat na belasting + afschrijving (laatste jaar afwijkend
door restwaarde)
- Het moment waarop een onderneming stop: KS = bedrijfsresultaat na belastingen + afschrijvingen
+ restwaarde
3. Liquiditeit
- Current ratio CR = (voorraden+debiteuren+liquide middelen)/(rekening-courant + crediteuren)
(tussen 1,5 en 2)
- Quick ratio QR = (vlottende activa-voorraden)/(kort vreemd vermogen) (1.0 is graadmeter)
- Nettowerkkapitaal NWK: (voorraden + debiteuren + liquide middelen) – (rekening-courant +
crediteuren)
eigen vermogen
4. Solvabiliteit Equity ratio ER = x 100 %
totale vermogen
5. Rentabiliteit
- Totale vermogen RTV = (winst voor belasting + rente vv) / gemiddeld totaal vermogen x 100%
- Eigen vermogen REV = winst na belasting / gemiddeld totaal eigen vermogen x 100%
- Vreemd vermogen RVV = rentekosten / gemiddeld totaal vreemd vermogen x 100%
6. Break-evenanalyse
- Dekkingsbijdrage = verkoopprijs – variabele kosten per stuk
constante kosten ( totaal )
- Break-evenafzet q = =
dekkingsbijdrage
constante kosten ( totaal ) C
q=
verkoopprijs ( per eenheid )−variabele kosten( per eenheid) ( p−v )
- Break-evenomzet = BEA q x verkoopprijs p
constante kosten ( totaal )+ winst
- Gewenst resultaat = gewenst
verkoopprijs ( per eenheid )−variabele kosten( per eenheid)
C +W
resultaat =
( p−v )