Samenvatting Tekstanalyse
Colleges
Lexicale comperentie= hoe de woorden in een tekst samenhangen.
Dynamische systemen in een tekst:
- Woordvolgorde
- Verwijswoorden voor hetzelfde woord
Tekstanalyse:
- Tekstkwaliteit
Samenhang
Schoonheid
Amusement
- Begrijpelijkheid
- Doelmatigheid
- Tekst samenvatten
- Identificatie spam
- Idiosyncrasie= herkenning schrijver (typische eigenschap of karakterkenmerk)
Verbanden leggen tussen kennis van de wereld en kennis van taal kunnen mensen beter dan
computers.
Soorten analyses:
- Functionele analyse -> onderzoeken of een bepaalde tekst in een bepaalde situatie gerealiseerd
kan worden
Hoofddoel
Communicatief doel
Doelgroep
- Lexicale analyse -> relaties leggen die je in de vorm van een woordenboek gerelateerd ziet
Zelfstandige naamwoorden
Bijvoeglijke naamwoorden
- Referentiële analyse -> relaties tussen taal en de werkelijkheid
Op verschillende manieren verwijzen naar dezelfde persoon
Als je iets met het woord ‘een’ ervoor zegt, dan introduceer je iets nieuws
- Coherentie analyse -> relatie tussen zinnen
Accommoderen= de kennis niet hebben, maar toch aannemen dat het al bekend is.
Hyponiem= een woord waarvan een deel van de betekenis valt onder een algemener woord (bv. een
go pro is een subcategorie van een camera).
Hyperoniem= een overkoepelende term van andere woorden (bv. een camera is de hoofdcategorie
van de subcategorie go pro).
Tekstdoelen:
- Informatief
- Persuasief
- Instructief
- Activerend
- Diverterend= amuseren
- Commissief= de schrijver verbindt zich om iets te doen
, - Emotionerend
Tekststructuren volgens Grosz & Sidner:
- Linguistic -> hoe de tekst in stukjes te breken is met linguïstische signalen
- Intentional -> de cognitieve toestand waarin de ontvanger bedoeld is te geraken
- Attentional -> waar de focus ligt
Relatietypen:
- Dominante relaties -> verticaal
- Satisfaction precedence relaties -> horizontaal (bepaalde volgorde is vereist)
Speech act= een stukje tekst dat bijdraagt aan het communicatieve doel van de tekst.
Afleiden van speech acts:
- Letterlijk genoemd (bv. ‘gefeliciteerd’)
- Met behulp van linguïstische signalen (bv. ‘doe de deur dicht’)
- Met leestekens
- Met behulp van voorwaarden van een speech act
Aan een tekstdoel worden handelingen toegekend:
- Informatief
Beschrijven
Verslag doen
Mededelen
- Persuasief
Verklaren
Voorspellen
Betogen
- Activerend
Opdragen
Verzoeken
Aanbevelen
Voorstellen
Oproepen
- Instructief
Instrueren
- Emotionerend
Feliciteren
Verontschuldigen
Complimenteren
- Commissief
Beloven
Aanbieden
Afspreken
Verschillende tekstdelen kunnen aan één communicatief doel bijdragen.
Eén tekstdeel kan niet aan verschillende communicatieve doelen bijdragen.
Iets is geen vraag als:
- Het een grap is
- Er niet aan de voorbereidende voorwaarden wordt voldaan
- Er niet aan de oprechtheidsvoorwaarden wordt voldaan (bv. kunnen jullie even stil zijn?)
Colleges
Lexicale comperentie= hoe de woorden in een tekst samenhangen.
Dynamische systemen in een tekst:
- Woordvolgorde
- Verwijswoorden voor hetzelfde woord
Tekstanalyse:
- Tekstkwaliteit
Samenhang
Schoonheid
Amusement
- Begrijpelijkheid
- Doelmatigheid
- Tekst samenvatten
- Identificatie spam
- Idiosyncrasie= herkenning schrijver (typische eigenschap of karakterkenmerk)
Verbanden leggen tussen kennis van de wereld en kennis van taal kunnen mensen beter dan
computers.
Soorten analyses:
- Functionele analyse -> onderzoeken of een bepaalde tekst in een bepaalde situatie gerealiseerd
kan worden
Hoofddoel
Communicatief doel
Doelgroep
- Lexicale analyse -> relaties leggen die je in de vorm van een woordenboek gerelateerd ziet
Zelfstandige naamwoorden
Bijvoeglijke naamwoorden
- Referentiële analyse -> relaties tussen taal en de werkelijkheid
Op verschillende manieren verwijzen naar dezelfde persoon
Als je iets met het woord ‘een’ ervoor zegt, dan introduceer je iets nieuws
- Coherentie analyse -> relatie tussen zinnen
Accommoderen= de kennis niet hebben, maar toch aannemen dat het al bekend is.
Hyponiem= een woord waarvan een deel van de betekenis valt onder een algemener woord (bv. een
go pro is een subcategorie van een camera).
Hyperoniem= een overkoepelende term van andere woorden (bv. een camera is de hoofdcategorie
van de subcategorie go pro).
Tekstdoelen:
- Informatief
- Persuasief
- Instructief
- Activerend
- Diverterend= amuseren
- Commissief= de schrijver verbindt zich om iets te doen
, - Emotionerend
Tekststructuren volgens Grosz & Sidner:
- Linguistic -> hoe de tekst in stukjes te breken is met linguïstische signalen
- Intentional -> de cognitieve toestand waarin de ontvanger bedoeld is te geraken
- Attentional -> waar de focus ligt
Relatietypen:
- Dominante relaties -> verticaal
- Satisfaction precedence relaties -> horizontaal (bepaalde volgorde is vereist)
Speech act= een stukje tekst dat bijdraagt aan het communicatieve doel van de tekst.
Afleiden van speech acts:
- Letterlijk genoemd (bv. ‘gefeliciteerd’)
- Met behulp van linguïstische signalen (bv. ‘doe de deur dicht’)
- Met leestekens
- Met behulp van voorwaarden van een speech act
Aan een tekstdoel worden handelingen toegekend:
- Informatief
Beschrijven
Verslag doen
Mededelen
- Persuasief
Verklaren
Voorspellen
Betogen
- Activerend
Opdragen
Verzoeken
Aanbevelen
Voorstellen
Oproepen
- Instructief
Instrueren
- Emotionerend
Feliciteren
Verontschuldigen
Complimenteren
- Commissief
Beloven
Aanbieden
Afspreken
Verschillende tekstdelen kunnen aan één communicatief doel bijdragen.
Eén tekstdeel kan niet aan verschillende communicatieve doelen bijdragen.
Iets is geen vraag als:
- Het een grap is
- Er niet aan de voorbereidende voorwaarden wordt voldaan
- Er niet aan de oprechtheidsvoorwaarden wordt voldaan (bv. kunnen jullie even stil zijn?)